DARYL HALL OVER de Philly Sound

“Soul Alone is de puurste soulplaat die ik heb gemaakt. Ik heb geprobeerd mijn hart uit te storten - dat is waar soul over gaat, ten slotte - en te zeggen wat ik dacht en voelde. Of eigenlijk meer voelde dan dacht; er zitten niet zoveel gedachten in. Het is bijna een anti-intellectuele plaat.”

Daryl Hall (1949) praat over zijn nieuwe cd Soul Alone. Het is niet de eerste plaat die Daryl Hall maakt zonder John Oates, met hij wie sinds begin jaren zeventig Hall & Oates vormde. Nu het succesvolste duo uit de Amerikaanse popgeschiedenis heeft opgehouden te bestaan, is het wel voor het eerst dat hij alleen optreedt. Stond hij met Oates jaar in jaar uit in stadions en grote hallen, zijn huidige tournee is een tocht langs kleine clubs, zoals Tivoli in Utrecht waar hij vrijdagavond een prachtig, gloedvol concert gaf.

Een van de nummers op Soul Alone heet I'm In A Philly Mood, een verwijzing naar de beroemde Philly Sound uit Philadelphia, de stad waar Hall werd geboren en opgroeide.

“De Philadelphia songs uit de jaren zeventig, en dan vooral die van Teddy Pendergrass, The Spinners en Harold Melvin, waren een soundtrack bij 'lovemaking'. Muziek uit Philadelphia is heel romantisch; het is laat op de avond, de lichten zijn gedimd, bij dat soort dingen hoort die muziek.

“Philadelphia is te vergelijken met New Orleans en Memphis, steden met een eigen geluid. Toen ik klein was, hoorde ik op de radio alleen Philadelphia-platen en af en toe iets van Motown of uit Chicago. Zoveel muziek in Amerika heeft zijn persoonlijkheid verloren en is gehomogeniseerd, maar Philadelphia heeft nog een eigen individualiteit.”

“De Philly Sound is een klassiek geluid. Oorspronkelijk komt het natuurlijk uit de kerk, het is gospel; vervolgens had je de jongens die op de hoek van de straat doo-wop-nummers stonden te zingen. In de jaren zestig is het van de straat gehaald en in de studio gezet, ondersteund door een ritme-sectie en een groove. Toen ontstond er iets dat de wereld nu kent als de Philly Sound. Het bestaat er nog steeds, het is een traditie die bijna tijdloos is. Ik woon nu een groot gedeelte van het jaar in Londen en ook daar hoor je veel van de Philly Sound terug in de hedendaagse Britse soul.

“De muziek van Hall & Oates werd steevast blue-eyed soul genoemd, maar ik ben nooit erg blij geweest met die kwalificatie. Het veronderstelt dat soul het eigendom is van de zwarte gemeenschap. Maar toen ik opgroeide was Philadelphia nog een geïntegreerde stad: op de straathoeken stond iedereen te doowoppen, zwarte jongens, blanke jongens, Ierse, Italiaanse, noem maar op. Zelf ben ik begonnen als achtergrondzanger bij The Stylistics en The Delfonics in de Sigma Sound Studio van Kenny Gamble en Leon Huff.

“Soulmuziek is voor een belangrijk deel ook ontstaan dankzij blanken. Dat is weliswaar niet zo bekend in de wereld, maar soulmuziek is de muziek van iedereen, het is ook mijn muziek. Op de labels van Motown-platen stond in de jaren zestig niet voor niets: The Sound Of Young America en niet The Sound Of Black America.

“De grootste invloed van buiten Philadelphia op mijn werk waren The Temptations, de beste zanggroep die ik ooit heb gehoord. Maar hoewel ze niet uit Philadelphia kwamen, hadden ze toch het harmoniegeluid dat zo typerend is voor de Philly Sound. En ze kwamen zo vaak in Philadelphia, dat ze bijna een lokale groep waren. Ik kende ze, ik hing altijd bij ze in de buurt en sjouwde dan met hun kleren en spullen voor ze. Het was dan ook verbazend om in 1985 samen met ze op te treden bij de heropening van het Apollo Theatre in Harlem. Als ik de video van dat optreden terugkijk, zie ik mezelf steeds gelukzalig glimlachen - het was zo ontroerend. Optreden met je jeugdidolen - beter kan het nooit worden.”