Machtsvacuüm in Ivoorkust bij stilte rond de president

Is hij dood of leeft hij? Dood is hij nog niet, volgens de officiële berichten. Maar echt levend kan hij ook niet meer zijn. Houphouet Boigny, de oudste der bejaarde Afrikaanse leiders die al 33 jaar regeert, is niet meer in het openbaar verschenen sinds augustus. Na een prostaatoperatie in Parijs en een verblijf van enige maanden in een Zwitserse kankerkliniek keerde hij 19 november in alle stilte terug naar Ivoorkust, waar hij meteen werd overgebracht naar zijn geboorteplaats Yamoussoukro. Over zijn toestand werd geen enkele mededeling gedaan.

Hoe doodser de stilte rondom Houphouët, hoe luider het gegons van de geruchten over zijn gezondheid en de speculaties over zijn opvolging. Inmiddels is er een openlijke machtsstrijd aan de gang in het land dat lange tijd een van de stabielste was op het Afrikaanse continent. Het grote gezag dat Houphouët bij de Ivorianen geniet heeft sinds de onafhankelijkheid in 1960 garant gestaan voor politiek evenwicht. Lange tijd ging het Ivoorkust ook economisch voor de wind. In de jaren tachtig stortten de prijzen van koffie en cacao echter in, de exportprodukten waar de economie op drijft, en sindsdien verkeert het land in crisis.

Bij de economische malaise voegt zich nu de politieke onrust. Want al is Houphouët dan (waarschijnlijk) nog niet helemaal dood, zijn afwezigheid op het politieke toneel zorgt nu al voor een machtsvacuüm. Het feit dat de opvolging in de grondwet is geregeld (artikel 11 bepaalt dat bij het voortijdig verscheiden of aftreden van de president de voorzitter van het parlement de macht moet overnemen tot de volgende verkiezingen) lost het probleem niet op. De voorzitter van het parlement, Henri Konan Bédie, is volstrekt verstoken van werkelijke politieke macht. Die berust bij Alassane Ouattara, de premier, die de staatsmedia beheerst en een vertrouweling is van Houphouët. Aan regeren komt hij daardoor niet veel toe, hij brengt veel tijd door aan het ziekbed van de president.

Bédie en Ouattara behoren beiden tot de Democratische Partij van Ivoorkust (PDCI), de partij van Houphouët, maar ze hebben weinig met elkaar gemeen. Bédie heeft een voorspelbare carrière doorlopen in de Ivoriaanse politiek en behoort evenals Houphouët tot de stam der Baloué. Ouattara is een moslim uit het noorden van het land en was voor hij premier werd 'directeur Afrika' bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De betrekkingen tussen Bédie en Ouattara zijn afgekoeld tot ijskoud. Aanhangers van Ouattara voeren campagne voor een herziening van artikel 11, zodat Ouattara president kan worden als Houphouët definitief wegvalt. Een splitsing in de regeringspartij lijkt niet ver weg meer.

Frankrijk maakt zich grote zorgen over de ontwikkelingen in zijn belangrijkste Afrikaanse ex-kolonie. In Ivoorkust wonen twintigduizend Franse staatsburgers en Frankrijk heeft er aanzienlijke commerciële belangen. Vorige week reisden twee Franse topdiplomaten naar Ivoorkust die apart overlegden met Bédie en Ouattara. De Franse voorkeur lijkt uit te gaan naar Bédie, de wettelijke troonpretendent. Outtara is te onafhankelijk naar de zin van Frankrijk en zou de Franse invloed zelfs ondermijnen door te lonken naar de Verenigde Staten.

Het crisisgevoel in Ivoorkust is door de maandenlange nieuwsstop over Houphouët zo groot geworden, dat voor het eerst in de geschiedenis wordt gespeculeerd over een ingrijpen van het leger. Dit is echter onwaarschijnlijk. Het leger van Ivoorkust is klein en de officieren zijn onderling tezeer verdeeld om een vuist te kunnen maken. Eigenlijk blijft het wachten op Houphouët. De geruchten dat hij het eeuwige leven heeft zijn nog niet helemaal de wereld uit.