'Iedereen vindt de woestijn eng en gevaarlijk, ik vind het er gezellig'

Aan het einde van deze maand, op 28 december, gaat de rally Parijs-Dakar-Parijs van start. MIEKE TIJSTERMAN, huisvrouw uit Waddinxveen, trekt aan de zijde van haar man Kees voor de achtste keer de woestijn in.

Wat bezielt een vrouw van 38 jaar om vrijwillig tweeënhalve week in het zand te gaan zitten? Mieke Tijsterman kijkt of haar een indiscrete vraag is gesteld. Er is geen mooiere plek dan de woestijn, zegt ze. “Iedereen vindt de woestijn eng en gevaarlijk. Ik vind het er gezellig, rustgevend. Je bent even uit dat gehaaste gedoe van thuis.” Ze geeft toe dat dit misschien raar klinkt uit de mond van iemand die de woestijn zo snel mogelijk pleegt door te razen. Toch is dat anders, beweert ze. “Het is niet uit te leggen aan iemand die het zelf niet heeft meegemaakt, wat ik daar precies voel.”

Wie verwacht Mieke Tijsterman sleutelend onder een auto aan te treffen heeft het mis. Het is haar niet aan te zien dat ze al zeven keer de woestijn doorkruiste. Ze loopt niet in een overall en heeft ook geen smeervlekken in haar gezicht. Ze ontvangt het bezoek met haar zoontje van twee op haar arm en keurige pantoffels aan de voeten. “Ik leg hem even in bed.” De babyfoon gaat aan, de thee wordt gezet.

“Ik avontuurlijk? Ik ben hier in Waddinxveen geboren en getogen en ben met een Waddinxvener getrouwd. Niets bijzonders, hè?” Ze werkt ook gewoon, als receptioniste bij een uitgeverij in Capelle. Wel heeft ze altijd al van verre reizen gehouden, en het liefst niet uit de reisgids.

Ze blijkt ook helemaal geen 'autotik' te hebben. Ze komt alleen in het garagebedrijf van haar echtgenoot, om hem koffie te brengen. Dan kijkt ze meteen even vluchtig naar de rood-wit-blauwe Toyota waarmee straks de 12.000 kilometer zal worden gereden. Ze zegt aan het geluid te horen wat een auto mankeert. Uit ervaring. “Een klep of een luchtfilter.” Maar zelf repareren kan ze niet. Ze heeft het ook nog nooit geprobeerd. Dat laat ze liever aan haar man over. “Ik kan een band verwisselen. Dat is alles.”

Ze herinnert zich lachend een voorval van vlak na één van de rally's. Terug in Waddinxveen waande ze zich in haar eigen autootje nog even in de race. Ze scheurde door de bochten en liep daarbij een lekke band op. Gelukkig diende zich meteen hulp aan. Een mede-weggebruiker bood aan het wiel te verwisselen. Mieke zei geen nee. “Later dacht ik: 'wat ben ik eigenlijk een aso'. We hadden in de rally net een stuk of veertien lekke banden gehad, geloof ik.” Samen met Kees kan ze in vier minuten tijd een wiel verwisselen. “Dat is snel in dat zand, hoor.”

De liefde voor de woestijn trof haar tijdens een vakantie, negen jaar geleden. In drie auto's trokken Kees en Mieke Tijsterman met vrienden door Algerije en Marokko. Ze belandden midden in de rally Parijs-Dakar. De sfeer sprak hen meteen aan. Ze reden een deel van de route mee en Kees, van oorsprong een motorcross-liefhebber, besloot het jaar daarna officieel in te schrijven. Mieke zou eerst thuisblijven. Maar toen de vriend die zou meegaan afhaakte, nam ze naast Kees plaats in de Mercedes als navigator, of simpeler gezegd: als kaartlezer.

Ze wist van niets. De aanwijzingen in het routeboek begreep ze net een beetje. “Ik had zes jaar Frans op school gehad.” Een gebrek aan taalkennis is niet eens een nadeel, stelt ze. “Als je de taal goed zou beheersen ga je misschien te veel nadenken bij het lezen van de gegevens. Nu volg ik de aanwijzingen en meer niet. Als ik het routeboek ook in het Engels zou kunnen krijgen, zou ik toch nog voor Frans kiezen.”

