Neo-fascisten willen vooral normaal zijn

ROME, 4 DEC. “De neo-fascisten een risico? Misschien. Maar riskanter dan de situatie nu is kan het niet worden.” Het nepgoud aan haar polsen rinkelt als de vrouw gebarend haar woorden onderstreept. Over de neo-fascisten heeft ze haar twijfels. Met links heeft ze nog minder op, en daarom stemt ze morgen toch maar op Gianfranco Fini, de keurige, neo-fascistische kandidaat voor het burgemeesterschap.

Op deze met golfplaten overdekte Romeinse markt, tussen de tassen en schoenen, de truien en onderbroeken, lopen veel mensen rond die er zo over denken. “Het fascisme is dood en begraven,” zegt een kaalgeschoren jongen in een zwartleren jasje. “Als ik nu op Fini stem is dat omdat hij de leider is van een eerlijke partij.”

Voor een corpulente man die bazig heen en weer banjert, is het fascisme iets van vijftig jaar geleden. “De strijd gaat nu in Rome tussen democratisch rechts en democratisch links. En dan stem ik op rechts omdat de communisten in de jaren zeventig tien jaar aan de macht zijn geweest in Rome en niets voor ons hebben gedaan.”

Veel mensen in deze volkswijk achter de basiliek van St. Jan van Latheranen, in juli beschadigd bij een bomaanslag, hebben twee weken geleden in de eerste ronde op de neo-fascistische partij gestemd. Een Pool, die bij een van de kraampjes werkt, zegt: “Waarom zou je niet op Fini stemmen? Hij is toch geen crimineel.” Een bebaarde schoenenverkoper uit Algerije: “Ik heb niets tegen hem. En ik ben het er wel mee eens als hij zegt dat buitenlanders die geen baan en geen huis hebben, weer terug moeten.”

Misschien is het door dit koor van voorstanders dat sommigen weglopen als je ze iets vraagt, uit angst dat kritische woorden niet goed vallen. Een langharige jongen is een van de weinige openlijke dissidenten. “Een keuze voor Fini is gevaarlijk”, zegt hij. “Ik ben bang dat je veel dingen dan niet meer openlijk kan zeggen.”

Dan komt de kandidaat zelf. Gouden bril, lange camelkleurige jas, af en toe een sigaret rokend die hem door een van zijn begeleiders wordt aangereikt. Hij luistert geduldig naar een man die hem uitlegt dat de markt al jaren zonder licht en water zit en hoort lijdzaam de jammerklacht aan van een standhouder die problemen heeft met een vergunning. “Ik wil dat hij op mij stemt”, fluistert hij tegen een begeleider die hem maant op te schieten.

Af en toe gaat er een applausje op, maar verder gebeurt er niets. Geen gloedvolle redevoeringen, geen uitbundig enthousiasme. Fini wil vooral normaal zijn. “Wij zijn een partij van de toekomst, niet van het verleden,” vertelt hij in een snel gesprek over de hoofden van de omstanders heen - Fini is langer dan gemiddeld in Italië. Dat mensen uit zijn partij af en toe de Romeinse groet brengen, de gestrekte arm schuin naar boven, is volgens hem niets bijzonders. “Het zijn er maar een paar, en het hoort bij onze folklore, zoals de rode vlaggen bij de communisten.” En Mussolini? “Mussolini is dood, en zijn bewind met hem, maar er zijn veel dingen die we uit de fascistische periode kunnen leren.”

Veel mensen huiveren als ze dergelijke uitspraken horen. De Romeinen die op de Italiaanse Sociale Beweging MSI stemmen zijn lang niet allemaal neo-fascisten, maar de mensen die ze kiezen wel. En de MSI heeft een verschrikkelijk verleden. Met effectieve affiches herinnert een groep linkse sociale centra aan de rol die extreem-rechts in de jaren zeventig heeft gehad in een reeks bomaanslagen. Onder een foto van de ravage na de bomaanslag op het station van Bologna in 1980, die 85 levens eiste, staat: “Dit is de manier waarop de fascisten de stations schoonmaken.”

Ook de joodse gemeenschap in Rome voert fel campagne tegen Fini. De meeste van de 15.000 joden in Rome wonen in wat nog steeds het getto heet, een wijk aan de rand van het oude centrum. De MSI was ook in deze wijk de grootste partij, maar die stemmen komen bijna allemaal van niet-joden. Een enkele joodse ondernemer, zoals de architect Filippo Fiorentini, heeft openlijk gezegd dat hij op Fini stemt, uit afkeer van de ex-communisten en omdat Fini zelf “geen racist en geen anti-semiet” is. Maar de meeste joden vinden dat Fini en zijn Napolitaanse collega Alessandra Mussolini, de kleindochter van de dictator, niet kunnen volstaan met de uitspraak dat de rassenwetten die Benito Mussolini in 1938 afkondigde, een vergissing waren.

