Column

Yab Yum

Het moet begin jaren tachtig zijn geweest. Mijn broertje Tommie woonde in een erg vrolijk studentenhuis aan het Amsterdamse Singel en ik werd gevraagd om daar Sinterklaas te spelen. Nico en Marjolein waren mijn twee Pieten en de avond verliep net zo melig en leuk en zinloos als al die andere avonden in dat huis. Toen het werk erop zat besloten we om nog een paar cafés met een bezoek te vereren. Onderweg kwamen we langs mijn toenmalige overbuurman, het luxe credit-cardbordeel Yab Yum, die toen adverteerde met 'een wip voor een snip' of zoiets. Al jaren keek ik gefrustreerd naar de robuuste voordeur van het grachtenpand aan de overkant, zag nachtelijks de rijen taxi's, had de wildste fantasieën dat het er daar heftiger aan toeging dan op een autoloze zondag in Epe en wilde al die jaren maar één ding: naar binnen!

“Is het een idee om daar even langs te gaan”, opperde ik en wist al dat daar geen bezwaar tegen zou zijn.

De auto was snel geparkeerd, we spraken een of andere onduidelijke tactiek af en belden aan. De portier schrok, moest lachen, riep er een bedrijfsleider bij en die vroeg wel vier keer op lacherige toon: “Ben jij het Jaap?”. Ik ontkende.

De komst van de Sint werd gewaardeerd en voor we het beseften stonden we binnen. Ik liep even langs alle dames van plezier, gaf ze een handje snoepgoed, knipoogde naar de wat zenuwachtige zakenerecties en zette mij met de eigenaar van het geriefpaleis aan de bar.

De barkeeper vroeg op luidnichterige toon wat de Sint en zijn knechtjes wilden consumeren en schonk vervolgens drie glazen champagne in. Ondertussen passeerden veel belegen grappen over de potentie van de hoogbejaarde goedheiligman de revu en ongetwijfeld zijn ook de 'schimmel tussen de benen' en de 'zak van sinterklaas' langsgekomen. Ik had van hoerenlopers geen hoger niveau verwacht.

Profiteren, dacht ik, en heel goed kijken. Ik moest het later allemaal goed kunnen navertellen. Het geheel viel me een beetje tegen. Ik vond het met de hoogpolige vloerbedekking en de getinte spiegels nogal een hoerenkast en had er eerlijk gezegd iets meer van verwacht. Meer cachet, meer klasse en ik hoop dat de kamers er wat chiquer uitzien. Anders is het wel erg ziekenfondswippen.

De kick van de aanwezigheid van de Sint was al snel voorbij en het werd duidelijk dat er weer iets moest gebeuren. Sinterklaas stagneerde de gewone werkzaamheden en alle klanten hadden allang door dat ze niet zonder een opmerking van deze adremme bisschop met een mokkeltje naar boven konden sneaken. Opeens zag ik een telefoon op de bar staan en kreeg het simpele idee om even met thuis te bellen om aan mijn vriendin mede te delen dat ik in het befaamde Yab Yum stond.

“Mag ik even bellen?”, vroeg ik heel beleefd.

“Als het niet naar Madrid is”, grapte de eigenaar.

Ik nam de hoorn van het toestel en voor ik het nummer van mijn lief draaide wilde ik weer net even te lollig zijn en schreeuwde: “Kan het even stil zijn. Ik moet namelijk even naar huis bellen om te zeggen dat ik hier ben. Zijn er nog meer heren die even naar huis willen bellen dat ze hier zijn?”

Voor ik het wist had ik twee stevige handen onder mijn oksels en bungelden mijn beentjes twee centimeter boven het tapijt. In vliegend tempo werd ik naar de deur gebracht, de portier hield de zware deur open en voor ik het wist stond ik buiten. Daarna kwam de staf, hierna een Piet en daarna nog een. Geen geweld, geen pijn, geen geschreeuw en zeker geen ruzie.

“Tot ziens Sinterklaas”, glimlachte de eigenaar en sloot de deur.

“Wat deed je nou?”, vroegen Nico en Marjolein die de grap niet eens hadden gehoord en ik herhaalde mijn tekst.

“Is dat alles?”

“Meer was het niet”, moest ik bekennen.

En fronsend stortten we ons in drinkend Amsterdam.