Tweedeling over Betuwelijn drempel bij de formatie

ROTTERDAM, 4 DEC. De aanleg van de Betuwelijn heeft gezorgd voor een messcherpe tweedeling in de Tweede Kamer. CDA en PvdA stemmen in met het kabinetsvoorstel om de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland bovengronds aan te leggen, mits voor ruim een miljard gulden aan maatregelen wordt getroffen om de overlast voor de bevolking langs het tracé te verminderen. VVD, D66 en GroenLinks willen een tunnel en zijn bereid daar 3,5 miljard méér voor uit te trekken dan het kabinet.

De afloop van de strijd heeft zich inmiddels afgetekend, nu het kabinet heeft toegezegd 750 miljoen gulden extra te willen uittrekken om de overlast voor de omwonenden verder te beperken. De geraamde kosten van de lijn komen daarmee op ruim 7,1 miljard gulden. De tunnelplannen van de oppositie maken geen schijn van kans.

De tweedeling is ook terug te vinden in de commentaren van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) bij de moties die in de eerste termijn van het debat over de Betuwelijn, op maandag 22 november, werden ingediend. Vrijwel alle moties van de regeringspartijen worden welwillend beoordeeld, zij het dat ze volgens de minister wel veel geld kosten. De oppositie heeft - de politieke onhaalbaarheid van haar tunnelwens indachtig - een serie moties ingediend om verder tegemoet te komen aan de wensen van omwonenden om voor overlast bewaard te worden. De minister ontraadt ze allemaal, want te duur.

De afloop van het debat, dat maandag wordt voortgezet, staat dus zo goed als vast. De fracties van PvdA en CDA krijgen op de belangrijkste punten hun zin. Over enkele minder belangrijke punten zal mogelijk nog even worden gesteggeld. Wellicht wordt er nader gestudeerd op de uitvoering van bepaalde tracédelen. In elk geval staat niets de vaststelling van de planologische kernbeslissing meer in de weg. De oppositie staat machteloos langs de kant.

Het kabinet gaat vervolgens het tracé verder uitwerken tot op het niveau van een bestemmingsplan. Dit gebeurt in een zogeheten ontwerp-tracébesluit. De marges die in de planologische kernbeslissing nog aanwezig waren, zijn dan verdwenen. Besturen van gemeenten en provincies hebben vervolgens twaalf weken de tijd om hun bezwaren kenbaar te maken. Binnen vijf maanden na vaststelling van het ontwerp-tracébesluit neemt het kabinet een tracébesluit. Hierna ligt het tracé vast en kan het verlenen van de benodigde vergunningen beginnen.

Die termijn van twaalf weken is van groot belang, want twaalf weken na het ontwerp-tracébesluit, dat in de loop van januari wordt verwacht, is het verkiezingstijd. Het is zeer wel denkbaar dat het tracébesluit door een demissionair kabinet moet worden genomen. Politiek kan men daar bedenkingen tegen hebben - het Tweede-Kamerlid Versnel (D66) uitte die ook in het debat - maar staatsrechtelijk is er niets tegen in te brengen.

Het probleem schuilt ergens anders. Volgens de meest recente opiniepeilingen behaalt de coalitie geen meerderheid. De peiling die Nova deze week heeft laten houden leverde CDA en PvdA samen 72 zetels op. Maij-Weggen heeft de afgelopen weken geen enkele poging gedaan het draagvlak in de Kamer voor het besluit over de Betuwelijn te verbreden. Alle moties van de oppositie zijn ontraden. De Betuwelijn zal dus een enorme drempel vormen voor de kabinetsformatie. D66-woordvoerder Versnel zei in het debat een “goede en dus ondergrondse” Betuwelijn te willen en anders geen Betuwelijn. Dat is klare taal en die maakt aanschuiven bij een kabinet dat een bovengrondse lijn aanlegt buitengewoon pijnlijk. Moet er straks alsnog voor een miljard aan extra wensen worden gehonoreerd, wat in elk geval leidt tot een vertraging in de procedure, of zal de partij elders compensatie eisen? In een kabinet CDA-VVD-D66 en in een paarse coalitie doet dit probleem zich in nog veel sterkere mate voor. Het geringe politieke draagvlak voor de aanleg van de Betuwelijn in de nu voorgestelde vorm kan dus nog ingrijpende consequenties hebben.