Kenia; 'Hou je kop dicht, jouw verhaal wil ik niet horen'

NAIROBI, 4 DEC. Wambui ging in haar nieuwe auto op haar vrije zaterdagmiddag een stukje rijden met zus en zoontje. Dertig kilometer buiten Nairobi, bij het stadje Athi River, klom een zware vrachtwagen sputterend een heuvel op. De wagen stopte en begon bergafwaarts te glijden. Wambui toeterde en schakelde in achteruit. Maar haar pad werd geblokkeerd door een andere auto. De vrachtauto schoof over haar motorkap en verkreukelde het dure blik. De vrachtwagenchauffeur bood onmiddellijk zijn excuses aan: zijn remmen werkten niet.

Een aanrijding is vervelend. De nasleep kan nog vervelender zijn. De politie kwam proces-verbaal opmaken. Iedereen was het er over eens: de vrachtwagenchauffeur had schuld. Recht zou geschieden. De vrachtauto zonder remmen moest op het politiebureau van Athi River blijven, de chauffeur zou worden aangeklaagd wegens gevaarlijk rijden.

Groot was haar verbazing twee dagen later toen Wambui de op één na hoogste politiebaas van Athi River in zijn kantoor opzocht. Hij klaagde haar aan wegens gevaarlijk rijden, het bevel om voor de rechter te verschijnen lag klaar op zijn bureau. De vrachtwagen zonder remmen had de politie laten gaan. Acht ooggetuigen legden volgens de politiebaas verklaringen af, zij allen hadden gezien hoe Wambui op de vrachtwagen was ingereden. “Hou je kop dicht”, bekte de politiebaas Wambui af. “Jouw verhaal wil ik niet horen.” Een lagere politie-agente, degene die het verslag van het ongeluk had opgesteld, leidde de verwarde Wambui het bureau uit. “Ik kan er niets aan doen”, probeerde ze Wambui te troosten, “dit zijn hoge bazen, je weet hoe Kenia tegenwoordig is.”

In de volgende dagen belde de assistent van de politiebaas Wambui herhaaldelijk op. “Het betreft een heel serieuze zaak, uw rechtszaak”, dreigde hij, “je kunt beter hier langs komen om ons wat te geven, dan zullen we de zaak seponeren.” Wambui weigerde.

Bij de opening van de rechtzitting in Machakos bleek het politiedossier zoek. De vriendelijke rechter doorzag de intriges onmiddellijk. Hij nam Wambui apart. “Ik begrijp wel waarom de politie het dossier niet wil sturen”, vertelde hij haar. “Mama, Kenia is tegenwoordig zo verschrikkelijk corrupt.” Wambui had zich inmiddels in het harnas gestoken, ze eiste rechtvaardigheid. Op aanraden van de rechter trok ze naar het politiebureau van Athi River.

Met alle égards werd ze daar ontvangen, de sfeer bleek dramatisch omgeslagen. “Please mama, laten we de zaak intrekken”, smeekte de uiterst beleefde politiebaas. Wambui weigerde. Bij het verlaten van het bureau schoot de assistent van de politiebaas op haar af. “Ik geef het toe”, begon hij fluisterend. “De eigenaar van de goederen in de vrachtwagen gaf mijn baas 13.000 shilling. Hij wilde zijn spullen. Daarop liet mijn baas de vrachtwagen zonder remmen gaan en begon een zaak tegen u. We hadden verwacht dat u ons zou afkopen. We willen de zaak nu laten rusten, want het ontbreekt ons aan bewijzen.” Met opgeheven hoofd verliet Wambui het politiebureau van Athi River.

Wambui's ervaringen met de corrupte politie is er maar één uit duizenden in het dagelijks leven. Op de wegen van Kenia rijden levensgevaarlijke automobielen zonder remmen of lichten. Het valt op hoeveel (gevulde) handen er langs de weg worden geschud tussen verkeerspolitie en aangehouden automobilisten. Voor een paar duizend shilling verstrekken corrupte ambtenaren rijbewijzen in Nairobi, voor ieder die er een wenst. “Geef mij honderd shilling voor mijn portemonnee en ik gooi het dubbele in uw tank”, zegt de pompbediende. Een werknemer van de PTT sluit de telefoonlijn af. Vervolgens komt hij bij de abonnee langs: “Ik sluit uw telefoon onmiddellijk weer aan, voor slechts 300 shilling.”

Corruptie is een cultuur geworden, de geest is uit de fles. Uit armoede, door hebzucht van hoge politici en door gebrek aan het goede voorbeeld van de leiders, is corruptie geïnstitutionaliseerd. Eerlijkheid wordt alleen nog gepredikt, in de kerken en moskeeën. In de werkelijkheid heerst het smeergeld.

Tot in de hoogste kringen bestaat corruptie, verwijten de steeds kritischer Westerse donoren de Keniase regering. Het schandaal over het bedrijf Goldenberg is slechts het topje van de ijsberg, menen diplomaten. Goldenberg ontving van de Centrale Bank miljoenen dollars als aanmoediging om goud en diamanten te exporteren. Maar iedereen weet: Kenia bezit helemaal geen goud en diamanten. Er vond dus geen enkele export plaats. Goldenberg hoefde de miljoenen niet terug te betalen.

Een opmerkelijk openhartige Keniase rechter omschreef zijn land als volgt: “Waar de schuldigen vrijuit gaan maar de onschuldigen worden gevangengezet, waar de Goldenbergs (...) pronken met hun rijkdommen en verkwistend leven, maar straatkinderen zich bewapenen met stront om te bedelen, waar aanstichters van geweld worden vergoelijkt en predikers voor vrede worden veroordeeld.”