Partners in vrede...

DE ZESTIEN MINISTERS van buitenlandse zaken van de NAVO zijn donderdag overeengekomen de landen ten oosten van Duitsland een 'partnership voor de vrede' aan te bieden. Het aanbod is bedoeld als tegemoetkoming nu niet zal worden ingegaan op het dringende verzoek van een viertal Middeneuropese landen om tot de NAVO te worden toegelaten. De offerte wordt officieel verzonden door de topconferentie van staats- en regeringsleiders van de NAVO in januari. Gisteren kwam het voorstel ter sprake op een ministeriële bijeenkomst in Brussel van de twee jaar oude Noordatlantische Samenwerkingsraad (NACC). Die organisatie voldoet kennelijk al niet meer aan de veiligheidsbehoefte van de aangesloten landen.

Voor de 38 NACC-ministers was het, zo bleek uit hun verklaringen, niet eenvoudig de plaats van het nieuwe 'partnership' te bepalen in de stilaan groeiende reeks van organisaties die met bevordering van de Europese veiligheid zijn belast. Zo hield de Amerikaan Christopher een brede vluchtweg open: ja, een actieve deelneming in het 'partnership' zou landen helpen zich voor te bereiden op het nakomen van de verplichtingen van het NAVO-lidmaatschap, maar neen, van uitbreiding zal niet in een vloek en een zucht sprake zijn, vele andere factoren zullen een rol spelen bij besluiten over het lidmaatschap. Anders gezegd, kandidaten moeten hun best doen, maar of dat de begeerde prijs oplevert staat te bezien.

DE DOOR CHRISTOPHER opgevoerde 'andere factoren' mogen worden beschouwd als een fluwelen vertaling van de Amerikaanse wens rekening te houden met Russische gevoeligheden ten aanzien van uitbreiding van de NAVO en als een weinig gemaskeerde uiting van Amerikaans onbehagen over het gemak waarmee sommige Europese bondgenoten bezig waren de Polen en anderen een voorschot te beloven op verruiming van Amerika's traditioneel transatlantische veiligheidsgaranties. Dat is ongeveer het laatste waartoe de Verenigde Staten in het nieuwe tijdsgewricht bereid zijn, maar al te grote duidelijkheid wordt als te pijnlijk voor betrokkenen ervaren. Overigens had kanselier Kohl de afgelopen dagen misverstanden over de Duitse positie in dezen al met enige kracht uit de wereld geholpen.

Van zijn kant deed de Russische minister Kozyrev nog een poging de kritiek in zijn land zelfs op het 'partnership' te bezweren met een voorstel de afstand tussen NACC en NAVO te vergroten en zodoende een nieuwe, meer Europees gestemde veiligheidsorganisatie in het leven te roepen. Maar dat was een te sterke ruk aan het Atlantische roer. Kozyrev mocht zich vervolgens in zijn zelfgeschapen isolement verbijten.

WAT HET ALLEMAAL praktisch te betekenen heeft blijft bijzonder vaag. In beginsel zou een Europees land dat zich bedreigd voelt zich via het 'partnership' rechtstreeks kunnen wenden tot de NAVO. In de CVSE (Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa) en in de NACC moet een staat om steun vragen ten overstaan van de gewraakte buurman. Maar het 'partnership' zou een klacht mogelijk maken buiten die buurman om, aangenomen dat die niet tot de NAVO behoort. Het lijkt weinig aannemelijk dat Rusland op die manier nog eens de hulp van de Noordatlantische Verdragsorganisatie komt inroepen, en dat zegt weer veel over de diepere beweegredenen van de andere 'partners'. Toch zal ook Moskou het 'partnership' aangeboden krijgen. Al was het maar om het ideaal van de collectieve veiligheid zoveel mogelijk overeind te houden.