'Doodgewoon een strijd om de macht '; ISLAMITISCHE SAMENWERKING IN NEDERLAND

Een bestuurscoup in de Islamitische Raad Nederland schudde vorige week de moslimgemeenschap in Nederland op. De Raad wordt immers geacht hen “onder zich te verzamelen en te vertegenwoordigen”, al is het er in de twee jaar van zijn bestaan nog niet echt van gekomen. De bestuurders hebben het te druk met hun persoonlijke machtsuitbreiding, denken velen. De nieuwe machthebber heet E. Ates.

Het was een ingetogen bijeenkomst in Den Haag. Een klein zaaltje in het gebouw van de Turkse moskeeorganisatie ISN. Mannen met baarden en een handjevol jongeren richtten zich tot Allah om zijn goedgunstigheid af te smeken voor de Islamitische Raad Nederland. Dat is nu bijna twee jaar geleden en niets duidt erop dat hun gebed is verhoord.

Sinds 23 januari 1992 werken de Islamitische Stichting Nederland (ISN), de Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties Nederland (UMMON) en de World Islamic Mission (WIM), een organisatie van Surinaamse moslims, samen om “alle in Nederland levende moslims onder zich te verzamelen en te vertegenwoordigen”. Dat zijn er inmiddels bijna een half miljoen.

De islam is in een tijdsbestek van 25 jaar na het christendom de tweede godsdienst van Nederland geworden. “De tijd dat islamitische gastarbeiders slechts hun gebedsmat hadden, die zij in de fabriekshal uitrolden, ligt ver achter ons”, schreef de Utrechtse onderzoeker dr. N. Landman vorig jaar in zijn proefschrift 'Van mat tot minaret'. In Nederland staan op dit moment zo'n 350 moskeeën; de islam is geïnstitutionaliseerd.

In de jaren tachtig werd duidelijk dat de moslims, evenals de andere gastarbeiders die naar Nederland werden gehaald, hier zouden blijven en hun gezinnen zouden laten overkomen. Tijd om vrijblijvende gezelligheidsverenigingen om te zetten in serieuze organisaties. En tijd voor de Nederlandse overheid om tijdelijke voorzieningen te veranderen in permanente.

Er moest bijvoorbeeld rekening worden gehouden met moslims in het Nederlandse leger. Niet alleen moest 'rein eten' worden gekookt, ook hun geestelijke verzorging moest op poten worden gezet. Dat gold ook voor moslims in ziekenhuizen en in de gevangenis. De overheid pleitte voor een dienstencentrum met dat doel en stelde geld beschikbaar. Enige voorwaarde was dat er een solide moslimorganisatie kwam, die op een ruime achterban kon steunen. Het is een van de bestaansgronden van de Islamitische Raad Nederland (IRN) geworden.

Een andere belangrijke voorziening in het nog altijd verzuilde Nederland is de omroep. Geen levensbeschouwing, of ze mag hier via de ether bij haar volgelingen binnendringen. Dus werd in 1986, na jaren intensieve voorbereiding, de Islamitische Omroep Stichting (IOS) zendgemachtigde met een halfuur zendtijd op de televisie, twee uur op de radio. De zendmachtiging was in handen van de grootste en best georganiseerde moslimgemeenschap in Nederland, de Turkse.

Twee voormannen van de Turks-Islamitische Culturele Federatie (TICF), I. Görmez en S. Tatli, werden voorzitter en directeur van de omroep. De medewerkers kregen een media-stoomcursus van vijf weken en zo begon de islamitische omroep zijn roerige bestaan. Ruim een jaar later bezetten de medewerkers voor de eerste keer het gebouw. Reden was de magere kwaliteit van de programma's, de oorzaak zochten Görmez en Tatli in elkaars tekortkomingen.

In het conflict dat volgde, zocht Tatli steun bij twee andere moslimorganisaties, de Surinaamse WIM en de Marokkaanse UMMON. Samen wisten ze Görmez uit het zadel te lichten. Tot verbetering van de uitzendingen kwam het niet en de onvrede woekerde nu in drie verschillende organisaties die de schuld bij elkaar legden. Met telkens hetzelfde patroon in de conflicten: Turken tegenover Marokkanen en Surinamers. Een Nederlandse ex-medewerker van de IOS noemt het strijdperk van de omroep “een schaakbord”. “Het was allemaal achterkamertjespolitiek.” En dat werd niet minder toen Tatli ook het veld moest ruimen. In dat 'machtsvacuüm' groeiden de ambities van de spelers.

