Met koorts

Rozendaal - het park, de kettingbrug, bedriegertjes, de schelpengalerij, een plomp kasteel.

In Rozendaal staat een kerk met het postuur van een kaaspakhuis. Dat was de kerk van dominee Barnard. In Het gat in de wereld beschrijft Benno Barnard het leven in de pastorie, hoe het is om de zoon van een dichter te zijn. Want die dominee dichtte. Hij noemde zich Guillaume van der Graft.

Guillaume van der Graft was een van die geheimzinnig rondzingende namen, die bij ons op school een literair getinte sfeer teweegbrachten. Op deze school kon je boeken lezen en toch meetellen. Je kon zelfs veel boeken lezen, en respect afdwingen. Hoe dan ook, het besef dat in Rozendaal een dichter woonde - ik denk wel dat dat bepaalde ambities heeft aangewakkerd.

Uit Benno's boek blijkt dat zijn vader nog leeft. Hij correspondeert met zijn zoon. Hij zou een boek kunnen schrijven. Hoe het is om de vader van een dichter te zijn.

Nu is het van belang dat ik intussen verkouden ben geworden. Ik hoor in bed. Mijn gedachten, die naar ik hoop hier enigszins genietbaar worden opgediend, verspreiden in feite een damp van gloeiend ijzer. Dat wil zeggen. Eerst komt me dat zoon over vader en vader over zoon-gedoe nogal frivool voor, als haasje-over of zoiets. Dan echter zijn het opeens twee drenkelingen, die zich beurtelings ten koste van elkaar boven water werken. De Waal. Herwijnen. Iets voorbij het Brakels veer.