FRISSE KAASTAART

Een kaastaart zonder deegbodem is een fris en luchtig dessert. Gemakkelijk te maken en daarmee binnen ieders bereik.

Voor 4-6 porties:

500 gram hüttenkäse

2 eetlepels aardappelmeel

100 gram poedersuiker

1 ei

4 eieren, gesplitst

kaneelpoeder

30 gram geconfijte sucadesnippers

30 gram geconfijte sinaasappelsnippers

1 eetlepel Oloroso sherry

boter

Pureer de hüttenkäse in een foodprocessor tot een gladde massa (of druk de kaas door een fijne bolzeef). Doe de kaasmassa over in een ruime kom. Roer er 80 gram van de poedersuiker, aardappelmeel en 1 theelepel kaneelpoeder door en vervolgens het ei en de eierdooiers, de sucade- en sinaasappelsnippers en de sherry. Vet een springvorm (doorsnede 18-20 centimeter) dun met boter in en bestuif de vorm met bloem. Klop de eiwitten, onder toevoeging van een snufje zout, tot stijve pieken. Spatel het eiwit, in gedeelten, luchtigjes door het kaasmengsel. Giet het kaasmengsel in de voorbereide springvorm (de massa moet de springvorm slechts voor 2/3 vullen) en bak de kaastaart 25 minuten in een op 200ß8 C voorverwarmde oven, of tot zij gerezen is en een goudbruin korstje heeft gekregen. Temper de oven dan tot 175ß8 C en bak de taart nog 30-35 minuten. (De taart is gaar als een metalen spies die in de taart wordt gestoken, er weer schoon uitkomt.) Laat de kaastaart afkoelen, haal rondom een mes langs de rand van de taart en verwijder de ring van de springvorm. Bestrooi de kaastaart vlak voor het serveren dik met de resterende poedersuiker en stuif er luchtigjes nog wat kaneel over.