Franse wijnboer wil Gatt-akkoord

PULIGNY MONTRACHET, 6 DEC. De 't' wordt niet uitgesproken. Zo is er zo veel in de Bourgogne dat je moet weten. Voor de liefhebber is de tocht van Dijon naar het zuiden een aaneenschakeling van dromerige etiketten: Gevrey Chambertin, Vosne Romanée, Nuits-St. Georges, Aloxe Corton, Meursault. Maar het is in die dorpen gewoon hard werken. De Bourgogne-prijzen en -verkoop zijn gekelderd, de voorraden opgelopen. Daarom moet Frankrijk het GATT-akkoord gewoon tekenen.

Louis Trébuchet voldoet niet aan het stereotiep van de wijnboer, noch van de handelaar met een rode neus die te weinig uitspuwt bij het proeven. Hij is een man van midden veertig die tien jaar geleden voor zichzelf is begonnen. Zijn wijnhuis Chartron et Trébuchet maakt ieder jaar 30.000 kisten wijn van eigen domaines (10 hectare) in Puligny Montrachet en van druiven die bij andere wijnbouwers in de omgeving worden gekocht.

Trébuchet is loco-burgemeester van Beaune - politiek staat hij centrum-rechts (dat betekent aan de linkerkant van de coalitie in Parijs) -, lid van de Regionale Raad van de Bourgogne en vice-president van het Bureau Interprofessionel des Vins de Bourgogne. Hij weet hoe Puligny Montrachet in elkaar zit en hoe je het aan de man brengt. Dat laatste is een probleem de laatste jaren.

“Wij zijn bezig, hoop ik, uit de ergste crisis sinds de jaren '30 te komen. De prijzen in de Bourgogne gaan op en neer in cycli van vijf, zes jaar. Als daar een lage dollar en een ingezakte wereldeconomie bij komen, dan zijn wij in nood. De laatste drie jaar zijn heel goede Bourgogne-jaren geweest, maar de prijzen zijn nu gemiddeld vijftig procent lager dan in '89.”

Bij de jaarlijkse wijnveiling van de domeinen van de Hospices de Beaune werd twee weken geleden opnieuw een prijsdaling van 21 procent genoteerd. Die kwam bovenop de dalingen van '92 (13 procent), '91 (30 procent) en '90 (20 procent). Dat is maar een aanwijzing van wat er met de Bourgogne-prijzen gebeurt. Bij de grote Bordeaux-wijnen is de prijsval niet minder.

Trébuchet: “Deze ontwikkeling betekent dat wij een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs kunnen bieden. Maar dan moeten de grenzen wel open staan. Wij kunnen geen mislukking van de GATT gebruiken. Precies een jaar geleden dreigden de Amerikanen de invoer van witte wijn uit Frankrijk te gaan aanpakken met een strafheffing. Witte Franse wijn, dat betekent veel Bourgogne. En dat terwijl wij volstrekt ongesubsidieerd, op eigen kracht verbouwen, verkopen en exporteren. Het zal er wel mee te maken hebben gehad dat de toenmalige minister van landbouw, Soissons uit de Chablis-streek komt.”

De Bourgogne-maker vertelt een ander verhaal dan de hernieuwde campagnes van het groene front Frankrijk en de wereld willen doen geloven. Dit weekeinde stonden de boeren weer voor de GATT-gebouwen in Genève. Vorige week publiceerden zij een enquête waaruit bleek dat 72 procent van de Fransen wil dat Frankrijk op landbouwgebied een exportmacht blijft, terwijl 88 prodcent het ermee eens is dat het iedereen aangaat dat het Franse platteland geen verlaten woestenij wordt.

Bourgogne is nog steeds een ambachtelijk produkt. Een domaine van vijf hectaren is al flink. De wijnproducenten drijven bedrijven die met kennis en ervaring van vader op zoon, en steeds vaker ook van vader op dochter overgaan. Dat vergt veel spaargeld, want, vertelt wijnbouwer Chopin uit Nuits-St. Georges, “de successiebelasting van vijftig procent is bijna niet op te brengen. Zij berekenen dat over de exploitatiewaarde van de grond, maar voor ons is dat ons enige produktiemiddel. In twee generaties kopen we eigenlijk ons hele bedrijf opnieuw.”

Ook deze Bourgogne-maker klaagt overigens niet. 'De Franse landbouw' zet de regering in Parijs onder druk om geen akkoord met de Amerikanen te tekenen dat de (gesubsidieerde) export een strobreed in de weg legt. Maar het gaat in werkelijkheid om de graanboeren. Vice-president Trébuchet van het Bourgogne Bureau: “Wij willen een GATT-akkoord, niet omdat we er beter van worden, maar omdat we anders weer tariefoorlogen krijgen. Het gaat om aanzienlijke exportcijfers; 45 procent gaat naar landen buiten de EG. Twintig procent van onze export van witte wijn gaat naar de VS. Het gekke is dat het merendeel van de gesubsidieerde landbouw-export naar landen binnen de Gemeenschap gaat, dus waar hebben we het over?”

Hoe kunnen sommige boeren de regering dan zo onder druk houden? Trébuchet: “Dat is de electorale kracht van La France Rurale.” Daar horen u en uw kiezers toch ook bij? “Ja, alleen sommigen maken meer lawaai. Er zullen wel een paar concessies uitkomen. En dat is dan weer dat.”

Het Bourgogne Bureau heeft zich nu te langen leste ook zachtjes in de strijd geworpen. Het pleit voor vrijheid. Men vraagt geen steun en een beperking van de belemmeringen. In dat verband wordt ook de EG-politiek om de wijnproduktie te verminderen als buitengewoon onwenselijk en onredelijk ervaren. “Wijn uit de Bourgogne is vooral een cultureel produkt”, zegt het bureau in een recente pro-GATT-verklaring. Die gedachte verdient verdediging, maar niet ten koste van anderen, aldus de fiere tekst. Men vraagt geen dam tegen goedkopere wijnen uit EG-landen als Portugal, Spanje en Italië.

Louis Trébuchet: “Europa moet geen grenzen hebben en de markt niet ringeloren. Wij maken niet meer dan we kunnen verkopen. Wij veroorzaken geen Europese wijnbergen. Wij zijn niet bang, wij zijn voortdurend in het buitenland. Onze kwaliteit en reputatie moeten genoeg zijn. Wij hebben een oud produkt, maar we passen ons voortdurend aan de markt aan. Terwijl Bourgogne voor Fransen in de eerste plaats rode Bourgogne betekende, drinkt de rest van de wereld meer witte Bourgogne. Die maken we dus. Fransen gaan langzamerhand ook steeds meer wit drinken. Zij laten zich wel beïnvloeden.”

Een serieus gesprek over wijn kan niet goed eindigen zonder een proeverij, drukte of geen drukte. In een zeer koele ruimte met oude gewelven trekt Louis Trébuchet eerst een Aussey-Duresses 1991 open. De woorden van de brochures dringen zich op: een heerlijke ronde lunchwijn, met niet-opdringerig doch onmiskenbaar karakter. Deze wijn verlaat de producent voor een tientje en is in Nederland voor ongeveer twintig gulden te koop.

Vervolgens komt een een Puligny Montrachet 1991, Clos du Cailleret, mise à la propriété aan de beurt. Geen gering glas, een gulden of vijftig per fles. En dan de Bâtard-Montrachet 1990. Die had een half uurtje open kunnen staan, en is volgens de maker na tien jaar pas op zijn best, maar ook nu al is te proeven dat het hier gaat om een kunstwerk. Een witte bewaarwijn, die zeker twintig jaar mooi blijft.

Niet bekend