Duitsland viert Heesters' verjaardag met rode rozen en zonder vragen

Johannes Heesters, de operettezanger die vanwege zijn oorlogsverleden in Nederland persona non grata is, vierde dit weekend in Berlijn zijn negentigste verjaardag. De oorlog? Tussen het in avondkleding gestoken publiek leek die een stofje roet op een witte handschoen, of nóg minder.

BERLIJN, 6 DEC. De in Nederland wegens zijn oorlogsverleden omstreden operettezanger Johannes Heesters heeft afgelopen zaterdagnacht met ovationeel applaus door een idolaat publiek in het Berlijnse Metropol Theater zijn negentigste verjaardag gevierd. Filmactrices met wie hij in de jaren dertig en veertig op het witte doek speelde, zaten met betraande ogen op de eerste rij.

Caterine Valente, Simone Pulver en Edith Schollwer wensten hem persoonlijk geluk met rozen, een gedicht of een lied. Aan het slot van het feestelijke glittergala zongen de meer dan duizend toeschouwers vol verve Happy Birthday en Zum Geburtstag viel Glück. De burgemeester van Berlijn huldigde de zanger met het erekruis van de stad Berlijn wegens zijn 'artistiek engagement' en 'grote verdiensten voor de Berlijnse cultuur'. Johan Heesters zou een “voorbeeld moeten zijn voor iedereen”, aldus de burgemeester.

Zoals Duitsland de operettekoning fêteerde, zou in Nederland onmogelijk zijn. De champagne stroomde, het regende rozen in het musical- en operettetheater aan de Friedrichstrasse, op loopafstand van het voormalige Checkpoint Charlie. Het oorlogsverleden van Johan Heesters (Jopi, zoals hij telkens liefkozend werd genoemd) verdween onzichtbaar achter de stortvloed aan lofprijzingen. Dat Heesters de geliefde zanger van Hitler was in Die lustige Witwe, de lievelingsoperette van de Führer, dat Heesters aan de dis werd genodigd door Goebbels, dat hij tijdens de oorlog door heeft gezongen en vooral dat hij zich in 1941 rond liet leiden door Dachau, heeft hem in zijn geboorteland Nederland tot persona non grata gemaakt.

Hoewel het onbewezen is dat Heesters in het concentratiekamp heeft gezongen, zal het Nederlands Dachau Comité met lede ogen deze huldeblijken hebben aangezien. De protesten tegen het televisie-gala bleven van Duitse zijde ongehonoreerd. Aan de ingang van het theater worden handtekeningen uitgedeeld: die zijn afkomstig van beroemdheden uit de wereld van show en televisie, bestemd voor de plakboeken van bewonderaars. Johan Heesters heeft zelf inmiddels verklaard niet meer naar Nederland of zijn geboortestad Amersfoort terug te gaan. Hij laat zich niet onheus bejegen, al weet hij dat Nederland 'boos' op hem is.

Tussen de verguizing hier en de verafgoding drüben ligt een wereld van verschil. Voor de naoorlogse-taxichauffeur die in zijn jeugd niets anders hoorde dan Johan Heesters bestaat die oorlog eenvoudigweg niet meer, zo werd me op de heenweg snel duidelijk. Een bezoekster in avondtoilet die haar leeftijd zorgvuldig heeft weggeschminkt, en naast wie ik toevallig voor aanvang een glas Sekt drink, begint uit zichzelf over de oorlog: “Nun ja, vorbei... Doch?” Ze maakt een wegwuivend gebaar, werpt me een korte blik toe en verdwijnt tussen de toeschouwers.

Voor heren was kleines Schwarz voorgeschreven, voor dames Abendkleidung. Tussen het zwart en helrood schemert veel spijkerstof en een enkel T-shirt. De operettekoning spreekt een groot publiek aan. Er zijn echtparen die elkaar onmiskenbaar ontmoet hebben in dit theater, waar Johan Heesters meer dan vijftig jaar geleden zijn eerste triomfen vierde met Hochzeitsnacht im Paradies of Der Graf von Luxembourg. Getroost door zijn stem is zj misschien wel de oorlog doorgekomen, wie weet.

Onvoorstelbaar groot is de opkomst van jong publiek, te beginnen bij amper in de twintig. Zowel rijpe dames die gelukzalig stralen als jonge meisjes dragen bosjes rozen bij zich, die ze na afloop aan de jubilaris overhandigen. Om de pols een camera. Het belooft de avond van hun leven te worden. Heesters houdt vier generaties in zijn ban: van overgrootouder tot kleinkind.

Nee, de oorlog zal geen schaduw werpen, nog niet het kleinste randje zwart. Charm mit Herz heet het gala. Dat ene woordje 'charme' - degenen die Heesters bejubelen en de toeschouwers kunnen er geen genoeg van krijgen. Hij is een gelukskind, een man begiftigd met de eeuwige jeugd, iemand die de gave verstaat te ontroeren omdat hij een geheime tragiek met zich meedraagt, kortom: hij is een mens. Eén keer lijkt het of een feestredenaar iets gaat zeggen met een verontrustende ondertoon. Hij heeft het over het 'gevaarlijke vak van de boulevardkomediant' voor wie het leven op de planken het allerbelangrijkste is; wat daarbuiten gebeurt, kent hij niet, weet hij niet. Er volgt een stormachtig applaus. De volgende avond, bij de uitzending voor de televisie, blijkt deze passage met daarin het woord 'gevaarlijk' geschrapt.

