...en het andere, sociale gezicht

Ook in andere opzichten sporen het imago van het CDA in Den Haag en het beeld dat uit onderzoek naar voren komt niet met elkaar. De afgelopen weken moest Brinkman zich verzetten tegen het beeld van de asociale hakker en snijder in verworven rechten van WAO'ers en toekomstige rechten van mensen in de bijstand. Het CDA kon dat gemakkelijk doen, luidde het in PvdA-kring wat bitter. De christen-democraten hebben, in tegenstelling tot de socialisten, immers weinig kiezers in die regionen?

Afgelopen vrijdag echter maakte Brinkman, uitgerekend op een bijeenkomst van fractievoorzitters met topondernemers in Kasteel Wassenaar, bekend dat niet de PvdA maar het CDA tegenwoordig de grootste partij onder de laagste inkomens is. De onderzoeker Maurice de Hondt, ook op de bijeenkomst aanwezig, vulde na afloop het beeld verder aan. Was in 1989 de PvdA nog veruit de grootste partij in de laagste inkomensregionen met een aanhang boven de vijftig procent (CDA 25%), dit jaar is die gezakt tot 22 procent, zo had zijn bureau Interview uitgerekend. Het CDA bleef gelijk met 25 procent. Het wierp de vraag op of het verschil tussen beide partijen langzamerhand niet is dat het CDA meer de waarheid durft te zeggen tegen die achterban dan de PvdA.

Aan de woordvoerder van de PvdA, D. Istha, zal het niet liggen. Die wil best harde waarheden vertellen, al moet men buitenlandse kranten lezen om dat te ontdekken. Istha werd vorige week woensdag geciteerd in het Amerikaanse dagblad voor het grootkapitaal, The Wall Street Journal. Daarin uitte hij enige tough talk over de toekomst van de sociale zekerheid in Nederland. “In order to save the social security system, we must make it cheaper and simpler. Some drastic measures have to be taken”, zei hij volgens de Journal. Wie het PvdA-verkiezingsprogramma doorleest komt daar wat betreft de sociale zekerheid niet zoveel drastic measures tegen, hoogstens opbrengsten van fraudebestrijding en dergelijke. De vraag is dus namens wie Istha daar eigenlijk sprak. (KV)