De uiteindelijke winnaar - en directeur - werd E. Ates, de invloedrijke voorzitter van de TICF, die wel de “leerling van Tatli” wordt genoemd. Onder zijn bewind bleef de IOS een bron van conflicten, volgens betrokkenen omdat Ates de Marokkanen 'klein' wilde houden en zodoende de omroep in handen krijgen.

Met deze erfenis van jaren ruzie en achterdocht besloten dezelfde organisaties samen te werken in de Islamitische Raad Nederland voor de geestelijke belangenbehartiging van de Nederlandse moslims. Voorzitter werd, enigszins verrassend, de jonge rechtenstudent, Ç. Çüorz. Een Nederlandse imam-opleiding stond bovenaan de agenda. Twee jaar later is die er nog niet, evenmin als geestelijke verzorging van moslims in leger, ziekenhuis of gevangenis. Geen wonder, want dezelfde conflicten hebben zich ook in de nieuwe Raad geopenbaard, met als voorlopig dieptepunt een bestuurscoup van Ates waarbij Çüorz en zijn vice-voorzitter het veld hebben moeten ruimen.

Verschillen in geloofsopvatting zitten er niet achter, meent onderzoeker Landman: “Het zijn verschillende moslims, maar wel allemaal soennitisch. Dat verschil is geringer dan tussen katholieken en protestanten. Nee, de controverse gaat over het aantal zetels dat elke nationaliteit moet krijgen, niet over de inhoud van de islam.”

Het lijkt wel, zeggen zowel Nederlandse als Turkse en Marokkaanse betrokkenen, alsof de moslims hun cliëntèle-achtige systeem van vriendjespolitiek hebben meegenomen naar Nederland. In een land met geen of hooguit karige sociale voorzieningen is het systeem bittere noodzaak. Geen oom bij de overheid, of hij regelt een baantje voor zijn neef.

Vooral de Turkse en Marokkaanse moskee-organisaties dragen de culturele erfenis van hun vaderland als een last mee. Ze zijn gewend te besturen volgens het adagium 'wie de meeste vrienden heeft, krijgt het meest zijn zin'. Vandaar dat Ates er zo op hamert dat Çüorz geen goede voorzitter van de Raad kàn zijn: “Hij heeft zelf geen achterban.” Voor Çüorz is dat het bewijs hoezeer Ates in termen van persoonlijke macht denkt.

Zo liepen de perikelen van de Islamitische Raad Nederland, van de Islamitische Omroepstichting en van rivaliserende moslimorganisaties, verenigd in de Nederlandse Moslimraad (NMR), steeds door elkaar. Voortdurend duiken dezelfde personen op in deze boegbeelden van de Nederlandse moslimgemeenschap. Ates is een van de spinnen in dat web, volgens Çüorz: “Hij zoekt contact met wie hij kan gebruiken.”

Ates is de absolute alleenheerser in de TICF, een organisatie die dezelfde achterban claimt als de ISN: de Turkse moskeebezoeker. “Hij heeft binnen zijn organisatie iedereen die een bedreiging voor hem vormde uit de weg geruimd”, aldus S. Abdus Sattar, secretaris van de NMR. Ook de IOS is volgens de Haagse imam A. van Bommel niet vrij gebleven van slechte invloeden. Volgens hem was de omroep verworden tot een 'belangenorganisatie', waar “familieleden werden benoemd” en waar de, vaak incapabele, medewerkers elkaar in de gaten hielden en over elkaar rapporteerden aan het bestuur. “Ates speelde hierin een grote rol.”

Ates heeft zijn macht tot voor kort vooral gebruikt om de UMMON te dwarsbomen, waarmee hij moest samenwerken bij de Islamitische omroep. Deze Marokkaanse moslimorganisatie kwam begin dit jaar in een kwaad daglicht te staan met de publikatie van het boek 'Eerst de Amicales, nu de UMMON'. Schrijver: M. Rabbae, de Marokkaanse directeur van de welzijnsinstelling Nederlands Centrum Buitenlanders en straks samen met Ina Brouwer lijsttrekker van GroenLinks voor de Tweede-Kamerverkiezingen.

