Presidentsverkiezingen in schaduw van stagnerende economie; Schulden kwellen rijk Venezuela

CARACAS, 4 DEC. Voor een land dat een zware economische èn politieke crisis doormaakt, gaat het op het eerste gezicht verbazend goed met Venezuela. Een druk straatbeeld in het centrum van de hoofdstad Caracas, luxe hotels gevuld met buitenlandse zakenmensen, slechts een enkele bedelaar op de stoep.

Maar rondom alle rijkdom uit de jaren zeventig, de torenflats en de snelwegen met grote Amerikaanse sleeën, liggen de krottenwijken van Caracas waar de nood het hoogste is en het gemor het duidelijkst hoorbaar. Ook de cijfers laten een weinig rooskleurig beeld zien. Na drie jaar van forse groeicijfers zal de economie in 1993 inkrimpen met naar verwachting 2,2 procent. Voor volgend jaar wordt een bescheiden groei verwacht van nog geen procent, maar bepalend daarvoor zal het resultaat zijn van de zondag te houden presidentsverkiezingen.

De macro-economische politiek van de inmiddels wegens verdenking van corruptie geschorste president Carlos Andrés Pérez was één van de belangrijkste thema's in de verkiezingsstrijd. CAP, zoals de president alom wordt genoemd, legde Venezuela na zijn aantreden in 1989 een pakket harde maatregelen op die tot doel hadden de puinhopen van de jaren tachtig op te ruimen en het land een nieuwe economische basis te geven. Daarbij speelt olie niet langer de hoofdrol. Dreef Venezuela in de jaren zeventig nog op de schier onuitputtelijke voorraden olie die tegen forse prijzen op de wereldmarkt konden worden gesleten, anno 1993 ziet het beeld er totaal anders uit. Met prijzen tussen de tien en dertien dollar per vat voor de inferieure Venezolaanse olie, levert het zwarte goud van de voorbije tijden nu nog maar zo'n elf procent op van de staatsinkomsten.

“De economische ontwikkeling stagneert”, zegt senator Carlos Raúl Hernández van de regeringspartij Acción Democrática. De senator, die zeer vermoedelijk na zondag in het parlement zal terugkeren, zij het als afgevaardigde, is lid van een brede commissie die mogelijke hervormingen van de staat bestudeert. “We hebben hier te maken met een ambtenarenapparaat van 500.000 man dat drastisch moet worden ingekrompen. We willen toe naar een professionalisering van de ambtenarij, waarbij niet langer mensen wegens hun politieke affiliatie aan een baan bij de overheid worden geholpen.”

Ook de privatisering van de zevenhonderd staatsondernemingen in Venezuela staat hoog op het verlanglijstje van senator Hernández en zijn commissie. “Meer dan 90 procent van de deviezen die het land binnenkomen gaan naar de staat”, zegt Hernández. “Dit is bijna een socialistische maatschappij”. Tot nu toe heeft Venezuela slechts een dertigtal van de best-renderende staatsfirma's verkocht, waaronder de nationale luchtvaartmaatschappij Viasa en enkele hotels.

De kandidaten voor de verkiezingen van morgen zijn het er over eens dat er iets moet gebeuren aan de stagnerende Venezolaanse economie - maar niemand geeft aan hoe. Belastinghervorming scoort hoog, maar welke belasting en op welke manier is onduidelijk. De BTW (van tien procent over geïmporteerde goederen) is een veel gekritiseerde belasting, maar tevens één van de belangrijkste bronnen van inkomsten van de overheid. Het overheidstekort bedraagt netto 231 miljard bolivar, tegen de huidige koers ruim 2,3 miljard dollar. De bolivar, in de jaren zeventig één van de meest waardevaste munten van het continent met een jarenlange tegenwaarde van 4,5 voor de Amerikaanse dollar, glijdt dagelijks met 15 centimos af naar een niveau dat eind deze week van de 103 lag.

De inflatie, dit jaar boven de 40 procent, heeft geleid tot een snelle verarming van de Venezolaanse middenklasse. Diezelfde middenklasse lijkt zich nu op te maken om bij de verkiezingen de twee traditionele politieke partijen een nederlaag te bezorgen door de voorkeur te geven aan de kandidaten van de twee protestbewegingen tegen vier jaar neo-liberale hervormingen. Toch ziet het er naar uit dat ook als één van de 'alternatieve' kandidaten zal worden gekozen, de nieuwe president weinig anders zal kunnen doen dan het tot nu toe gevoerde en uiterst impopulaire beleid voort te zetten.

Intussen houden investeerders in binnen- en buitenland hun hart vast. In afwachting van verkiezingsdag is er een zekere uitstroom geweest van buitenlandse deviezen, maar de kapitaalvlucht bleef beperkt. “Er is geen sprake van paniek hier”, zegt een Europese diplomaat. De grote vraag is, of ook de nieuwe president een voor investeerders vriendelijk klimaat zal handhaven en of er meer vaart zal worden gezet achter het programma van privatiseringen. Daarbij is het vrijwel zeker dat de nationale olie-industrie buiten schot zal blijven.

De meest waarschijnlijke winnaar, oud-president Rafael Caldera, heeft al laten weten dat de olie niet in aanmerking komt voor privatisering. Caldera, een felle criticus van het Internationale Monetaire Fonds, zal als president vermoedelijk proberen nieuwe afspraken te maken over aflossing van de buitenlandse schuld van Venezuela. “Het IMF moet twee dingen erkennen”, zei Caldera onlangs op een bijeenkomst met buitenlandse journalisten. “We zijn hier bezig met een gevecht tegen de armoede, en we hebben verlichting van onze schulden nodig.”

Het is overigens maar de vraag of de president van een land met de potentiële rijkdommen die Venezuela heeft een willig oor zal vinden in Washington voor zijn verlangens. De economische crisis is ontegenzeggelijk een feit, maar de gemiddelde Venezolaan is nog steeds beter af dan velen in de hem omringende landen in Latijns Amerika. Bovendien lijkt de Venezolaanse economie veerkrachtig genoeg zich uit de crisis te werken en opnieuw één van de meest bloeiende van het continent te worden. De spraakmakende voorbeelden verdringen zich: Chili, Argentinië en Mexico. Dat wil zeggen: een drastische reductie van de overheidssector en een neo-liberale economische politiek. Precies wat de Venezolanen niet willen.