Eenmansregime Arafat wekt weerstanden

PLO-leider Yasser Arafat beschikt over een grote variëteit aan vijanden in Palestijnse kring en daarbuiten die om uiteenlopende reden proberen hem beentje te lichten. Maar ook zijn medestanders, voorstanders van de toenadering tot Israel, voeren nu campagne tegen hem. Zij eisen met name een democratisering binnen de PLO.

Arafats autoritaire stijl van leiderschap roept al jaren weerstand op, en heeft verscheidene malen crises binnen de Palestijnse Bevrijdings Organisatie veroorzaakt. Elke keer weer slaagde Arafat erin de kritiek te smoren zonder zijn gewoonten noemenswaard te hoeven veranderen. Uiteindelijk is er voor hem geen (internationaal) geloofwaardig alternatief: het is niet zo simpel Mr. Palestina aan de kant te schuiven.

Er is nog steeds geen kroonprins. Arafat hoedt zich er wel voor zo'n bedreiging voor zijn eigen positie te creëren, waarbij hij zich - niet toevallig - in het gezelschap bevindt van andere autoritaire leiders als Saddam Hussein en Hafez al-Assad. Het is een belangrijke reden waarom zijn positie ook nu geen direct gevaar loopt. Daarnaast is hij natuurlijk de man die voor het eerst de Palestijnen iets heeft gegeven om op voort te bouwen.

Maar de medestanders die zich nu onder zijn tegenstanders hebben geschaard, zijn om diezelfde reden goed gemotiveerd. Zij weten dat nu in feite de basis wordt gelegd voor een Palestijnse staat, hoe ver die misschien de jure nog weg is. In zo'n fase kan Arafats vaak chaotische en persoon-gebonden één-mansregime over de PLO een rampzalige uitwerking hebben. Mahmoud Abbas (Abu Mazen), die op 13 september in Washington het akkoord met Israel tekende, vervolgens als potentiële kroonprins door Arafat in een isolement werd geplaatst en nu een hoofdrol speelt onder zijn critici, zei vorige maand dat als de PLO inderdaad uit is op de totstandkoming van een onafhankelijke Palestijnse staat “ze nieuwe kleren moet aantrekken en in een nieuwe geest denken”. Zo niet, dan wordt de komende Palestijnse autonomie niets anders dan “de bezegeling van de bezetting”.

De PLO bevindt zich op het ogenblik in de hachelijke overgangsperiode van bevrijdingsbeweging naar gezagsdrager. In die eerste rol kan een leiderschap zich veel veroorloven: zwak-gefundeerde propaganda vormt een belangrijk deel van de werkzaamheden en een gebrek aan resultaten kan worden toegeschreven aan internationale komplotten van de buitenwereld of gewoon met de mantel der liefde worden bedekt. Maar is eenmaal het doel bereikt, dan is er geen oorlog meer om zich achter te verschuilen. Dan verwacht de aanhang concrete verbetering na jaren van ontberingen ten bate van de strijd. En snel.

Veel guerrillabewegingen die het tot autoriteit hebben gebracht, hebben er vervolgens weinig van gemaakt: zie het Frelimo in Mozambique of de MPLA in Angola, zie de onderling oorlogvoerende mujahedeen in Afghanistan. En de PLO valt het ook niet mee.

Arafat heeft in de loop der jaren steeds meer (financiële) macht aan zich getrokken. Tegelijkertijd zijn vooraanstaande medewerkers die invloed op hem konden uitoefenen, vermoord: Abu Jihad, Abu Iyad. En zo brengt Arafat nu als regeringsleider in spe evenzeer in praktijk wat hij als guerrillaleider deed. Hij houdt zijn internationaal profiel glanzend door van de ene hoofdstad naar de andere te reizen. En hij beloont vrienden voor geleverde diensten met prettige posten, hij koopt tegenstanders af met prettige posten. Het is een praktijk die vaak niet de beste in belangrijke functies doet belanden, die corruptie bevordert en die aan alle kanten veel wrevel oproept.

Een goed voorbeeld is de nieuwe Economische Raad voor Ontwikkeling en Wederopbouw, een orgaan dat de buitenlandse ontwikkelingshulp aan de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever moet doorsluizen. Tot woede van vooraanstaande Palestijnse economen benoemde Arafat zichzelf als voorzitter, en zijn 'minister van buitenlandse zaken', Farouk Kaddoumi, als een van de vice-voorzitters. Kaddoumi was aanvankelijk een fel tegenstander van het akkoord met Israel. Na de ondertekening bezocht hij Bagdad en Damascus om het verzet ertegen te coördineren, maar inmiddels houdt hij zijn bezwaren voor zich.

Economen en zakenlieden weigerden om deze reden in de Raad zitting te nemen. Een van hen, Yusef Sayigh, liet weten: “Het werk zal niet doelmatig zijn in deze samenstelling (..) omdat de voorzitter en de twee vice-voorzitters geen deskundigen zijn en politieke overwegingen zullen tellen in de besluitvorming in plaats van economische en technische motieven.” Erger: de Wereldbank, die van buitenlandse donors twee miljard dollar ter beschikking heeft gekregen voor de Palestijnen, heeft gewaarschuwd dat op deze wijze vertraging zal komen in het hulpproces. Ook de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben in deze zin gewaarschuwd. De Noorse minister van buitenlandse zaken, Johan Jorgen Holst, die Israel en de PLO dit jaar tot elkaar heeft gebracht, is speciaal naar Tunis gegaan om Arafat duidelijk te maken dat er alleen buitenlands geld komt als er garanties zijn dat die op het juiste adres terechtkomt.

Verscheidene critici, onder wie Suleiman Najab, een invloedrijk lid van het Uitvoerend Comité (het dagelijks bestuur van de PLO) hebben vorige maand in een memorandum aan Arafat hervormingen van zijn stijl van leiderschap geëist. In een niet mis te verstane hint eisten zij een democratisering en stelden zij dat het “politieke leiderschap zou moeten leren van zijn vroegere fouten dienaangaande”. Voorts is een centraal punt in hun memorandum dat een groter beroep wordt gedaan op erkende specialisten voor de verschillende onderhandelingsfora met Israel en voor de nieuwe Palestijnse bestuursorganen. Op het memorandum kwam geen respons.

Vorige week boycotten Mahmoud Abbas, PLO-woordvoerder Yasser Abed Rabbo en Najab een informele zitting van het Uitvoerend Comité uit protest tegen Arafats manier van doen. Daarop kwam uiteindelijk een reactie. Arafat inviteerde hen vrijdag voor een speciale zitting van het Uitvoerend Comité, waarop hij akkoord ging met de vorming van een nieuw orgaan dat op alle onderhandelingen met Israel moet toezien.

Het lijkt voorlopig niet veel meer dan een gebaar. In feite s er al zo'n soort commissie, onder leiding van Mahmoud Abbas. Die is echter slechts eenmaal, in oktober, bijeen geweest. Abbas heeft dan ook volgens PLO-zegslieden lidmaatschap van het nieuwe orgaan afgewezen. Op 9 december zou het Uitvoerend Comité de zaak verder bespreken. Arafat is intussen weer op reis gegaan.