VERTALING

De traditie wil dat Britse ministers bij hun beëdiging 'handen kussen'. De meeste constitutionele geleerden, ook de Britse, vatten dat ceremonieel letterlijk op en vrijwel alle auteurs over dat onderwerp vermelden dan ook dat de ministers bij die gelegenheid de handen van de koningin kussen. De geleerden baseren zich daarbij op gezaghebbende auteurs die het weer hebben van oudere bronnen, die allemaal met elkaar gemeen hebben dat ze er nog nooit bij geweest zijn. Maar er wordt niet echt gekust. Het gaat om een pantomime waarin een historische werkelijkheid wordt nagespeeld.

Wie zich met die 'werkelijkheid' van het Britse staatsrecht inlaat begeeft zich op glad ijs, want de Engelse constitutie is een stokoude, met paradijsvogelveren versierde lappendeken die sinds eeuwen van ongeschreven rechtsregels aan elkaar hangt. Als ook de geleerden wel eens een been breken over die rariteitenverzameling van archaïsche begrippen, mogen we de minder geleerden niet al te hard vallen wanneer die zich aan verkeerde vertalingen bezondigen. Ik heb daarom bij voorbaat consideratie met vertalers die, opgejaagd door nerveuze uitgevers, onder grote druk in onverantwoord korte tijd honderden bladzijden tekst moeten afleveren, die in het oorspronkelijk Engels al de sporen van haastwerk droegen. Anders wordt het echter wanneer vertalers zich te buiten gaan aan onderwerpen die ze niet beheersen en ontoelaatbare fouten maken waardoor de lezer met groteske enormiteiten wordt opgescheept.

Een kras voorbeeld is de onlangs bij de uitgeverij Balans verschenen vertaling van de memoires van Margaret Thatcher (Mijn jaren in Downingstreet 10). Daar hebben zich vier vertalers aan vertild (voor ieder ongeveer 240 bladzijden), die zich hebben afgebeuld om de Nederlandse uitgever in staat te stellen de Nederlandse vertaling op hetzelfde tijdstip als de publikatie van de Engelse editie uit te brengen. Uitgevers spreken in zo'n geval triomfantelijk van huzarenstukken die maar één keer in een mensenleven worden uitgehaald, maar het resultaat van die droeve rage is dat de vertaling op de hoofdgebieden van de politiek, van het economisch beleid en van de constitutionele taal, een ongehoord knoeiwerk is geworden. Het begint al met de beëdiging van ministers die volgens de oningewijde vertaler op Buckingham Palace worden ingezworen. Nog verder ernaast is de vertaling van Privy Council, het staatsorgaan dat met ministerraad adequaat vertaald zou zijn, al zou de handhaving van de Engelse naam in dit geval beter zijn geweest. In de Nederlandse vertaling is ervan gemaakt: Geheime Raad onder de misleidende toevoeging: adviesraad van de Britse koningin. Mevrouw Thatcher zou zo'n anachronistische omschrijving niet over de lippen kunnen krijgen, want die had zelf nogal moeite met de erkenning van het koninklijke centrum in het staatsbestel (waarin zij zichzelf als het centrum zag).

Van dezelfde orde is het misverstand over de rol en de functie van No. 10 Private Office en van het Cabinet Office, twee staatsorganen die respectievelijk overeenkomen met de bij ons bestaande staf van de minister-president en het departement van algemene zaken. No. 10 Private Office is in geen geval 'mijn privé-kantoor op nr 10'', zoals de vertaler Thatcher laat zeggen. De vertaler is zo te zien uit balans geraakt door het imperialistische taalgebruik van de voormalige Britse premier, maar alleen een vreemde in Jeruzalem laat zich door die grootheidswaan van de wijs brengen. Aan het Private Office is niets privé. Er werken over de honderd staffunctionarissen, die allemaal in dienst van de staat zijn en niet op hun politieke voorkeuren worden benoemd. Het zijn dus staatsambtenaren van de Civil Service, het ambtenarenapparaat dat hier knullig is vertaald als civiele dienst (de Holland-Amerika Lijn en de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd hadden een civiele dienst naast een nautische dienst).

Niet zozeer knullig als wel incompetent is de vertaling van attorney-general door advocaat-generaal, een misgreep die een fundamentele onbekendheid met het Britse constitutionele bestel verraadt. Een advocaat-generaal is bij ons een functionaris van het openbaar ministerie bij een gerechtshof of bij de Hoge Raad, maar in Engeland is de attorney-generaal een minister (ongeveer: van justitie) zonder de status van een Cabinet Minister (met een vaste plaats in de ministerraad).

Zo rammelt de vertaling van Thatchers memoires onbekommerd van voren naar achteren. Backbenchers heten 'niet-prominente leden van het Lagerhuis'', wat een miskenning inhoudt van de prominentie van Conservatieve backbenchers als Edward Heath, Enoch Powell, de Labour-backbencher Tom Dalyell en tal van liberalen. Het enige relevante onderscheid bestaat hieruit dat ze niet in de front-bench gekozen zijn, hetzij het kabinet, hetzij het schaduw-kabinet.

Hoe weinig vertrouwd de vertalers en de uitgever van Thatchers memoires zijn met de Britse constitutionele politiek blijkt ook uit de verhaspeling van kiesdistrict met kieskring, van gemeentebestuur met gemeenteraad, van hoofd van de regering met regeringshoofd en van campagneleider/secretaris (in een kiesdistrict) met electoraatsagent - wat dat ook zijn moge. Ook in de behandeling van de Amerikaanse constitutie tonen de vertalers zich politieke lichtgewichten, getuige Thatchers ontmoeting in Washington van 'senatoren en Congresleden''. Ze spannen de kroon met de vertaling van beggar-my-neighbour-policy, een uitdrukking die Helmut Schmidt op een G7-conferentie gebruikte ter typering van een hebzuchtige politiek van het Westen. De vertaler deed er een slag naar en giste: een bedel-bij-mijn-buren-beleid.

De vertalers hebben ook een curieuze oplossing gevonden voor het hun boven het hoofd groeiende probleem van de 'onvertaalbare' eigennamen. De organisatie van het Britse politieke bestel vonden ze klaarblijkelijk zo duister, dat ze door de bomen het bos niet meer zagen en alle eigennamen van bij wet of ministerieel besluit ingestelde commissies eenvoudig onvertaald hebben gelaten. Dat heeft geresulteerd in een onbedaarlijke hoeveelheid Engelse commissienamen (allemaal met hoofdletters en met bijpassende afkortingen), die het boek een tweetalige tweeslachtigheid geeft. Zo figureren onder meer de Armed Forces Pay Review Body, Price Commission, Commission on Pay Comparability, Monopolies and Merger Commission, Advisory, Conciliation and Arbitration Service. En dan zwijg ik nog van een hoofdstuk getiteld: De begroting van 1980 en de Medium Term Financial Stategy (MTFS) en vele soortgelijke onvertaalde tongbrekers.

Een vertaler die een politiek boek aanneemt, wordt geacht thuis te zijn in het ABC van het loon- en prijsbeleid. Wie het prijsindexcijfer de moeite van het vertalen niet waard vindt en retail price index onvertaald laat (en ook nog de hinderlijke Britse gewoonte volgt bij alles hoofdletters te gebruiken), gooit zijn eigen glazen in. De lezer die al die onvertaalde woorden kent, heeft geen vertaling meer nodig en neemt zich voor nooit meer een vertaling te kopen. De lezer die die woorden niet kan thuisbrengen, voelt zich bekocht. In beide gevallen ondergraaft de vertaler zijn existentie.