Ze is spelenderwijs een volleerd navigator geworden. Voor haar heeft het routeboek geen geheimen meer. Tegenwoordig mag er in Parijs-Dakar gebruik worden gemaakt van geautomatiseerde satelliet-navigatie. Ze krijgt dus een beeldschermpje voor zich in de auto. Solozeiler Henk de Velde is het haar laatst op een avondje komen uitleggen. “Heel gezellig.” “Het is makkelijk om je positie te bepalen, maar eigenlijk hoeven die dingen niet van mij. Zo haal je toch een beetje het avontuur weg.”

Door de rally zegt Mieke Tijsterman haar echtgenoot pas echt te hebben leren kennen. Ze waren al bijna tien jaar getrouwd toen ze voor het eerst samen Parijs-Dakar reden. Kees is een rauwdauwer, een doorbijter, weet ze. Ze zijn in de duizenden kilometer zand helemaal op elkaar aangewezen. “En thuis leef je vaak toch langs elkaar heen.” Ze voelen elkaar perfect aan, weet zij. “Ik zou zo'n rally echt niet met iedereen kunnen doen. Oh, nee.”

Ze hebben weleens ruzie, bekent ze. Dan vallen er even harde woorden. “Als Kees de auto drie keer op zijn kant heeft gezet, vraag ik wel aan hem waar hij mee bezig is. Want dat kan natuurlijk niet. En hij noemt me een 'trut' als we door mijn schuld tweehonderd kilometer hebben moeten omrijden.” Zelf neemt ze bijna nooit het stuur over. “Ik heb in al die jaren misschien drie keer gereden. Ik kan het gewoon niet zo goed als Kees.”

Het is, vertelt ze, tijdens het rijden vaak stil in de auto. “We zijn niet van die praters.” Ze concentreren zich liever, hij op de weg, zij op het routeboek. Muziek wordt er ook niet gedraaid. “Dat kan niet. Een cassetterecorder zou zo kapot zijn. Door het zand. Stof is echt het ergste dat er is, vreselijk. Alles zit onder. Als ik twee weken na de rally mijn neus snuit komt er nog zand uit.”

De waardering voor het echtpaar Tijsterman is groot in de rallywereld. Als amateurs hebben ze topprestaties geleverd. Eén keer, in 1989, werden ze in Parijs-Dakar vijfde in hun klasse, een sensatie. De organisatie riep ze daarvoor zelfs op het podium tijdens de huldiging in Dakar. Ze hebben inmiddels een eigen vrachtwagen met een serviceteam van drie man in de rally meerijden, maar die steun is nog lang niet te vergelijken met die van de grote fabrieksteams. Er is ook altijd geldgebrek. Vorig jaar deden ze daardoor niet mee. Ook deze keer is de begroting nog niet rond. Er is in totaal ongeveer 250.000 gulden nodig. Zij loopt mogelijke sponsors af. Het blijft een financiële gok om mee te doen.

Toch doen ze het. De Belg, aan wie ze de helft van de vrachtwagen hebben verhuurd, bleef maar bellen. “Toen hebben we de knoop maar doorgehakt en ja gezegd.” Dat was een maand geleden. Tijd om te oefenen hebben ze niet. “Hoe zouden we dat hier in Nederland moeten doen?” Zelf aan de conditie wordt niet of nauwelijks gewerkt.

Wat is dan het geheim van de Tijstermannen? “Wij zijn nuchtere mensen. Wij doen geen gekke dingen. Ik heb grote, stoere kerels in hun auto zien zitten huilen. Die konden het niet meer aan. Zo ver gaan wij niet.”

Ze zegt elke rally nog steeds als een vakantie te beschouwen. “Afrika is het mooiste gebied van de wereld. Het is nog echt.” Ze heeft er ook plezier in de locale bevolking in de tentenkampen en nederzettingen te ontmoeten. “Anderen draaien, als ze de mensen zien aanstormen, snel hun raampje dicht en doen de deuren op slot. Ik ga er juist uit, probeer op mijn manier een beetje te praten met die mensen. Ik heb weleens een stel kinderen in de woestijn poesje-miauw leren zingen. Ik ben nooit bang, welnee. Die mensen willen altijd aan je zitten, vooral aan je schoenen en je veters. Nou en? Van mij mag het.”

