Geloof tusken de jirpels en de brei

Alle secularisatie ten spijt, zoeken steeds meer mensen hun heil in spiritualiteit. Tineke Eringa twijfelt niet aan de 'goede God', ook niet na de fusillering van haar vader en de dood van haar echtgenoot. 'Ik heb mijn leven lang ervaren dat Hij mij vasthield.' Deel vijf van een serie over spirituele beleving in Nederland.

Tineke Eringa was nog geen drie jaar oud toen haar vader werd doodgeschoten. Hoe onrechtvaardig zijn dood ook was, religieuze twijfels heeft ze er nooit aan overgehouden. 'God heeft dat niet zo gewild'', meent ze. 'Ik denk dat Hij net zo veel verdriet over mijn vader heeft gehad als ikzelf.''

Tineke Eringa's gereformeerde vader zat in het verzet en hielp onderduikers. 'Hij was een gelovig man en handelde vanuit zijn religieuze overtuiging. Hij kon niet anders, vond hij, want onze vrijheid - ook die van het geloof - stond op het spel.'' Vlak voor de bevrijding werd hij opgepakt en begin april 1945 gefusilleerd, 29 jaar oud. 'Hij was een goed en diep gelovig mens. Waarom gebeurde er dan toch geen wonder, zoals bij al die anderen die uiteindelijk gered zijn?'', zo vraagt ze zich nog altijd af. 'Het antwoord op die vraag zal nooit komen. Ik kan ook niet zeggen: wees tevreden met je lot. Ik vind dat ik best kwaad mag zijn, ook op God. Hij begrijpt mijn boosheid ook wel want mijn leven lang heb ik ervaren dat Hij me toch bleef vasthouden.''

Zo verklaart ze het ook dat ze ondanks de dood van haar vader de kans kreeg de kweekschool te volgen. 'Dat heb ik allemaal mogen doen. Veel vrouwen die na de oorlog alleen bleven, konden zich niet redden, maar mijn moeder kreeg een pensioen van de Stichting '40-'45. Dat was er toch maar.''

Tineke Eringa (51) woont in het Friese dorp Burgwerd. Ze resideert vooral aan de keukentafel die uitzicht biedt op weilanden en een vaart. In de wc hangt een fragment van het uit de NCRV-gids geknipte gedicht 'Bloemen' van Hans Bouma, uit de bundel Droom voor droom: 'Geloof je in het licht? Ik geloof in de bloemen. Geloof je in de bloemen? Ik geloof in het licht. Wat geloof je dan? In de bloemen, In bloemen vol licht.'' Eringa gaat ervan uit dat God gelijk staat aan liefde. 'Ik lees nu een boekje van dominee Van der Zee'', vertelt ze, 'en hij schrijft dat de Almacht geen afstandelijk wezen is maar zich heel dicht bij ons bevindt. Zo voel ik dat ook.''

Tot haar verhuizing naar Burgwerd was Tineke Eringa 'zonder twijfel maar toch zoekend naar nieuwe wegen'' belijdend lid van de gereformeerde kerk. Twintig jaar lang oriënteerde ze zich op het brede vlak van het geloof. Ze bezocht samenkomsten van de Pinkstergemeente, voerde gesprekken met Jehova's-getuigen en nam deel aan een gespreksgroep met rooms-katholieken. 'Iedereen is toch zoekende? Je moet niet stil staan maar blijven nadenken over de vragen waarmee je te maken krijgt. Uiteindelijk gaat het toch om de kern van de zaak, dat is je basis, dat is je geloof.'' Haar zoektocht leidde niet tot een breuk met het protestantisme, wel tot een andere geloofsbeleving. 'In de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt veranderde de strenge God in een goede God. Daarbij zijn heel wat heilige huisjes omver gehaald.''

Puur om 'praktische redenen'' is ze inmiddels hervormd. Ze woont recht tegenover de Nederlands-hervormde kerk van Burgwerd. 'Die dateert uit ongeveer 1200. Het idee dat zo veel generaties vóór mij daar ook al waren, geeft me telkens weer een speciaal gevoel.'' Wekelijks bezoeken zo'n vijftig mensen de dienst. In de kerk wordt ze vaak bevestigd in haar religieuze visies, vertelt ze. 'Plus het zingen, de preek en het gevoel met elkaar te zijn, verdriet of schoonheid te delen, niet alléén te staan maar samen de gemeenschap der heiligen te vormen. Dat is het wekelijkse voedsel wat ik krijg en dat mij de kracht geeft om door te gaan.'' Maar dat betekent niet dat je voor de anderen naar de kerk gaat, voegt ze er met nadruk aan toe. Godsbesef dient volgens haar immers ook een integraal onderdeel uit te maken van het dagelijkse aardse bestaan, of zoals ze het zelf formuleert: 'Het geloof is een zaak tusken de jirpels en de brei.''*

