Neurenberg was mensenwerk

The Anatomy of the Nuremberg Trials. A personal memoir DOOR TELFORD TAYLOR 702 blz., geïll., Bloomsbury (Knopf) 1993, ƒ 83,75

De leden van het Internationaal Militair Tribunaal die enkele maanden na de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg neerstreken, vormden een bont gezelschap. Ze kwamen aangevlogen uit vier Geallieerde landen, werden geacht een eenheid te vormen, maar waren politiek onwrikbaar verdeeld. De eerste bries van de Koude Oorlog waaide al door Europa en het enige wat de rechters en aanklagers verbond was het heilige voornemen een herhaling van wat de zes voorgaande jaren was geschied voor altijd uit te sluiten. In hun kielzog arriveerde een stoet secretaresses, stenografen, tolken, vertalers, assistenten en journalisten, plus een handjevol Duitse advocaten, die de beklagenswaardige taak hadden de gedagvaarde nazi-leiders bij te staan. Zij allen zochten onderdak in de stad, waarvan het centrum in het begin van 1945 door twee RAF-bombardementen in een ruïne was veranderd.

Ook de 22 beklaagden (eigenlijk 21: Hitlers waakhond Martin Bormann was afwezig), na de oorlog door de Geallieerden her en der gevangen genomen, vormden een bonte eenheid. Zij bestond grotendeels uit politici, partijbonzen, bankiers en hoge militairen, van wie sommigen elkaar in Neurenberg voor het eerst ontmoetten. Hitler, Himmler en Goebbels ontbraken om begrijpelijke redenen en de publieke aandacht richtte zich vooral op rijksmaarschalk Hermann Goering. Maar ook Hans Fritzsche zat erbij; hij had op de radio tijdens de oorlog tussen antisemitisch gekakel door, de Wehrmacht bemoedigend toegesproken. Algemeen werd een kort proces verwacht, maar het Tribunaal zou bijna een jaar bijeen zijn: van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946.

De voorafgaande maanden was in hoog tempo, in èn buiten Duitsland, bewijsmateriaal vergaard. In Duitse kelders, brandkasten en archieven werden belastende documenten opgediept, waarbij met vrucht gebruik was gemaakt van de befaamde Teutoonse hartstocht voor schriftelijke rapportering. Na moeizame onderhandelingen waren de VS, de Sovjet-Unie, Engeland en Frankrijk het in Londen eens geworden over een Handvest, dat de wettelijke grondslag van het proces van Neurenberg zou vormen. Het Handvest verklaarde het Tribunaal bevoegd te oordelen over drie soorten misdrijven: oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de vrede en misdrijven tegen de menselijkheid. De laatste twee delicten werden in Londen uit de hoed getoverd en vormden een novum in het volkenrecht. De beklaagden werden individueel aansprakelijk gesteld. Zij zouden zich niet kunnen verschuilen achter een ambtelijke opdracht of wettelijk voorschrift: Befehl ist Befehl was, aldus art. 8 van het Handvest, geen grond voor strafuitsluiting, maar zou ten hoogste kunnen dienen als verzachtende omstandigheid.

Jackson

Het was de Amerikaanse hoofdaanklager Robert Jackson die het proces opende met een rede waarin hij met brede wiekslag het demonische systeem ontrafelde, de Duitse inval in Polen, het oorlogsleed, de gruwelen van de Endlösung. 'Ik ken in de moderne juridische literatuur weinig voorbeelden van een zo beheerste hartstocht en morele intensiteit,'' schrijft Telford Taylor in zijn The Anatomy of the Nuremberg Trials. Taylor werd in 1945 op 37-jarige leeftijd in Jacksons team opgenomen, toen zijn inzicht in het volkenrecht nog nauwelijks door kennis werd gehinderd. Nu, bijna een halve eeuw later, na een lange rechtspraktijk en doorkneed in het volkenrecht, blikt hij op 'Neurenberg' terug: scherpzinnig, genuanceerd, soms vinnig en bepaald niet zonder kritiek jegens zijn vroegere chef. Jackson was bot in de omgang, hij wantrouwde de Russen, had weinig op met de Fransen, ruziede met de eigen Amerikaanse delegatieleden, maar hij stònd voor de (Amerikaanse) zaak.

