Kikkers en padden van klei, als taart gesneden

Bombina Bombina, beelden en kleidrukken van Herman Makkink, t/m 5 jan in de wetering Galerie, Lijnbaansgr. 288 Amsterdam, wo t/m za 12.30-17.30u. Prijzen: 2.000 tot 12.000 gld.

AMSTERDAM, 6 DEC. De beeldhouwer Herman Makkink is vooral bekend om zijn beelden in de openbare ruimte. Zo was zijn gemetselde tunnel die een paar jaar geleden aan de Mauritskade in Amsterdam is verrezen, herhaaldelijk in het nieuws. Middenin een sociale woningbouwproject doemt de tunnelachtige schuilplaats op, opgeworpen van aarde die weggehaald moest worden om er te bouwen. Enkele bewoners hebben geprotesteerd tegen de kolassale 'fallus' waar zij direct op kijken en er loopt een AROB-procedure om Makkinks beeld te laten verwijderen.

In de Amsterdamse Wetering Galerie exposeert Herman Makkink (Winschoten 1937) nu autonoom werk: een zevental kikkers en padden in keramiek ter grootte van een flink huisdier. 'Klei is een beetje in de huisvrouwen-sfeer geduwd. Met reden trouwens: beelden van klei kunnen er zo precieus uitzien', aldus de beeldhouwer die in aanraking kwam met het materiaal doordat hij twee maal in het Keramisch Werkcentrum in Den Bosch te gast was .

Makkink is autodidact; midden jaren zestig werkte hij 's nachts als rangeerder bij de spoorwegen. “De stukken schrootmetaal die van de wagons vielen, nam ik mee naar huis en in de tuin laste ik ze voor mijn plezier aan elkaar. Dat bleek 'assemblage' te heten.”

Toen hij de poëtische kastjes zag die Joseph Cornell in elkaar knutselde, 'was het gebeurd': Makkink ging zich steeds meer toeleggen op het beeldhouwen. Later verhuisde hij naar Londen en verkocht daar af en toe een werk: “Ik bleek er tot mijn verbazing nog van te kunnen leven ook!”. Enkele van zijn wat surreële sculpturen werden door Stanley Kubrick gekocht om te figureren in diens film A Clockwork Orange; “onder meer een serie Jezussen die een Griekse reidans uitvoerden met één hand om elkaar schouder geslagen terwijl de andere aan het kruis was genageld”, lacht Makkink.

Vier jaar geleden zag hij in de tuin van Goethe's voormalige huis in Weimar een door de dichter zelf ontworpen sculptuur van zandsteen, bestaande uit een kubus met daarop een bol. “Het is in 1777 ontworpen maar volledig abstract. Dat fascineerde me enorm en veel beelden die ik sindsdien heb gemaakt, zijn geënt op dat beeld van Goethe.”

Metershoge bolvormen bijvoorbeeld, van wilgetenen of gemetselde baksteen gemaakt (de zogenaamde 'Zwerfhuisjes'), soms in combinatie met de rudimentaire vorm van een huis. Aan de Sloterplas in Amsterdam staat zo'n huisje van twee bij twee meter dat volgens de kunstenaar het midden houdt 'tussen een hondehok en een dichtgemetselde boerderij' en dat er wat verdwaald en toch landelijk aan het water middenin de stad staat. De gezandstraalde baksteen moet de indruk wekken 'alsof het 3000 jaar in de Gobi-woestijn heeft gestaan.'

Aan de Mauritskade is een gemetselde tunnel opgesteld die -opnieuw- een tunnelachtig soort schuilplaats lijkt maar ook een ruïne van een bouwsel dat van vóór de aldaar verrezen sociale woningbouw dateert.

Makkink is in financieel opzicht grotendeels afhankelijk van deze openbare opdrachten, waarvan hij er tot nu toe 15 heeft uitgevoerd. De padden die hij nu tentoonstelt, zijn als vanzelf ontstaan uit de tunnelvormen van vroeger. Maar Makkink was om te beginnen geïnteresseerd in kikkers, zoals hij zich ook verdiepte in bijen. De maker zelf beschouwt ze als 'homunculi, een soort menselijke wezentjes', met hun mooie handjes en expressieve 'gezichten'. In tegenstelling tot de werkwijze van een keramist maakte Makkink ze aanvankelijk massief, waarna ze werden uitgehold en gebakken. Vaak ook zijn ze 'versneden', in vijf taartpunten gedeeld bijvoorbeeld, of in plakken. Zo worden de zeer levensechte beesten enigszins geabstraheerd. Makkink: “Dat vroeg ik me als kind al af: als je in stukken wordt gehakt, waar zit je 'ik' dan nog? In je hoofd? Of in een been?”“Eén kikker mist een voorpoot en leunt daarom met zijn schouder op het achterwerk van een ander, terwijl de rug van een derde met fel roze en oranje glazuurbanen is getekend. “Dat is de Bombina Bombina, de vuurbuikpad die bij het naderen van een vijand op zijn rug gaat liggen en er afschrikwekkend uit probeert te zien”. Een salamander heeft een prachtige violette glans, “dat is de kleur die gele klei krijgt als hij tweeëneenhalve dag in de oven staat, zoals al deze kikkers.”

Ook maakte de beeldhouwer 'kleidrukken' door natte slierten klei op papier af te drukken als een soort monoprints. Zo ontstaat aquarelachtige aardse kleuren en soms ook aan linoleumsnedes herinnerende patronen.

Bij een parend kikkerstel vertelt hij: “Wist je dat het mannetje zich vaak kilometers ver op de rug van het vrouwtje laat meevoeren? Pas als ze het water hebben bereikt, gaan ze over tot de daad.”