'Aan het einde staan we toch weer vijfde en zesde'

TILBURG, 6 DEC. Tussen de rustieke dennen van Tilburg-West galmt de schorre stem van Harrie Delmée. Hij is een begrip in zuidelijke hockeysferen. Een trainer met het postuur van een rugbyer. Zijn zoon Jeroen scoort de winnende goal tegen streekgenoot Oranje-Zwart, dat door de 2-1 nederlaag niet ver is verwijderd van de degradatiezône. Harrie Delmée ontvangt de felicitaties van Leo Kemps, zijn voormalige assistent die nu trainer is bij de Eindhovense club. “Ach wat maakt het uit”, roept de Tilburgse libero Dassen hen toe. “Aan het eind van het seizoen staan we toch weer vijfde en zesde.”

De regionale topwedstrijd is landelijke gezien een duel der middenmoters. Ondanks al het talent, ondanks al die gevestigde namen. Vooroordelen genoeg. Brabantse 'doetjes' die de westerse wedstrijdmentaliteit missen. Een bekend euvel beneden de rivieren. Hoe komt het dat de laatste zuidelijke hockeykampioen dateert van 1971, toen behalve Tilburg het roemrijke HTCC furore maakte? De Brabantse jeugdploegen zijn nog steeds sterker dan de regionale selecties in de rest van Nederland. En toch spelen Tilburg en Oranje-Zwart al jaren een vrij anonieme rol in de hoofdklasse.

“Een mentaliteitskwestie”, meent voormalig international en huidig toeschouwer Frank Leistra. “Bij Tilburg is de training een tijdverdrijf, meer niet. De vonken vliegen er niet van af.” Leistra wordt gemist in Tilburg. Coach Delmée: “Hij maakte de kachel aan, was zelf altijd in het middelpunt van de brand.” Maar ook met Leistra op doel reikte Tilburg nooit verder dan de subtop. Zijn scheldkanonnades verstomden niet achter het keepersmasker. Leistra werd in zijn nadagen nog geschorst door het eigen clubbestuur.

Gescholden wordt er nog steeds. Tilburg en Oranje-Zwart doen niet voor elkaar onder. Schelden en bikkelen, van mooi hockey is zelden sprake. Hoe zo mentaliteitsverschil? De beide trainers zijn het na afloop opvallend eens over de oorzaak van de betrekkelijke anonimiteit waarin hun clubs zich bevinden. De wil ontbreekt niet. Maar de selectie is te jong. De spelers moeten langer met elkaar hebben samengespeeld. Zoals bij HGC dat ook jaren nodig had tot de talentvolle spelersgroep een team vormde. Het sterk verjongde maar nog even succevolle Bloemendaal is wat dat beteft een uitzondering, geven de beide trainers toe.

Oranje-Zwart telt drie routiniers, ex-internationals ook. Libero Harrie Kwinten, doelman Ronald Jansen en centrumspits Frank Visschers. Die laatste scoorde gisteren de gelijkmaker nadat Erik Parlevliet Tilburg uit een strafcorner op voorsprong had gezet. Frank Visschers is de zoon van Pierre, de bedenker van de hockeyschool bij Oranje-Zwart. De club traint talentvolle jongeren uit de regio, die bij hun eigen vereniging competitie spelen. Tot ze rijp zijn voor de top en alsnog de overstap naar Oranje-Zwart maken. Eric Steegers, Wibo Wijzenbeek, Sander van Heeswijk. Talent genoeg in Eindhoven, maar na de vierde plek van vorig seizoen gaat het dit jaar al weer een stuk minder.

De griep speelde veel spelers deze week parten. Een eenmalig excuus voor het rommelige spel. Maar wat is er structureel mis? Tilburg met al zijn internationals, Oranje-Zwart met al zijn goede jeugd. Leo Kemps: “Wij missen Herwin Janssen en Tycho van Meer. Dat waren voor ons belangrijke jongens, die nu bij HGC spelen. En we hebben te kampen met de naweeën van het WK voor junioren in Terassa.” Kemps doelt op het grote aantal Jong Oranje-spelers dat begin september nog om de wereldtitel streed. “Voor ons stuk voor stuk spelbepalende spelers. Die hockeyen al ruim een jaar aan een stuk door. Daar kan ik toch niet van verwachten dat ze driemaal per week voluit trainen.”

Ze gaan in het westen studeren. Een veelgehoord excuus voor de magere prestaties. Maar Eindhoven en Tilburg zijn ook universiteitssteden. Klein Gebbink en Parlevliet kwamen om die reden van Wageningen naar Tilburg. Johan Hijlkema van Groningen naar Oranje-Zwart. Of zoals Harrie Delmée in onvervalst Brabants uitlegt. “Ge geraakt ze kwijt zoals ge ze gekregen hebt.” Kemps weet wel beter. “Eindhoven is geen stad waar de westerling graag komt studeren.”

De zoektocht naar de ware aard van de grijze muis duurt voort. Tot je stuit op Bart Taminiau. In 1970 landskampioen met Tilburg, In 1973 wereldkampioen met het Nederlands elftal. Anno 1993 trainer van de A1-junioren, spelend bij de veteranen en deze middag actief als barkeeper. Taminiau spreekt van een gebrek aan diepgaande middenvelders, het gemis van een goaltjesdief. De mentaliteit van de zuiderling is breekbaarder, dat was in zijn tijd al zo. “De westerling is harder, arroganter vooral. Maar wij hadden destijds de mazzel dat het onderling klikte.”

Klikt het nu dan niet, met coach Delmée als een inspirerende vaderfiguur? “Harrie is een goeie vent, hoor. Maar hij zit hier al acht jaar. Dat is veel te lang. Dan raak je op elkaar uitgekeken.”