Van Thijn wil opheldering politietop over nevenactiviteit

AMSTERDAM, 4 DEC. Burgemeester E. van Thijn zal korpschef E. Nordholt van de Amsterdamse politie ter verantwoording roepen in verband met commerciële nevenactiviteiten van de top van de hoofdstedelijke politie. Dit heeft een woordvoerder van de burgemeester meegedeeld.

Vier topfunctionarissen van het Amsterdamse korps, zo werd gisteren in deze krant gemeld, geven in een stichtingsbestuur leiding aan de exploitatie van een hotel, een studiecentrum en een particulier beveiligingsbedrijf, waarmee over de eerste negen maanden van dit jaar 3,2 miljoen gulden werd omgezet. Voorzitter van de stichting is waarnemend korpschef J. Kuiper.

Van Thijn liet gisteren weten “onaangenaam getroffen” te zijn omdat een vorig jaar met de Amsterdamse korpsleiding overeengekomen wijziging van het bestuur niet is geëffectueerd. Toen werd een “strikte scheiding” tussen het politiekorps en de commerciële activiteiten afgesproken, aldus de woordvoerder van Van Thijn. Het stichtingsbestuur zou daarom worden uitgebreid met niet-politiemensen. Bij een bestuurswijziging per 1 januari van dit jaar traden echter slechts topfunctionarissen van het korps toe. Van Thijn vindt dit een “ernstige tekortkoming” en zal de korpsleiding om opheldering vragen.

Vice-voorzitter H. Dijkstal van de VVD-fractie in de Tweede Kamer kondigde gisteren aan dat zijn partij de ministers van binnenlandse zaken en justitie zal vragen de commerciële nevenactiviteiten “gedetailleerd uit te zoeken”.

De Amsterdamse korpschef Nordholt benadrukte gisteren in een reactie dat het vaststaat dat de vier topfunctionarissen van het korps zich “per 15 januari volgend jaar” uit de stichting zullen terugtrekken. Eerder verklaarde zijn tweede man en stichtingsvoorzitter Kuiper dat nog onbekend is wanneer de vier aftreden.

Volgens Nordholt is het besluit uit de stichting te gaan twee weken geleden op zijn verzoek genomen en heeft dat “niets te doen met belangstelling van de media”. Aanleiding, aldus de hoofdcommissaris gisteren, was een bericht dat hem werd gebracht over criminelen die logeerden in het hotel dat de politie exploiteert. “Dit soort risico's kunnen wij ons niet permitteren en dus heb ik gezegd dat we er onmiddellijk mee moesten ophouden.”

Pag.3: 'Bijverdienste moet mogen, maar niet meer in deze vorm'

Nordholt verklaarde het niet nakomen van afspraken met Van Thijn over een bestuurswisseling uit het feit dat 1993 een “evaluatiejaar” voor de stichting was. In dat geval had het volgens hem geen zin burgers in het bestuur te halen. Nordholt zei nog altijd geen principieel tegenstander van commerciële nevenactiviteiten te zijn, maar vindt dat ze “in deze vorm in ieder geval niet meer kunnen”.

Dijkstal zegt “boos” te zijn omdat de bewindslieden al vorig jaar, naar aanleiding van zijn Kamervragen over een van de drie Amsterdamse politiebedrijven, antwoordden dat de politie zich dient te onthouden van commercieel werk. “Als de Amsterdamse politie één keer op het verkeerde pad gaat en ze wordt gecorrigeerd dan is dat te vergeven. Maar als na zulke antwoorden het verkeerde pad opnieuw wordt ingeslagen, is het tijd om in te grijpen”, aldus Dijkstal. “Wanneer de politiek dit tolereert, zitten we straks in ieder politiekorps met dergelijke activiteiten.”