De biefstuk- contra de popcornwereld

Jeugdtheater: Bos & Lommer, vanaf 8 jaar. Gezien: 1/12, Meervaart Amsterdam. Inl.: 020-664.3603. Pï'poka, door Teatro Munganga, vanaf 6 jaar. Gezien: 21/11, De Krakeling Amsterdam. Inl: 020-623.0623.

Jeugdtheatermakers hebben enerzijds het lastigst denkbare publiek omdat het nog niet geleerd heeft om roerloos en zwijgend een onbegrijpelijke dan wel slaapverwekkende voorstelling uit te zitten. Anderzijds zijn kinderen de meest dankbare toeschouwers, omdat het principe van 'net alsof' in hun leven vaak net zo vanzelfsprekend is als voor de mensen op de speelvloer. Zo hebben Servaes Nelissen en Vincent de Rooy nauwelijks iets nodig om hun opgewekte voorstelling Bos & Lommer te bevolken met de meest uiteenlopende typetjes. Met gepermanente pruiken op veranderen ze in sloverige huisvrouwen, met een kussen onder de trui in de uitgezakte zeurbuurman en onder een rose kleed in Turkse Fatima. Even een hand in een pop zorgt voor een krijsende baby of een woedende hond. Een klomp met neus, brilletje en slaapmuts 'speelt' een mopperige oude boer, een strijkijzer op wielen is de tractor en een oude trapnaaimachine evolueert van schaakbord via melkmachine tot kerkorgel. Het is allemaal even inventief en verrassend.

Het dunne, fragmentarische verhaaltje is minder sterk. Een vriendelijke plattelandsjongen met groene vingers trekt naar de grote stad, waar hij de buurman wordt van een geheel in technische- en vormgevingssnufjes verpakte yup. De mannen vinden elkaar in hun eenzaamheid en belanden uiteindelijk op het dak van de flat, waar ze als twee kinderen idyllisch samen huisje spelen. Het is allemaal nogal brokkelig en bedacht en de karakterisering is wel erg schematisch: de softe sociaal voelende boerenzoon tegenover de egocentrische techneut. Gelukkig behoedt de humor de voorstelling voor moralistische lievigheid.

Ook de Braziliaanse groep Teatro Munganga laat zien dat mensen vriendschap kunnen sluiten, hoe verschillende hun achtergronden ook zijn. In Pï'poka krijgt Têca uit de krottenwijken een beurs voor een rijkeluisschool. Ze sluit er vriendschap met Cecilia die in een duur huis vol bedienden woont. De contacten tussen de twee werelden verlopen moeizaam en eindigen in een slotbeeld met de twee meisjes die rug aan rug zitten te vissen in een zichtbaar uit twee helften bestaande rivier. De verschillende gekleurde stromen mengen zich niet, maar vloeien vredig naast elkaar. Het beeld is hoopvol, maar wel erg nadrukkelijk en uitleggerig, zoals de hele voorstelling.

Pï'poka is gebaseerd op een boek van de beroemde Braziliaanse kinderboekenschrijfster Lygia Bojunga Nunes. Het woord betekent popcorn en symboliseert het voedsel van de armen tegenover de biefstuk van de rijken. In de biefstukwereld is de moeder opgedirkt en hysterisch, in die van de popcorn is moeder aan de drank en afhankelijk van haar dochters troost. De rijke kinderen vertellen op school dat ze van parachute springen en zwemmen in het privézwembad houden, het arme meisje houdt poëtisch van de zee.

Er valt zeker te genieten van een kunstige decor-kist waar verschillende huiskamers en een klaslokaal uitrollen en van de grappige, levensgrote poppen die in de schoolbanken zitten. Toch doet de ontwikkeling van Munganga in de richting van een tikje braaf, maatschappijkritisch theater mij terugverlangen naar hun vroegere voorstellingen, waarin ze niet de verhalen óver, maar ván het Braziliaanse volk vertelden.