Meesterlijk baant Taylor zich een weg langs de juridische voetangels en klemmen, zoals de beperkte mogelijkheid om instituten als rijksregering, generale staf, het opperbevel van de Wehrmacht, Gestapo, SD, SA en SS tot misdadige organisaties te verklaren, en de moeilijkheid te bewijzen dat Hjalmar Schacht als minister van economische zaken bewust had meegeholpen aan de financiering van de Duitse oorlogsindustrie. En passant biedt hij verhelderende inkijkjes in de Neurenbergse gemeenschap. De Russische aanklagers, zo blijkt, gingen uit van de schuld van de beklaagden en hoefden alleen maar de straf te bepalen.

Op afstandelijke toon beschrijft Taylor de dramatische hoogtepunten tijdens het proces: De talloze replica's in de Sovjet-Unie van het vernietigde Tsjechische Lidice, de vernietiging van het getto van Warschau, de paniek bij voormalig Reichsbank-president Walter Funk, wanneer documenten ter tafel komen waaruit blijkt dat zijn bank met zijn medeweten van de SS juwelen en gouden tanden ontving, afkomstig van joodse slachtoffers van de vernietigingskampen.

Goering

Bij de beschrijving van de karakters van de beklaagden baseert Taylor zich gedeeltelijk op Nuremberg Diary (1947) van de Amerikaanse psycholoog G.M. Gilbert. Maar terwijl Gilbert heet van de naald de banale, zelfrechtvaardigende opmerkingen in de cel noteerde (over de doden niets dan slechts: de schuld lag vrijwel altijd bij Hitler of Himmler), wordt ons hier een nog gevarieerder tableau voorgeschoteld. Hess krijgt zijn geheugen, sinds zijn mislukte vredesmissie naar Schotland in 1941 op wonderbaarlijke wijze verdwenen, één dag terug, maar vervalt daarna weer in zijn gebruikelijke apathie. Paulus, de Duitse bevelhebber bij Stalingrad, wordt door de Russen onverwachts als getuige binnengebracht en laat weinig heel van de militairen Keitel, Jodl en Goering. Hans Frank, gouverneur-generaal van het bezette Polen, ziet in Neurenberg het goddelijk licht en bekeert zich tot het katholieke geloof. De briljante advocaat van admiraal Dönitz slaagt erin aan te tonen dat de Amerikaanse onderzeeërs in de Pacific, door het torpederen van Japanse koopvaardijschepen, dezelfde methoden gebruikten als die welke Dönitz ten laste worden gelegd. En Papen, die de stijgbeugel ophield waarmee Hitler te paard werd gezet, is zich natuurlijk van geen kwaad bewust.

Maar het was vooral Goering die de show stal. Der Dicke is in gevangenschap op cold-turkey-achtige wijze van zijn morfineverslaving afgeholpen, vertoont weer de oude branie en paart verbale behendigheid aan een verbazingwekkend geheugen. Van een pijnlijk treffen met Goering tijdens het kruisverhoor zou Jackson zich pas in zijn requisitoir herstellen. Doelend op het maandenlange 'koor van ontkenningen uit de beklaagdenbank'' trok hij alle cynische registers open. Dit is het totaalbeeld van Hitlers regering: 'Een tweede man (Goering), die niets afwist van de excessen van de door hemzelf gecreëerde Gestapo en geen weet had van het program ter uitroeiing van de joden terwijl hij meer dan tien decreten van die strekking tekende, een derde man (Hess), die als een boodschappenjongen de bevelen van de Führer doorgaf, een minister van buitenlandse zaken (Ribbentrop), die weinig van buitenlandse zaken en niets van buitenlandse politiek afwist, een veldmaarschalk (Keitel), die legerorders uitvaardigde zonder de praktische gevolgen ervan te doorzien, een partijfilosoof (Rosenberg), die geïnteresseerd was in historisch onderzoek maar geen idee had van het geweld waartoe zijn filosofie opriep, een president van de Reichsbank (Funk), die totaal niet op de hoogte was van wat er in de kluizen van zijn bank omging. (...) Als men deze mannen voor onschuldig zou verklaren, zou men met evenveel recht kunnen beweren dat er geen oorlog is geweest, niemand is vermoord en geen enkele misdaad is begaan.'' Taylor: Jacksons requisitoir was 'overdreven en ruw, maar het was uiterst effectief.''

