Balletscholen tonen hoog niveau op festival

Dans: Internationaal Balletscholen Festival met optredens van The Royal Ballet School (Londen), John Cranko-Schule (Stuttgart) en het Stedelijk Instituut voor Ballet (Antwerpen). Gezien 3/12 Stadsschouwburg Antwerpen.

Toen het vier jaar geleden de dansprogrammeur van het Holland Festival, Marc Jonkers, lukte om twee van 's werelds meest beroemde ballet-scholen- de Vaganova akademie uit St. Petersburg en The School of American Ballet uit New York -op een Nederlands podium te laten optreden, werd dat een heel bijzondere gebeurtenis. Het was voor het eerst dat een West-Europees publiek kon kennisnemen van hoe jonge dansers op die instituten werden geschoold en hoe hoog het niveau van die leerlingen was.

Het was ook een confrontatie met verschillende stijlopvattingen en toonde de overduidelijke waarde die de klassieke dans nog steeds kan hebben, niet alleen op het gebied van lichamelijke beheersing. Het toenmalige initiatief heeft daarna op kleinere schaal navolging gekregen: in Amsterdam binnen het jaarlijkse Internationale Theaterschool Festival, in Rotterdam in het vorig jaar begommem project Jonge Dans, dat zich daar vanaf 12 december opnieuw zal gaan afspelen.

Enthousiasme was er ook bij onze Vlaamse Zuiderburen, die een soortgelijk evenement als een prachtig onderdeel zagen binnen de programmering van de manifestatie Antwerpen '93. Het idee viel helaas buiten de festivalboot, waarop het Stedelijk Instituut voor Ballet -een internationaal zeer gerenommeerde school- zelf het heft in handen nam en een eigen festival organiseerde.

Het resultaat was indrukwekkend en inspirerend. Leerlingen uit Antwerpen verzorgden samen met collega's van The Royal Ballet School uit Londen en de John Cranko-Schule uit Stuttgart, een programma dat een lust voor het oog en balsem voor de ziel was. Oorspronkelijk zou ook de Royal Danish Ballet School uit Kopenhagen twee programma onderdelen verzorgen, doch een bijna iedereen vellende griepepidemie op die school verhinderde helaas de komst.

Ter compensatie traden Wim Broeckx (oud-leerling van Antwerpen) en Caroline Sayo Iura van ons eigen Nationale Ballet op in een magnifiek uitgevoerde pas de deux uit The Sleeping Beauty. Dat onderdeel sloot goed aan bij wat de school uit Stuttgart liet zien: de zeven feeën-variaties uit de proloog van datzelfde ballet, uitgevoerd met een verbluffende technische trefzekerheid en gevoel voor stijl.

Iedere solo stond als een huis en de presentatie was weldadig ontspannen, genuanceerd en zuiver. Wat je noemt 'hoge school' werk, zoals dat ook het geval was met de overige, door die school gedanste fragmenten, een pas de trois uit Het Zwanenmeer en één uit De Notekraker.

Bovendien liet men twee eigentijdse solo's zien die bewezen dat strikt opgeleide klassieke dansers geen enkele moeite hebben om zich expressief in andere, vrijere dansvormen te bewegen. Zowel de Antwerpse- als de Londense leerlingen presenteerden zich in complete balletten, stammend uit de tweede helft van deze eeuw.

The Royal Ballet School voerde Solitaire uit, een in 1956 voor het toenmalige Sadler's Wells Ballet gemaakt ballet van Kenneth MacMillan. Een fris, spiritueel werk met een eenlinge als centrale figuur. Het in timing en richtingwisselingen vrij gecompliceerde bewegings materiaal vereist een grote exactheid en alertheid. Daar bleken de 19 jonge dansers nauwelijks moeite mee te hebben, noch in het groepswerk, noch in de pittige soli's, duetten en trio's.

Bovendien wisten zij de speelse en licht melancholische sfeer van het werk goed te treffen. Ook de Antwerpse leerlingen kwamen uitstekend voor den dag. Zij voerden het door Nils Christe in 1981 voor het Ballet van Vlaanderen gemaakte ballet Whimsicalities uit. Een voortreffelijke keuze. De acht jongens en acht meisjes dansten dit humoristische en inventieve werk met een ontwapenend panache en waar nodig met een vanzelfsprekende virtuositeit. Jammer dat het werk niet op de Nederlandse podia te zien is. Wellicht een idee voor de Nederlandse klassieke dansvakopleidingen om de krachten eens te bundelen en het te laten herleven ?

Echte grote stijlverschillen lieten de opleidingsinstituten niet zien, wat dat betreft was het extra jammer dat Kopenhagen verstek moest laten gaan. De daar onderwezen en gekoesterde Bournonville-stijl is immers volstrekt uniek. Wie nodigt die school eens uit naar Nedeland te komen?