Dat de oorlog vergeten en vergeven zou zijn, is te zwak uitgedrukt. Het publiek in Berlijn lijkt als op afspraak besloten te hebben nooit meer die halve eeuw terug te blikken. Bovendien: Gustaf Gründgens, Bernhard Minetti, Marika Rökk en al die anderen lieten zich door het nazisme toch evenmin uit het theater verbannen? De redenering is even simpel als doeltreffend: in die onzalige tijd werd de politieke situatie steeds troostelozer, daarom haakten de mensen naar amusement. Heel slim, en tegelijk cynisch, hebben de machthebbers van toen de artiesten voor zich weten te winnen. Zij hebben 'gedankenlos' het systeem bediend, omdat ze leven wilden en carrière maken.

Johannes Heesters is in Duitsland de verpersoonlijking van de charmeur, de cavalier, de man voor wie 'ganze Armeen' van vrouwen zich staan te verdringen. Want daar gaat het in die sentimentele, licht-erotische wereld van de operette om: zoetgevooisde, romantische, dweperige liefde. Dit droombeeld mag onder geen beding worden verstoord, voorbije oorlog of oorlog die nooit voorbijgaat, eigenlijk doe het er niet toe.

Het rokkostuum past Heesters als een tweede huid; de cilinderhoed is hem als een kroon. Zo komt hij ook op, in rokkostuum, tegen een kitscherige achtergrond waarin witte handschoenen en zwarte hoeden domineren. Stormachtig applaus, schoengeroffel. Langbenige revuemeisjes dansen om hem heen. Alles is in scène gezet, suikerzoet, onbeschaamd schwärmerisch, het fondant van onbetwiste gelukzaligheid wordt geen seconde bitter.

Toegegeven, niemand geeft Heesters negentig jaar, al zijn zijn bewegingen wat stram. Er treden vijf zangers op met de Schlager 'Da geh'ich ins Maxim'; hij valt tegen het eind in en zingt de heren in een ademtocht van het podium. We zien op grote schermen opnamen van films als Immer nur Du, Heute heiratet mein Mann en Viktor und Viktoria. En uit die films altijd de liefdesscènes, waarnaar zowel Heesters als de vedettes van toen met ons meekijken.

De zaal is zo snel ontroerd en de regie speelt daar zo genadeloos op in, dat ik op gegeven moment dacht te verdrinken in de vloedgolf van sentiment en adoratie, en hevig naar adem begon te snakken. Twee dochters van Heesters, Wiesje en Nicole, brengen een welgemeend lied ten gehore waaruit blijkt dat ze hun vader zelden zagen. Hij was òf in de film òf op toernee. De eerste is pianolerares in Wenen, de andere zangeres. Er vloeien tranen bij de jarige man. In vlekkeloos Nederlands zingt Nicole Heesters, dat hun vader altijd zei: 'Dat is mijn leven, dat is jullie leven'. Het Nederlands accent is Heesters nooit kwijtgeraakt.

Opvallend is dat de Duitse kranten Johannes Heesters de hand ferm boven het hoofd houden. Een uiterst cultureel en betrouwbaar blad als de Frankfurter Allgemeine Zeitung verbaast zich in het kunstkatern erover dat de 'holländische Landsleute' Heesters nadragen zo 'Nähe zum Regime' te zijn geweest. Waarom zou men Heesters vanwege zijn onweerstaanbare charme 'schelten'? Aldus de slotregel in de Frankfurter.

De Berliner Zeitung wijdt driekwart pagina aan Heesters, grondig gedaan, zowel beschouwing als interview. De kop geeft al aan waar het over gaat: Heesters als 'Bonvivant, Luftikus, Bruder Lustig'. De lichtzinnige, luchthartige man dus, die, aldus het interview “meteen na zijn dood met Petrus champagne wil drinken”. Hitler en Goebbels komen voor in het interview, maar en passant, net of het figuranten zijn uit een onbestaanbare tijd. Ze doen werkelijk niet ter zake. Heesters verzucht, nadat hij uit de doeken heeft gedaan hoe Hitler hem in zijn loge ontbood na een uitvoering van Die lustige Witwe: “So bin ich mit Hitler bekanntgeworden.”

De volgende en laatste vraag van de Berliner Zeitung is wat Johan Heesters gaat zingen op het gala. De oorlog als onderwerp van gesprek is bijzaak, een stofje roet misschien op Heesters witte handschoenen. Het is zeker, althans in Duitsland, dat het stofje roet wegwaait. Net zoals de Frankfurter Zeitung het beredeneerde: de oorlog, dat is een obsessie van Heesters Hollandse landgenoten. Diezelfde oorlog die in Duitsland begon, gaat nu aan Duitsland voorbij.

Eén ding is zeker: het publiek in Berlijn zoekt de roes van vergetelheid, opdat men op het gala van Johan Heesters wil genieten. Waarom wordt meteen na afloop Johannes Heesters een half uur lang omstuwd door fotografen, door mannen en vrouwen met rozen? Omdat hij er 'blendend' en eeuwig jong uitziet. Waarom koopt iedereen na afloop zijn autobiografie Ich bin Gott sei Dank nicht mehr jung? Ik ook, en ik lees het tot diep in de nacht, en het gaat niet over Hitler-Duitsland en evenmin over schaamte om Dachau.

Het gaat over onbekommerd geluk, over eeuwig blauwe hemelen, over succes en gemakkelijke liefde om in te happen als in een suikerspin. Heesters zelf zegt daarover dat hij 'de mensen een paar mooie uren heeft bezorgd'. En wat is daarop tegen? Als laatste lied zingt hij Ich möchte jeder Nacht von Ihnen träumen. Daarna stormt jong en oud met rozen of met een plakboek voor een handtekening het podium op. Pas een klein uur later wordt het rustig in het Metropol Theater.