VROUWEN

Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 13: Deugd en Ondeugd

192 blz., geïll., Stichting beheer IISG 1993, ƒ 34,50

De trouwe lezers van het Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis, waarvan alweer aflevering 13 ter tafel ligt, wacht een verrassing: wie immers zou daarin een stuk van Rudy Kousbroek vermoeden?

In de nieuwe rubriek Podium, een van de initiatieven waardoor de verjongde redactie hoopt wat leven in de brouwerij te brengen, kruisen Kousbroek en vrouwenstudies-theoretica Mieke Aerts de degens inzake de rol van vrouwen in ons koloniaal verleden en met name over de volgens Kousbroek gebrekkige of zelfs misleidende analyses daarvan van de kant van vrouwengeschiedenis.

Kousbroek: Nederlandse vrouwen gedroegen zich jegens de gekoloniseerde bevolking veel onmenselijker dan Nederlandse mannen, en feministen doen daarnaar geen onderzoek omdat zij ervan uitgaan dat vrouwen per definitie 'goed' zijn of in elk geval slachtoffer. Aerts: de tijd dat vrouwenstudies geen oog had voor de minder flatteuze kanten van vrouwen en gevangen zat in de dichotomie heldin of martelares ligt goddank ver achter ons. Dat neemt niet weg dat de bronnen waarop Kousbroek zijn stelling dat vrouwen zelfs wreder waren baseert, wel eens ernstig vervuild konden zijn door de toenmalige mysogyne context. (Evenals trouwens, zou ik daar aan toe willen voegen, het door Kousbroek aan Kipling ontleende motto: 'For the female of the species is more deadly than the male'.) Een onderhoudend, slim en elegant duel waarin beide partijen het er in elk geval over eens zijn, dat er in Nederland bedroevend weinig onderzoek wordt gedaan naar de betekenis van sekse in de koloniale samenleving. Wie weet wat Kousbroek nog teweeg brengt.

Wordt de lof der vrouwen dus niet langer bezongen, die der mannen des te meer. De twee achttiende-eeuwse dichteressen van wie het Jaarboek 'De Lof der Mannen' afdrukt (ze worden met een erudiete toelichting door Myriam Everard aan ons voorgesteld), wisten met hun sarcastische opsomming van historische vrouwenfiguren haast van geen ophouden. Welaan, wat sterfling vergt nog sprekender bewijzen,/ Hoe 't mannelijk geslacht ons ver te boven streeft?

Verdere bijdragen aan het themagedeelte over 'de morele tweeling' Deugd en Ondeugd betreffen Franse clandestiene erotica, Hollandse echtscheidingen, John Stuart Mill over liberale deugden en mannelijke karaktervorming (zelfs al weet de schrijfster hieraan helaas niets nieuws toe te voegen, deze briljante feminist blijft interessant), en een informatieve analyse door hoogleraar kunstgeschiedenis Ilja Veldman van de morele idealen zoals die rond 1600 aan vrouwen ten voorbeeld werden gesteld.

Veldman laat zien hoe in afbeeldingen van vrouwelijke deugdzaamheid van de hand van de graveur Crispijn de Passe de Oude de deugden moed, kracht en vaderlandsliefde plaats maken voor kuisheid, huwelijkstrouw en gehoorzaamheid aan vader of echtgenoot. De doopsgezinde De Passe had zich na de Spaanse verovering van Antwerpen gedwongen gezien uit te wijken naar Keulen, en Veldman verklaart de verschuiving die zij in zijn prentenreeks constateert uit De Passes behoefte het katholieke publiek aldaar te behagen.

In de roomse moraalleer was voor vrouwen hun 'eer' de belangrijkste deugd, belangrijker zelfs dan naastenliefde. Zo werden door De Passe onder meer Virginia en Lucretia afgebeeld; de eerste werd door haar vader gedood opdat zij niet haar maagdelijkheid verloor, de tweede pleegde zelfmoord nadat ze was verkracht, want daardoor was zij (volgens dit moreel vertoog) een echtbreekster geworden. Het portret van de dochter van Jefta - die zich niet alleen vrijwillig door haar vader aan God liet offeren maar die bovendien zorgde dat dat gebeurde voordat ze een man had gehad - nam in de beeldenreeks de plaats in van Jaël, die volgens het Oude Testament de legeraanvoerder der Kaänieten, na hem in haar tent te hebben genood, een pin door het hoofd sloeg. Heldinnen als zij schitterden vóór de Contra-reformatie.

Het Jaarboek, dat zich in dit nummer overigens beperkt tot Europa en jammer genoeg ook grotendeels tot de vroegmoderne tijd, heeft een faam op te houden van professionele degelijkheid. Daarin is de nieuwe redactie geslaagd. Mede dank zij de gravures van Crispijn De Passe ziet haar produkt er bovendien zeer mooi uit.