Ze deelt er petjes en shirtjes uit en geeft ook nog haar eigen kleren weg. Dat wordt erg gewaardeerd. Daarom bracht een jongen haar eens naar de man die al haar persoonlijke bezittingen had gestolen. “Hij verlinkte voor mij zijn eigen mensen.” Soms komt ze jaren later nog iemand tegen die trots een van haar gekregen shirtje draagt. Ze krijgt ook cadeaus terug. “Ik heb zo'n stapel armbanden liggen.”

Ze voelt zich als vrouw in de hitte en het zand niet hulpelozer dan de mannen in de karavaan. “We hebben het allemaal even moeilijk.” Want het is behelpen tijdens de nachtelijke stops, slapen in een tentje en alleen als ze geluk hebben kunnen ze zich een beetje wassen. “Vaak krijg je van mensen uit zo'n dorp een emmer of een gieter mee.” Opmaken is er natuurlijk ook niet bij. “Maar thuis ben ik ook niet zo optutterig.” Ze vergeet weleens dat ze een vrouw is. “Als ik soms foto's uit de rally zie herken ik mezelf niet. Ik ben dan helemaal zwart.”

Ook het eten is niet om over naar huis te schrijven. Ze moeten genoegen nemen met wat ze van de organisatie of plaatselijke bevolking krijgen. “En dat is niet lekker!” Mieke neemt uit de supermarkt thuis wel wat zakjes mee die ze in het water kan opwarmen, maar ook niet te veel, want daar is geen plaats voor. Ook niet in de vrachtwagen die vol ligt met onderdelen. Tijd en zin om zelf te gaan koken is er niet. “Op een rustdag heb ik weleens voor dertig man spaghetti staan klaarmaken of vijfenveertig eieren staan bakken.” Ze vallen altijd af tijdens de rally. Mieke meestal een paar kilo, Kees raakte weleens vijftien kilo kwijt. “Hij is ook dikker dan ik. Dan gaat het sneller.” Drinken is tijdens de rally veel belangrijker dan eten. Maar ook dat doen ze beheerst, anders moeten ze steeds plassen en dat houdt alleen maar op.

Alle ongemakken worden graag op de koop toegenomen. De kick om met z'n tweeën de woestijn te overwinnen, wint het met gemak bij Kees en Mieke Tijsterman. “Vaak zie je tien minuten na de start al helemaal niemand meer en aan de finish lijkt het plotseling weer een mierenhoop. Ineens komen ze overal vandaan schieten.” Natuurlijk is het niet altijd even leuk op de zandvlakte. Als ze voor de zoveelste keer door een lekke band worden getroffen of in het zand vastzitten. Of als ze eens heel flink verdwalen. “Op die momenten denk je best weleens van: 'dág, dit doe ik niet meer'. Kees vraagt ook wel of ik een lucifertje bij me heb. Dan kan hij de brand erin steken.”

Maar de volgende keer beginnen ze er toch weer aan. Ook de geboorte van hun zoon Tim, twee jaar geleden, weerhield ze er niet van om de woestijn in te trekken. “Hij was vier weken oud toen we in 1991 Parijs-Kaapstad reden. Voor mijn gevoel heb ik ook pas na die rally mijn kind gekregen.” Ze zal haar zoon straks missen, maar veel tijd om aan hem te denken zal er niet zijn. “In een weekje aan het strand zou ik er meer moeite mee hebben dan nu.”

Nemen ze vooral als ouders niet een te groot risico om aan de rally mee te doen? Mieke Tijsterman schudt gedecideerd van niet. “Natuurlijk gebeuren er ongelukken, maar we zitten goed in de gordels, hebben een helm op. En onze auto gaat niet zo hard. Bovendien is Kees heel consequent. Als hij moe is stopt hij, klaar.”