Werkloosheid VS daalt fors tot 6,4 procent

NEW YORK, 4 DEC. De werkloosheid in de Verenigde Staten is vorige maand scherp gedaald tot 6,4 procent van de beroepsbevolking. Het indexcijfer van toonaangevende economische indicatoren steeg in oktober met 0,5 procent, de derde achtereenvolgende maandelijkse stijging.

De daling van de werkloosheid met 0,4 procentpunt, de grootste daling in tien jaar, was verrassend en resulteerde in het laagste werkloosheidpercentage in bijna drie jaar. Het resultaat is opnieuw een bewijs van robuuste economische expansie. Het aantal banen steeg met 208.000. “Het is een uitstekend resultaat”, aldus Marilyn Schaja, analist bij investeringsbank Donaldson Lufkin & Jenrette (DLJ).

De schattingen over de groei van het bruto binnenlands produkt, de som van goederen en diensten, in het vierde kwartaal lopen uiteen van 3,5 tot 5 procent. “Wij verwachten 4,9 procent groei in het huidige kwartaal”, aldus Schaja.

Het indexcijfer van economische indicatoren steeg tot 96,1 (1987 = 100). Het cijfer fungeert in de praktijk als richtsnoer voor economische ontwikkelingen in de komende zes maanden. Het is samengesteld uit elf belangrijke maandcijfers, waarvan in oktober de stijging van fabrieksorders en de stijging van het consumentenvertrouwen de belangrijkste componenten waren.

De banengroei in november had plaats in alle sectoren. De produktiesector steeg met 56.000, gelijkelijk verdeeld over de bouw en fabrieksproduktie. De rest van de nieuwe banen ontstond in diensten, opvallend genoeg met name in de banksector. Laura d'Andrea Tyson, hoofd van de economische adviesraad van de regering Clinton, toonde zich verheugd met de banengroei. Tyson voorspelde dat de VS over 1994 een economische groei van 3 procent zullen zien.

De cijfers van de laatste maanden tonen dat de consumentenbestedingen relatief hoger zijn dan de stijging van het inkomen per hoofd. Met andere woorden, men geeft meer uit dan men verdient. Vandaar dat economen na de huidige snelle groei van het bbp weer een terugslag verwachten. Bij DLJ verwacht men een groei van 4 procent in het eerste kwartaal 1994 en daarna een kwartaal van 3 procent. “Gevaar voor een conjuncturele neergang is er echter niet”, aldus Schaja.

De gemiddelde werkweek in de industriële sector steeg tot 41,7 uur, het hoogste cijfer sinds de Tweede Wereldoorlog. Ook het gemiddeld aantal overuren steeg. Beide stijgingen zijn indicaties dat de economie zich verbetert omdat een toenemend aantal overuren werkgevers ertoe brengt personeel aan te nemen. Het gemiddelde uurloon en het gemiddelde weekloon gingen slechts mondjesmaat omhoog. Sinds november vorig jaar zijn die verdiensten met respectievelijk 2,2 en 2,5 procent gestegen. Gevaar voor inflatie is er nog niet volgens Schaja. “Directe risico's zijn er nu niet maar ook voor 1994 verwachten wij niet dat de inflatie de 3 procent te boven zal gaan.”