Begemann geeft banken dochters in onderpand

ROTTERDAM, 6 DEC. Het industriële conglomeraat Koninklijke Begemann Groep heeft de aandelen van een aantal dochterondernemingen in onderpand gegeven aan de banken. De verpanding is een onderdeel van de financiële herstructurering van Begemann, die het concern gisteren heeft bekendgemaakt.

De banken waarmee Begemann het afgelopen weekeinde heeft onderhandeld hebben de kredietverlening verlengd tot 1999. In ruil daarvoor heeft Begemann het eigendom van enkele dochters in zekerheid gegeven. “Naar rato van de omvang van de lening, waarbij de intrinsieke waarde van de aandelen (eigen vermogen per aandeel, red.) is aangehouden”, zegt bestuurssecretaris B.K. van Dijk. Van Dijk wil niet zeggen welke dochters zijn verpand, “maar het gaat in elk geval lang niet om alle dochters”.

Op de Amsterdamse beurs waren de beleggers vanmorgen enthousiast over de herfinanciering: het aandeel-Begemann steeg met 2,50 gulden tot 47,50 gulden. De financiële herstructuring maakt volgens Van Dijk deel uit van een lange-termijnstrategie, die Begemann eerder dit jaar al aankondigde. Van Dijk: “We werken aan een nieuw platform voor de activiteiten in de toekomst: 1992 en 1993 zijn de jaren van de consolidatie. We willen de schuldenlast omlaag hebben en het eigen vermogen versterken: in dat kader hebben we de afgelopen tijd ook actviteiten verkocht.”

Grootaandeelhouder (49,9 procent) en bestuursvoorzitter J.A.J. van den Nieuwenhuyzen steekt 150 miljoen gulden in zijn eigen onderneming, die een converteerbare en achtergestelde obligatie van deze omvang uitgeeft. Omdat het gaat om een type lening dat bij een eventueel faillissement als laatste wordt afgelost, mag deze worden opgeteld bij het zogeheten 'garantie-vermogen' dat hiermee boven 40 procent van het totaal uitkomt. Van den Nieuwenhuyzen is van plan een deel van de obligatie door te plaatsen naar institutionele beleggers. Van Dijk: “Het geld dat Van den Nieuwenhuyzen in Begemann stopt is duidelijk een gebaar van zijn kant, dat hij vertrouwen heeft in de onderneming”.

Ook voor de andere aandeelhouders komt een zelfde obligatie beschikbaar in 1994, waarbij 16 aandelen het recht geven op een obligatie van 1.000 gulden. Degenen die de obligatie kopen kunnen deze tussen 1997 en 2002 omzetten in aandelen Begemann tegen een conversiekoers van 50 gulden. Van Dijk: “De obligaties zijn bestemd voor uitbreiding van de activiteiten, waarover nu onderhandelingen gaande zijn; het kan om een overname gaan. Aandeelhoudershouders die straks een obligatie kopen beschikken straks wel over de informatie die verband houdt met de uitbreiding en hebben dan ook het jaarverslag over 1993.”

Van den Nieuwenhuyzen verkoopt zijn belang in het bedrijf Docdata aan Begemann, dat daarvoor een openbaar bod uitbrengt van 4 gulden per aandeel. De verkoop maakt deel uit van de afspraken van Van den Nieuwenhuyzen met de commissarissen van Begemann dat hij zijn controlerende belangen buiten Begemann opgeeft. Om die reden verkopen de broers Van den Nieuwenhuyzen ook hun bedrijven Industrial Services Group en N & N aan Begemann. De tien prioriteitsaandelen die Van den Nieuwenhuyzen heeft in Begemann worden ondergebracht in een aparte stichting die de naam krijgt “Stichting Prioriteitsaandelen Konniklijke Begemann Groep”. De splitsing tussen enerzijds de privé-belangen van Van den Nieuwenhuyzen en anderzijds zijn betrokkenheid in Begemann gebeurt op verzoek van de aandeelhouders, die de schijn van eventuele belangenverstrengeling vermeden willen zien.