Moderne gezinnetjes in mulicultureel Nederland

Kinderen van dichtbij. Zondag, Ned.2, 13.30-14.00

Prachtig idee: volg kinderen vanaf hun geboorte tot hun vierde verjaardag en laat zien hoe ze zich ontwikkelen, binnen de vele culturen die in Nederland huizen. Het resultaat 'Kinderen van dichtbij' bestaat uit twaalf afleveringen met steeds een ander kind in de hoofdrol.

Ouders zijn altijd verbaasd hoe snel een kind leert lachen, kruipen, lopen en praten. Helemaal overdonderend is het als die eerste vier jaar in krap drie maanden van wekelijkse uitzendingen worden geperst.

In de eerste aflevering wordt een meisje (Sharon) geboren in een orthodox-joodse familie. De tweede aflevering gaat over Ogilvan die met zijn Surinaamse moeder, grootmoeder en twee zusjes in de Bijlmer woont. In het derde deel is Zoë de hoofdpersoon, dochter van een Antilliaanse moeder en een Portugese (parttime) vader. Zo gaat het verder: Max is Hollands en woont in een Hollands dorpje, een Marokkaanse tweeling van bijna twee uit Amsterdam gaat op vakantie naar Marokko, Hollandse Sophie huist in het bos, Kemal gaat naar een Turks-Nederlandse crèche en een andere Sophie van bijna twee jaar woont in een woongroep.

Zelden kom je in korte tijd bij zoveel verschillende gezinnen over de vloer. De ouders vertellen kort iets over hoe ze hun kind willen opvoeden. Een commentaarstem wijst soms op taferelen die kenmerkend zijn voor het ontwikkelingsstadium van het kind. Ieder kind is maar een keer of vijf bezocht, dus de opnamen zijn vaker leuk dan karakteristiek. De serie voldoet als lichte documentaire over moderne gezinnetjes in multicultureel Nederland.

'Kinderen van dichtbij' is echter het produkt van een loodzware opzet en in die zin mislukt. Naderhand moeten de programma's als voorlichtingsmateriaal voor ouders en opvoeders dienen. De afleveringen worden in verschillende in Nederland gangbare talen op video uitgebracht en voorzien van begeleidend schriftelijk materiaal.

Uit de documentatie - niet uit de opnamen - blijkt dat er een flinke adviescommissie achter het programma zit, met een hoogleraar algemene opvoedkunde (prof.dr. J.M.A. Hermanns van de Universiteit van Amsterdam) erin die zelfs een effectmetingsonderzoek zal uitvoeren.

De serie is gebaseerd op ideeën van de Duitse hoogleraar dr. E.K. Beller die aan het Institut für Kleinkindpedagogik van de Freies Universität Berlin vanaf 1975 een pedagogisch model heeft ontwikkeld. Beller denkt dat een kind tussen zijn nulde en vierde jaar 14 achtereenvolgende fasen doormaakt op acht ontwikkelingsgebieden. Beller postuleert ook dat de opvoeder niet voor alles verantwoordelijk is, dat het kind geen hulpeloos wezen is, dat de opvoeder een gelijkwaardige partner van het kind is en dat een kind niet wórdt opgevoed maar zelf aangeeft waar het behoefte aan heeft.

Wie met die informatie in zijn achterhoofd naar de documentaire kijkt denkt dat in Hilversum per abuis een verkeerde band is gestart. Slechts langzaam groeit het besef dat het soms potsierlijke commentaar op de tafereeltjes wel op Bellers theorieën zal zijn gebaseerd. De opvoedkundige voorlichting is echter zonder onderscheid gemonteerd tussen de vreemde trekjes waar iedere ouder wel mee is behept. Zo zegt de moeder van Zoë: “Ik voed haar op zonder suiker. Ik ben daar heel bewust mee bezig.” Terwijl Zoë ondertussen op een stukje appel boordevol suiker kluift. Wie uit deze serie algemene opvoedkundige informatie wil oppikken kan toch beter naar dr. Spock of het zeer populaire 'Oei ik groei' grijpen.