De lobby van de onverkiesbare socialisten

DEN HAAG, 6 DEC. 'Lobbyen of belobbyd worden' luidt het devies voor de vele afvallers op de PvdA-kandidatenlijst voor Tweede Kamer en Europees Parlement. Eind deze week is het PvdA-congres in Amsterdam, de laatste kans voor politici van de PvdA die zich het slachtoffer voelen van vernieuwing. Ze kunnen er een beroep doen op de afdelingen om wat hoger op de lijst te worden gezet want het congres stelt, als hoogste beroepsinstantie, de lijst definitief vast. Achter de schermen worden partijvrienden gebeld, partijafdelingen om steun gesmeekt en brieven geschreven waarin eigen kwaliteiten breed worden uitgemeten. Van de 49 PvdA-Kamerleden zijn er slechts vijftien 'uitverkoren' om bij de eerste 35 te staan. De meeste niet-verkiesbaren hebben de moed opgegeven, maar enkelen vechten terug.

“Je ontdekt ineens dat andere mensen voor je bezig zijn”, zegt J.J. Feenstra, die in 1988 in de Tweede Kamer kwam en door de partijtop op plaats 41 werd gezet. “Ik heb natuurlijk wel bewilligd in het lobbywerk”, aldus Feenstra. Hij schreef zélf de milieuparagraaf van het verkiezingssprogram 'Wat mensen bindt' en was erg teleurgesteld over de, vooralsnog onverkiesbare, plaats op de kandidatenlijst. “De PvdA vindt milieu belangrijk en ik ben pas op 41 de eerste milieukandidaat”. De 'milieulobby' binnen en buiten de PvdA heeft al een campagne opgezet om Feenstra hoger op de lijst te krijgen.

De Stichting Natuur en Milieu heeft bij het partijbestuur van de PvdA geklaagd over deze concept-lijst. Volgens de Stichting roept de PvdA natuur en milieu in haar program uit tot “speerpunt” maar is er in de concept-kandidatenlijst niets van terug te vinden. Voor een kandidaat die een betere plaats wil is het erg moeilijk om met zichzelf de boer op te moeten; hij moet anderen bereid vinden een goed woord te doen. Het PvdA-gewest Gelderland wil zich sterk maken voor Feenstra. “De kennis over het milieu, de Betuwelijn of het openbaar vervoer moet in de fractie blijven”, zegt P. Bijl, voorzitter van het PvdA-gewest Gelderland. “Wij zoeken steun voor Feenstra”.

Het lobbywerk wordt er niet makkelijker op omdat veel kandidaten een hogere plaats willen. Ook Van Gijzel (plaats 43) hoopt steun uit het milieu-circuit te krijgen. “Ik werd gebeld door mensen die zeggen: 'dat kan niet, we gaan er wat aan doen”'. De actiegroep Vliegverkeer Bijlmermeer is Van Gijzel te hulp gekomen; de landelijke werkgroep milieu en Amsterdamse afdelingen bestoken de andere afdelingen met een 'steunoproep'.

Het wordt dringen want ook de Rooie Vrouwen voeren een lobby, voor hun eigen voorzitter: M. van der Burg die op plaats 39 is gezet. Zij is Kamerlid sinds 1989 en leidt de Rooie Vrouwen. Maar deze ooit machtige organisatie binnen de PvdA onderging een neergang; veel leden liepen weg en de functie van voorzitter is niet meer bezoldigd. Van der Brug wordt nu betaald als Kamerlid, maar als zij niet meer terugkeert zijn de Rooie Vrouwen afhankelijk van de sector 'liefdewerk oud papier'. Er is tegelijk flinke concurrentie van de Jonge Socialisten (JS), die hun voorzitter S. Dijksma (plaats 42) hoger op de lijst willen zetten. De JS zijn echter net als de Rooie Vrouwen aan de marge van de PvdA beland. De JS hebben zelfs de band met de moederpartij voor een tijdje verbroken uit onvrede met het kabinetsbeleid.

