Europa kan niet zonder Euro-Disney

Had ik toch naar Disneyland moeten gaan, nu ik eenmaal in Orlando was? Mijn hotel was vol landgenoten die, op weg naar Caribische Bounty-eilanden, een tussenstop in Florida maakten om die virtuele werkelijkheid van Walts Wonderland te ervaren. Een Amerikaans collega had mij nog wel aan een moreel alibi geholpen: “Je moet er eenvoudig naartoe als je iets van de Amerikaanse werkelijkheid wilt ervaren. Beschouw het maar als een vorm van social study.” Maar de vermoeidheid na een caleidoscopische lezingtoer versterkte het intellectuele dédain. Hoe heerlijk om uit Parijs terug te komen en te kunnen zeggen dat je de Eiffeltoren links hebt laten liggen.

Mijn sociologische horizon reikte niet verder dan het hotel, de akelig groene golflinks en het terrein van een privéschool waar een bijscholingscursus Latijn werd gehouden. In de particuliere onderwijssector, waarvan het marktaandeel op 10 procent wordt geschat, heeft Latijn nog steeds een sterke positie. In sommige delen van de Verenigde Staten is de vraag zo groot dat in allerijl docenten worden omgeschoold: jij hebt toch vroeger een jaar Latijn op de high school gevolgd? Jij hebt Italiaans gestudeerd; dat heeft toch veel weg van Latijn, niet? Omdat privéscholen vrij zijn in hun benoemingen, hoeven docenten - anders dan aan public schools - niet gekwalificeerd te zijn. Zo ontstaat een paradoxale situatie: public schools hebben de leraren met de vereiste papieren en betalen de hoogste, gegarandeerde salarissen uit, maar allerlei rekeningen van de Amerikaanse onzorgzame maatschappij worden er gepresenteerd. Daarom is het peil laag en het afknappercentage omgekeerd evenredig hoog. Het zijn soms de beste leraren die omwille van de arbeidsvreugde een baan bij een private school prefereren. Als ze zelf een stel kids inbrengen, springen ze er ook financieel uit. Ze zijn vrijgesteld van de schoolgelden, die kunnen oplopen tot 11.000 dollar per jaar per kind, zoals op een school in Lawrence Long Island, die ik tevoren had bezocht.

In het luchtgekoelde lokaal van het schoolcomplex in Orlando zaten zo'n 15 leraren te zwoegen op rijkelijk geannoteerde teksten van Plinius minor. Een aantal worstelde met zulke beginnersmoeilijkheden dat zij nog lang niet toe waren aan mijn bijdrage, een workshop over het beleven van antieke literaire teksten, een reeks spelletjes die - naar de Nijmeegse literatuurdidacticus - wel eens Wam-de-Mooren wordt genoemd.

Tot verdieping van sociale studiën kwam het bij de substantiële lunch, waarbij we ons door een T-bone steak heenwerkten. Bij de drinks werd opeens gevraagd: wat zijn eigenlijk de Europese 'stereotypes' over Amerika? Uit naam van de 500 miljoen bewoners van het avondland barstte ik los: easy-going, oppervlakkig, overrompelend gastvrij, gewelddadig, nice (maar niet meer dan dat), bruut kapitalistisch, wel efficiënt, vitaal ... De Amerikaanse deelnemers aan het symposion zagen 'ons' als omstandig, formeel en geraffineerd. De Europeanen hadden ook de akelige gewoonte in het voorbijgaan op straat je recht in de ogen te kijken: dat werd als 'offensive' gezien.

Opeens vloeiden de eeuwen ineen. Een tafelgesprek als het onze kon 2000 jaar geleden hebben plaatsgevonden in een Romeinse villa aan de Campaanse kust of tijdens een van de Attische nachten waarin Romeinen op studieverlof discussieerden met Atheense cultuurdragers. Ook de oudheid kende de subtiele haat-liefde-verhouding tussen de Oude en Nieuwe Wereld. De Grieken keken op de Romeinen neer als cowboys zonder benul van de diepere dingen. De Romeinen minachtten de Griekjes, Graeculi, omdat ze zich met muizenissen bezighielden en bij alle bespiegelingen niets tot stand brachten: zonder de protectie van Rome was Hellas allang ten prooi gevallen aan de barbaren. Het 'Lafayette, here we are' van 1917 heeft parallellen in filhelleense interventies door de Romeinen in de tweede eeuw voor Christus.

Anderzijds koesterden de Romeinen een diep respect voor de Griekse wijsheid en kunst: Graecia capta Romam cepit, het veroverde Griekenland veroverde Rome. Een opvoeding was niet compleet zonder een 'Groote Tour' langs de Helleense cultuurcentra, zoals nog in de tijd van Henry James en Edith Wharton rijke Amerikanen deden. In hun kielzog 'doen' hun gedemocratiseerde nazaten nog steeds Europa. Door plundering of aankoop verkregen de Romeinen Griekse kunstschatten en verscheepten die naar Italië. Amerikaanse musea munten uit door de kwaliteit van hun Europese collecties en de bibliotheken zijn monumenten van volledigheid.

Bij alle depreciatie konden de Grieken zich niet onttrekken aan de fascinatie van de 'Roman way of life'. Het Dionysostheater tegen de helling van de Acropolis, dat wij met ontzag betreden als de plaats waar Aischylos en Sophocles zijn opgevoerd, werd aangepast. Sinds marmeren platen de orchestra omzoomden, was het risico beteugeld dat vechtende gladiatoren het publiek verwondden. Dit multi-functioneel maken van theaters was eerder regel dan uitzondering.

Waarom ergeren wij ons over de Amerikaanse soap? De Franse regering werpt zich zelfs op als leider van een Europees cultuurdefensief. In het land dat nota bene Donald Duck en zijn neefjes in huis haalde, heerst onverholen voldoening over de déconfiture van Euro-Disney.

Dezer dagen heb ik materiaal over ons archeologisch pretpark Archeon in Alphen aan den Rijn naar Amerikaanse collega's gestuurd: we hebben nog veel van elkaar te leren. Misschien is het tijd eens de bus te nemen naar Marne-la-Vallée: als Euro-Disney toch tegenvalt, brengt Bofills classicistische architectuur de troost van het Europa-gevoel.