De UMMON zou de 'lange arm' zijn van het autocratische bewind van koning Hassan in Marokko. In Nederland levende Marokkaanse moslims zouden stelselmatig worden geïntimideerd, hun familieleden in Marokko desnoods bedreigd, om greep te houden op de onderdanen hier.

Hoewel de getuigenissen in Rabbaes boek overtuigend zijn, is de zaak nooit helemaal helder geworden. Vrijwel geen Marokkaan heeft de beschuldigingen hardop durven uiten. Anoniem en uit de tweede hand komen wel verhalen van intimidaties van iets te vrijmoedige geestelijken en gelovigen die even bij het moskeebestuur (lees: de UMMON) worden geroepen en vervolgens worden bedreigd of zelfs mishandeld. “Het zijn moeilijk hard te maken beschuldigingen”, concludeert Landman.

Voor Ates kwamen de beschuldigingen van Rabbae als geroepen. Hij verklaarde categorisch niet meer met de UMMON te zullen samenwerken - wat hij toch al niet wilde. “De UMMON is corrupt en antidemocratisch”, zo stelde hij. Vervolgens zocht hij zijn heil bij de Nederlandse Moslimraad. Volgens Van Bommel, toen lid van die organisatie, stonden Ates en de Moslimraad “op het punt de IOS te redden”. Doordat Ates de grootste invloed in de omroep opeiste, is de samenwerking afgeketst. “En hij stond meteen met een advocaat op de stoep”, zegt de secretaris van de Nederlandse Moslimraad, Abdus Sattar.

Ondanks een bemiddelingspoging van Veronica-directeur J. van der Reijden is de IOS deze zomer ten gronde gegaan. “Ze maakten al ruzie over de uitspraak van de omroepster als ze Salaam Aleikum zei”, merkte de bemiddelaar, die het Commissariaat van de media op de hoogte stelde van de hopeloze problemen. Het was met veel tegenzin dat het Commissariaat een paar maanden geleden de zendmachtiging van de IOS afnam, als een boze vader zijn kind een speeltje. En dat deed het alleen omdat er een alternatieve zendgemachtigde voorhanden was: de Nederlandse Moslimomroep, bestuurd door, jawel, de Nederlandse Moslimraad en met als directeur imam Van Bommel.

Nu is Ates weergekeerd in de Islamitische Raad Nederland, als voorzitter ditmaal. Samen met H. Mert, voormalig ambtenaar van het Turkse onderministerie voor geloofszaken en voorzitter van de gezamenlijke Turkse moskeeorganisaties in Nederland, overrompelde hij het bestuur van de IRN en verdreef voorzitter Çüorz en de vice-voorzitter. Volgens de afgezette Çüorz heeft Ates' organisatie, de TICF, altijd gestookt in de Raad. “Omdat zij bij de Islamitische omroep ruzie hadden met de Marokkanen en de Surinamers, moest ik in de Raad ook ruzie met ze maken.”

Dat Ates nu toch samen met onder meer de UMMON in de Islamitische Raad Nederland “alle in Nederland levende moslims onder zich” gaat “verzamelen en vertegenwoordigen”, is volgens hemzelf omdat hij nu van de UMMON heeft begrepen dat het bij de beschuldigingen van Rabbae om een lastercampagne ging. “Een gelegenheidsargument”, aldus Landman. “Het doel van Ates”, volgens de kersverse omroepdirecteur Van Bommel, “is de islamitische omroep weer in handen te krijgen.”

Hoe het ook zij, zolang het gekonkel in en tussen de verschillende organisaties voortduurt, hoeven ze niet te rekenen op een willig oor bij de Nederlandse overheid. Twee jaar lang zocht ex-voorzitter Çüorz van de IRN vergeefs naar openingen bij Binnenlandse Zaken. Telkens twijfelden de ambtenaren aan zijn representativiteit, bang om met een of andere splinterbeweging in zee te gaan. Zolang worden de geestelijke belangen van de moslims dus maar half behartigd. En daarover zijn alle betrokkenen het eens: de moslims in Nederland zijn van alle ruzies niet wijzer geworden.