Gilbert Bécaud zingt als een jukebox al zijn oude succesnummers

Concert: Gilbert Bécaud (Une vie comme un roman) Gehoord: 4/12 Carré, Amsterdam.

Na een veertigjarige carrière schreef Gilbert Bécaud een muzikale autobiografie: Une vie comme un roman. Ieder nummer is een hoofdstuk uit het leven van een zanger die als jongetje opgroeide in de Midi, die naar Parijs trok, wereldberoemd werd, maar in zijn hart toch altijd dat kleine jochie met de vette, zuiderlijke tongval is gebleven. In het laatste en mooiste nummer van het album, zingt hij: 'Er zal een dag komen dat ik weet wie ik ben/maar tot dan zal ik zingen...'

Zaterdag trad Bécaud in het Amsterdamse Carré op met een programma dat genoemd was naar zijn nieuwe album. De irritante spellingsfout op de posters in de stad ('un vie') mocht niemand deren. De zaal was gevuld, en het goed geparfumeerde publiek van middelbare en oudere leeftijd was ongetwijfeld naar het-maakt-niet-uit-welke show van Bécaud komen kijken. Voor een vedette is het programma niet meer zo van belang.

Dat vond de 65-jarige zanger zelf ook. Strak in het pak, met de karakteristieke bolletjesstropdas, verscheen hij op het podium. Hij begon eenvoudig, gezeten aan zijn Schimmel-vleugel. Na enkele nummers ging het doek omhoog en verscheen het orkest dat hem begeleidde. In occitaans zong Bécaud in Quand t'es petit dans le midi: 'Lou soleou mi fa canta' - De zon heeft mij doen zingen. Vervolgens scheen Bécaud genoeg te hebben van zijn autobiografie en schakelde hij over op ouder repertoire.

L'age tendre et tête de bois passeerde de revue, met een gierende gitaarsolo, en natuurlijk ook Et maintenant en Quand il est mort le poète. Bécaud veranderde in een jukebox die, in steeds sneller tempo, het ene succesnummer na het andere afdraaide. Hij bleef daarbij de gewiekste variété-artiest, die af en toe een gekke sprong waagde, een theatrale beweging maakte, of als de Monsieur 100.000 volts van weleer even hard ramde op zijn vleugel. Net zo virtuoos als zijn vleugel bespeelde Bécaud het publiek, dat enthousiast met alle hits meeklapte en meezong.

Na een krap uur verdween Bécaud in de coulissen. Wat op een klein nostalgisch tussendeel had geleken, bleek uiteindelijk het concert zelf te zijn geweest. Carré riep de Franse zanger tot twee maal toe terug, niet om te vragen waar de rest van het programma bleef, maar om nog eenmaal Nathalie en L'important, c'est la rose te spelen. Te oordelen naar het gestampvoet en langdurige applaus had het publiek gekregen wat het verlangde. Een avondje gouden hits van en met Gilbert Bécaud.