“Joden vergeten het verleden niet” staat op een groot spandoek als Fini's rivaal Francesco Rutelli 's avonds campagne gaat voeren in het getto. Toen Mussolini aan de macht was zijn de rassenwetten nauwelijks toegepast, maar in 1943 zijn onder het Duitse bewind ongeveer tweeduizend joden weggevoerd. Slechts enkele tientallen van hem zijn teruggekomen. De bezoekers van Rutelli's manifestatie zeggen dat fascisme voor hen gelijk staat met jodenhaat en dat ze Fini's uitspraak dat het fascisme voltooid verleden tijd is, niet geloven.

Rutelli, een Groene parlementariër die wordt gesteund door een brede linkse coalitie, heeft het makkelijk. Hij hoeft maar te wijzen op de banden tussen de neo-fascisten en de extreem-rechtse jongeren die hier de naziskins heten, om een open doekje te krijgen. Zoals sommige mensen vooral op Fini stemmen omdat ze tegen links zijn, stemmen anderen op Rutelli omdat ze tegen de neo-fascisten zijn.

Het tekent de politieke situatie in Italië dat er tussen de programma's van de twee kandidaat-burgemeesters veel overeenkomsten zijn. Dat blijkt tijdens een debat dat de Romeinse associatie van ondernemers heeft georganiseerd in de jaarbeurs van Rome. Buiten staan de BMW's en Lancia's, binnen zitten in een volgepakte zaal de donkere pakken met hun steevast jongere dames. Aan de lange tafel voorin zijn Fini en Rutelli zo ver mogelijk uit elkaar gezet, allebei aan een uiteinde. Maar de twee zijn het inhoudelijk zo vaak met elkaar eens dat de manifestatie bijna slaapverwekkend wordt. Om beurten sluiten ze zich aan bij hun tegenstander. Zowel Fini als Rutelli belooft na de jaren van corruptie een 'schoon bestuur', met duidelijke regels die voor iedereen gelden, een bestuur dat niet bang is om maatregelen te nemen en eindelijk zal proberen orde te scheppen in een stad die lang aan zijn lot is overgelaten.

“Voor ons succes is er geen andere verklaring dan het failliet van een politieke klasse die de afgelopen jaar Rome heeft laten vervallen en onleefbaar heeft laten worden,” zegt Teodoro Buontempo, een van de beruchtste neo-fascisten van Rome. “Dat onze partij 31 procent van de stemmen heeft gekregen, komt niet omdat wij een regime uit het verleden vertegenwoordigen, maar hoop op een betere toekomst.”

Buontempo is de Romeinse politicus die in de eerste ronde de meeste voorkeurstemmen heeft gekregen, en hij wordt er mede daarom van beschuldigd in de volkswijken de stemmenmachine van de oude, corrupte christen-democratische partij te hebben overgenomen. “Onzin,” zegt Buontempo, die op de piazza Venezia even stil houdt voor een gesprek. “Ik heb in die wijken gewoond, ik sta dicht bij de mensen. In een wijk vol prostituées en verslaafden verdedig ik de vrijheid van de burger, en dan zou ik een racist zijn?”

De verwijten van racisme, een verdachte voorkeur voor de sterke hand, een gebrek aan dialoog blijven de neo-fascisten achtervolgen. Fini heeft geprobeerd het verleden weg te poetsen, maar dat is hem niet gelukt, ook al omdat hij zich er niet duidelijk genoeg van heeft gedistantieerd. De aanblik van een keurige man in een pak is voor veel mensen niet genoeg om hun wantrouwen weg te doen nemen, ook al lopen er in zijn gevolg geen mensen mee met zwarte hemden en zal niemand het in zijn hoofd halen om in deze campagne de fascistengroet te brengen.

In vijf grote steden wordt morgen gestemd, en daarbij is de uitkomst van de strijd in Rome de minst voorspelbare. In Napels lijkt de achterstand van Alessandra Mussolini op haar linkse rivaal onoverbrugbaar groot, ook al omdat zij moeite heeft duidelijk te maken wat zij meer heeft dan haar achternaam, een grote mond en een goed figuur.

In alle vijf de steden staan de verschillende linkse coalities op een lichte of forse voorsprong. Dat de christen-democraten geen rol meer spelen in de tweede rondes, laat zien hoe ingrijpend de politieke vernieuwing op lokaal niveau is. In Rome en Napels staan de neo-fascisten alleen tegenover links, in Triëst als onderdeel van een bredere coalitie. Maar volgens de opiniepeilingen zullen de meeste kiezers de vernieuwing van een partij die zich zo duidelijk op een geromantiseerd en bijgekleurd verleden baseert, afwijzen.