Tineke Eringa - part-time onderwijzeres - is de kosteres van de kerk in Burgwerd. 'Ik houd de boel schoon, zorg dat er bloemen in de kerk staan en schrijf de te zingen psalmen op het bord.'' Omdat ze ook ouderling is, fungeren haar twee nog thuis wonende kinderen zondags om beurten als koster. Zij luiden ook de klok. Ze zegt in huis 'de christelijke normen en waarden'' voor te staan. 'Voor mij betekent dat je levensinstelling in het geloof te zoeken en niet in materialisme. Ik probeer mijn kinderen dat vóór te leven. Dat ze weten dat het waar is, dat het geloof realiteit is en dat ze vertrouwen krijgen in de leiding van de God die ons bestuurt.''

Drie van haar kinderen delen haar geloofsopvatting, de vierde is ook aangesloten bij Youth for Christ en 'actief' EO-lid. 'Daar vindt ze het knusser, ze houden elkaar daar heel erg vast”, zegt Eringa. “Voor mij is dat allemaal te extreem. Dat zware moeten, dat spreekt mij niet aan. Maar ze had ook een junkie kunnen worden of een neo-nazi. Dan ben ik blij dat ze hierin haar geluk vindt.”

Soms, zo vindt ze, gaat de van God gegeven menselijke verantwoordelijkheid boven de formeel religieuze verplichtingen uit. Zo liep haar eerste huwelijk uit op een scheiding. 'Zeker, we hadden voor de kerk beloofd altijd bij elkaar te blijven. Maar er kunnen dingen gebeuren die je toch uit elkaar drijven.''

De ontmoeting met haar tweede echtgenoot was niet toevallig. 'Die is gestuurd. Zo voel ik het.'' Vier jaar waren ze getrouwd, toen werd hij ongeneeslijk ziek. 'Ik heb veel om zijn genezing gebeden. God heeft ons ook hier weer doorheen geholpen, want mijn man heeft niet lang hoeven te lijden. Daar waren we dankbaar voor. Zo iets mag je toch maar ontvangen. Er is leven na de dood. Dat geeft troost. Mijn man zei op het laatst van zijn leven dingen waardoor ik zeker wist: er is meer.'' Vanuit haar voorraam kan ze de plaats zien waar hij ligt begraven, naast de kerk. 'Maar ik loop daar gewoon langs. Mijn man is nu ergens anders. Ver weg, hoe en waar weet ik niet.''

Voor Eringa vormt Jezus een essentieel onderdeel van haar geloofsbeleving. 'Door wat hij voor ons heeft gedaan, kan de liefde voortbestaan die God voor ons heeft. Jezus heeft het leed van miljoenen mensen op zich genomen. Als je ziet hoe mensen sterven - die worsteling, dat lijden - en je voert dat allemaal terug tot één persoon, dan is dat onvoorstelbaar.''

Ze bidt regelmatig. 'Aan tafel vraag ik een zegen en dank, hardop. Ook vraag ik of Hij voor mensen wil zorgen die in problemen verkeren. 's Nachts of op andere momenten bid ik zachtjes fluisterend, altijd in het Fries. Ik vraag dan iets als: Help ons toch, laat ons niet los. Soms is God voor haar een tastbaar fenomeen. Ze had een tante die 'altijd voor iedereen'' klaar stond. 'Eindelijk zou ze tijd voor zichzelf hebben.'' Ze kreeg een ernstige ziekte en volgens de behandelende doktoren had ze nog maar even te leven. 'Op dat moment zag ik Hem haast als een soort menselijke gestalte die ik bij zijn jas wilde pakken om te zeggen: Dat mag U niet doen!''

'Dat was twintig jaar geleden en die tante leeft nu nog, 86 jaar oud. Nee, dat ligt niet aan mij. Ik zie het zo: er bestaat geen twijfel over Zijn goedheid. Maar waarom de ene wel en de ander niet herstelt, daar heb ik geen verklaring voor.

'Ik zou graag willen dat ook andere mensen Gods aanwezigheid zouden voelen, dan zouden ze niet zo hoeven te lijden. Zeker, ook ik ga ook wel eens naar de fysiotherapeut omdat mijn schouders vast zitten van de spanning. Maar mijn zorgen hoeven niet te overheersen. Want ik weet dat er toch wel voor mij wordt gezorgd.''

* tussen de aardappels en de pap