De meest fanatieke lobby wordt gevoerd door de Evert Vermeer Stichting (EVS), de Derde-wereldgroep binnen de PvdA. De EVS wil met name J. Verspaget (plaats 35) en M. van der Putten (plaats 9 op de Euro-lijst) een betere plaats geven. Voor de PvdA is de EVS van belang omdat deze groep veel subsidies krijgt, en zo “een rijke club” is. De EVS stuurt brieven aan de afdelingen, en Van Putten zelf heeft een aantal afdelingen 'steunoproepen' laten rondsturen. De PvdA-kandidatencommissie onder leiding van de commissaris van de koningin van Zuid-Holland, S. Patijn, heeft bij de opstelling van deze lijst voor een nieuwe opzet gekozen. “Het is niet de bedoeling dat subsidiehouders een vast recht hebben om pionnen op de lijst te zetten”, zegt een lid van het PvdA-bestuur. “Er wordt gekeken naar kwalitieit, naar vernieuwende aanpak”. Verspaget zou “té verkrampt” zijn, en Van Putten “ongeschikt” voor het parlementaire werk.

Van Putten kreeg een volstrekt onverkiesbare plaats toegewezen omdat ze de Nederlandse lobby om de Europese Centrale Bank (ECB) in Amsterdam te krijgen doorkruiste. Ze zei deze zomer dat Duitsland de ECB niet zou moeten krijgen omdat dit land de oorlog had verloren en verweet premier Lubbers dat hij de ECB weggaf om zelf voorzitter te worden van de Europese Commissie. “Hij heeft natuurlijk geen zin om bij zijn echtgenote thuis op de bank te gaan zitten”, aldus Van Putten. Deze opmerking schoot PvdA-leider Kok, als minister van financiën leider van de Nederlandse lobby, in het verkeerde keelgat. De EVS vindt echter dat Van Putten verkiesbaar moet worden gesteld, ten koste van de journaliste L. van Bladel die op plaats vier staat. Van Bladel, die eind jaren zeventig EVS-voorzitter was, werd door Rottenberg voor de lijst gevraagd op suggestie van PvdA-lijsttrekker H. d'Ancona, de huidige minister van WVC. Zij wilde het lijsttrekkerschap alleen aanvaarden met “een sterke kandidatenlijst” en zij heeft haar vertrouwen uitgesproken in Van Bladel als specialist op het gebied van de Derde wereld.

“De lobby van de EVS is eigenlijk een strijd van oud tegen nieuw”, zegt het PvdA-bestuurslid P. Zelissen. “We hebben bij de nieuwe lijst bewust gekozen voor mensen die openstaan voor nieuwe ontwikkelingen; de mensen die het debat durven aan te gaan en niet voor ambassadeurs van een vaste mening.” Hij hoopt dat de lobbygroepen “fair” blijven en van de strijd om de lijst geen “modderslacht” maken tegen nieuwe kandidaten.

Hoewel er veel telefoon- en briefbewegingen zijn waar te nemen rond de kandidaten is het in de afdelingen rustig. Gewestelijke voorcongressen waar 'lobbywerk' wordt gecoördineerd, worden slecht bezocht. Vóór de periode-Rottenberg lag de macht bij de gewestelijke voorzitters, die om de tafel de lijst opstelden. Nu is de macht in de trojka Kok-Rottenberg-Wöltgens geconcentreerd; zelfs het ooit machtige partijbestuur heeft niets aan de concept-lijst veranderd. “Ik heb geen idee of het lobbywerk nog werkt”, zegt Bijl. Nú moet de lobbyist tegen de partijtop ingaan die van het congres een 'mandaat voor vernieuwing' kreeg. Bijl: “Je moet een congres met enige honderden afdelingen overtuigen om een kandidaat hoger te zetten. Vroeger deden we dat gewoon zelf.”