Groothandel schetst somber toekomstperspectief

ROTTERDAM, 4 DEC. De Nederlandse groothandel bespeurt nog niets van een opleving van de economie. “De econonomische verwachtingen voor de toekomst zijn somber. De geluiden dat Nederland aan het eind van de recessie zou zijn, delen wij niet.”

Dat zei mr. W. graaf Van Limburg Stirum, de voorzitter van het Nederlands Verbond van de Groothandel (NVG), deze week in Den Haag tijdens zijn jaarrede.

De bruto winst van de groothandel lag vorig jaar op circa 62 miljard gulden, de bruto winstmarge op negentien procent.

Van Limburg Stirum verwacht dat de groei van de afzet van de groothandel, gerekend in hoeveelheden goederen, dit jaar zal blijven steken op een half procent. Dit wordt veroorzaakt door een verminderde vraag en krimpende marges.

Voor de toekomst zal met name de ontwikkeling in Duitsland, Nederlands belangrijkste handelspartner, bepalend zijn, aldus de NVG-voorzitter. De vraag in het voormalige Oost-Duitsland groeit dit jaar veel minder dan vorig jaar en is zeker onvoldoende om de verminderde vraag in het westen van Duitsland goed te maken.

De groothandel, die vorig jaar de werkgelegenheid nog met één procent zag stijgen naar 406.000 werknemers, ziet het aantal banen nu dalen. Dat was vooral zichtbaar bij de groothandel in agrarische produkten en die grondstoffen. Oorzaken hiervan zijn de herstructurering van het Europese landbouwbeleid en de voor de Nederlandse exporteurs nadelige valutaire ontwikkelingen, zoals de harder geworden gulden.

Ook de arbeidskosten dienen in Nederland omlaag te gaan, aldus Van Limburg Stirum. “In 1992 ligt de stijging van het contractloon in de groothandel op bijna vier procent, wat rijkelijk hoog is.” Om de concurrentie op de thuismarkt aan te kunnen blijven gaan, zal de groothandel samenwerkingsverbanden met producenten en afnemers moeten aangaan en joint ventures moeten stichten”, aldus de NVG-voorzitter.

Van Limburg Stirum hekelde in zijn rede ook het per 1 januari 1993 gewijzigde btw-regime, waardoor de handel in Nederland volgens hem schade oploopt. Om te voorkomen dat de groothandel de af te dragen btw moet voorfinancieren, dienen buitenlandse afnemers zich in Nederland te laten registreren. Nederlandse bedrijven moeten een vergunning aanvragen voor een zogeheten accijnsgoederenplaats. Deze handelingen, met de hieraan verbonden administratieve verplichtingen en te stellen zekerheden, vormen een zodanig obstakel dat de intracommunautaire oliehandel tussen Nederland en België vrijwel is stilgevallen, aldus de NVG-voorman. Zijn organisatie heeft inmiddels bij Fianciën en Economische Zaken aandacht gevraagd voor de problematiek. “Kern van het probleem is dat geen recht wordt gedaan aan de bjzondere positie van Nederland als handels- en transitoland.”