Wonderkind Brits snooker heeft geen trainer nodig

ROTTERDAM, 4 DEC. Ronnie O'Sullivan heeft vorige week de snookerwereld op zijn kop gezet. De net 18-jarige Engelsman versloeg in het UK-Championship in Preston vier spelers uit de top tien voordat hij in de finale won van wereldkampioen Stephen Hendry. Het was voorspeld dat O'Sullivan in de toekomst de hegemonie zou overnemen. Dat hij zich zo vroeg aandiende, kwam als een verrassing.

In de snookersport volgen de generaties elkaar snel op. Nog niet zo heel lang geleden waren de spelers eerst mijnwerker, buschauffeur of postbode. Toen het spel geschikt bleek voor televisie, kwamen er sponsors voor de toernooien en konden spelers als White, Griffiths en Taylor professional worden.

Met uitzondering van White zijn de spelers van deze generatie inmiddels op de weg terug. Zij kunnen het niet langer bolwerken tegen de jongste spelers

die hun hele leven niets anders hebben gedaan dan ballen potten. Van hen is Hendry de beste.

Nadat de snookersport twee jaar geleden haar poorten opende de professionals, is de volgende generatie definitief doorgebroken. Hendry is oud met zijn 24 jaren. Peter Ebdon en Ken Doherty waren de coming man die zich aankondigden en hebben hun eerste toernooi inmiddels gewonnen. Maar de jongste, en zonder twijfel het grootste talent, is Ronnie O'Sullivan uit Essex. Bijna alle records die Hendry de laatste jaren van Steve Davis had overgenomen, zijn al verbeterd door het Engelse wonderkind. Achter elk kampioenschap staat 'jongste aller tijden'.

In oktober won Stephen Hendry het eerste onderlinge treffen. Commentaar van O'Sullivan toen: “Ik was nog niet tegen hem opgewassen. Ik was verrast door de kansen die ik kreeg, maar kon er niets mee doen.”

Die nederlaag bleek goud waard. Hij wist dat de wereldkampioen te kloppen was. Vorige week al waren de rollen omgedraaid. In het op één na belangrijkste toernooi van het jaar versloeg hij McManus, Doherty, Davis, Morgan en Hendry. O'Sullivan na afloop: “Om Davis en Hendry in hetzelfde toernooi te verslaan, is ongelooflijk. They are snooker.”

Ronnie O'Sullivan was zeven jaar toen zijn vader een kleine tafel voor hem kocht. Iedere ochtend stond hij om zes uur op om te spelen. Meteen uit school stond hij weer achter de tafel. Drie jaar na zijn eerste stoot maakte hij zijn eerste century break (een serie van 100 of hoger) op een grote tafel. Op 15-jarige leeftijd won hij de wereldtitel bij de junioren onder de 21 jaar. In datzelfde jaar maakte hij zijn eerste maximum break (147) in een officieel toernooi. Achter al zijn records staat de toevoeging 'jongste aller tijden'.

Een trainer/coach heeft hij nooit gehad. O'Sullivan: “Ik heb het spel geleerd door naar spelers te kijken die beter waren dan ik. En die zijn er nog steeds. Ik ben nog lang niet uitgeleerd, maar ik ben blij dat ik nu oud genoeg ben om tegen ze te spelen. Dat is de beste leerschool. Zo word ik gedwongen mezelf te overtreffen. Soms voelt het alsof de keu aan mijn arm is vastgegroeid en dat ik alle ballen kan potten die op tafel liggen. Zo moet het 300 dagen per jaar voelen en niet 40 zoals nu. Er is nog een hoop te doen.”

Hij vereert zijn vader, maar die zit een levenslange straf uit wegens moord. Hij dirigeert zijn zoon dagelijks vanuit de gevangenis. Junior over de invloed van senior: “Iedere overwinning van mij verzacht het lot van mijn vader. Ik speel voor hem en voor mezelf. Daarom denk ik dat ik zo sterk ben. Omdat ik voor twee speel.”