Executie

Na het weinig verheffende loven en bieden over de strafmaat volgde de uitspraak. Twaalf verdachten werden ter dood veroordeeld: Frank, Frick, Goering, Jodl, Kaltenbrunner, Keitel, Ribbentrop, Rosenberg, Sauckel, Seyss-Inquart, Streicher en Bormann bij verstek. Drie kregen levenslang (Funk, Hess, Räder), vier kregen een tijdelijke gevangenisstraf: Schirach en Speer (20 jaar), Neurath (15) en Dönitz (10). Fritzsche, Papen en Schacht werden vrijgesproken, maar vrijwel onmiddellijk door de Duitse rechter in de kraag gegrepen.

Daarna volgden twee martelende weken voor de ter dood veroordeelden. Goering onttrok zich aan de executie door een paar uren tevoren een capsule cyaankali door te bijten. Naast Bormann, vrijwel zeker in de laatste oorlogsdagen gedood, ontkwamen twee man aan het gerecht: de chef van het Arbeitsfront, Robert Ley - hij pleegde vóór het proces in zijn Neurenbergse cel zelfmoord - en Gustav Krupp, die als symbool had moeten dienen van de Duitse bewapeningsindustrie. Toen de aanklagers, veel te laat, bemerkten dat Gustav wegens verregaande seniliteit niet terecht kon staan en nog even snel met zoon Alfried aankwamen, werd dit door het Hof afgewezen.

Hoewel Taylors eindoordeel over 'Neurenberg' positief is, noemt hij dit laatste een eerste klas blunder van het openbaar ministerie, en hij aarzelt niet meer zwakke punten te noemen, zoals de geringe faciliteiten voor de verdediging en de nogal willekeurige selectie van de beklaagden.

Streicher

Neurenberg was een politiek proces, waarin de overwinnaars de volkenrechtelijke regels bepaalden. Beroep op de omstandigheid dat de Geallieerden in bepaalde gevallen net zo hadden gehandeld als de Duitsers werd niet erkend. Taylor stapt er nogal gemakkelijk overheen dat de twee in Neurenberg nieuw gehanteerde misdrijven niets heel lieten van het belangrijke beginsel, dat straf alleen kan worden gegeven op grond van een ten tijde van het delict bestaande strafbepaling. Over de straftoemeting daarentegen heeft hij een kritische noot te kraken. Rudolf Hess had wegens geestelijk onvermogen beter niet terecht kunnen staan, of had in ieder geval vervroegd moeten worden vrijgelaten, en Julius Streicher werd te zwaar bestraft. 'De zorgeloze manier waarop de leden van het Tribunaal Streicher naar de galg zonden, alsof zij een worm vermorzelden, is zeer moeilijk te vergoelijken.'' Streicher was een fanatieke en verstokte antisemiet, schrijver in en uitgever van het vuige blad Der Stürmer, maar hij bezat geen leidinggevende positie, werd door Hitler in 1940 kaltgestellt en speelde in de oorlog geen enkele rol.

Hoeveel beter verging het Albert Speer. Als minister van bewapening en als betrokkene bij het systeem van dwangarbeid was hij verantwoordelijk voor de dood van duizenden, hij dikte in Neurenberg zijn minimale verzet tegen Hitler bekwaam aan en speelde er overtuigend de berouwvolle zondaar, waardoor hij eraf kwam met een tijdelijke gevangenisstraf. Daarna ging hij door het leven als de man die tijdelijk verblind was geweest, leefde ruim van de opbrengst van zijn intrigerende maar zelfrechtvaardigende boeken (Herinneringen, Spandauer Dagboek, De Slavenstaat) en was een graag geziene gast in de Duitse tv-studio als omtrent het Derde Rijk enige inside kennis werd vereist. En daar zat hij dan, o zo intelligent en bescheiden, met égards behandeld. De vleesgeworden fatsoenlijkheid. Recht is mensenwerk. Neurenberg maakte op dat adagium geen uitzondering.