Geen vooruitgang bij Brits-Iers beraad over Ulster

DUBLIN, 4 DEC. Groot-Brittannië en Ierland zijn er tijdens zes uur durende besprekingen niet in geslaagd vooruitgang te boeken in de kwestie Noord-Ierland. Noch de Britse premier, John Major, noch zijn Ierse collega, Albert Reynolds, bleek tot substantiële concessies bereid.

Het Brits-Ierse gesprek zit vast op de aanspraak die in de Ierse grondwet wordt gemaakt op Ulster en op de Britse stelling dat alleen de bevolking van dat gebied zelf over haar toekomst kan beslissen.

Na afloop van het beraad met premier Major verklaarde Reynolds: “We hadden nooit verwacht dat de weg naar vrede een makkelijke zou zijn. We hebben altijd beseft dat we onderweg blokkades zouden tegenkomen. Wij blijven echter streven naar het doel om tot een akkoord te komen dat hopelijk een formule voor vrede zal zijn. We willen dat er een einde komt aan het moorden. We willen allebei dat er een einde komt aan het moorden.”

De Britse en Ierse premier hebben afgesproken elkaar volgende week in Brussel opnieuw te treffen om te zien of de constituionele belemmeringen die een regeling van de Noordierse kwestie in de weg staan kunnen worden overwonnen. Voor het eind van het jaar volgt nog een derde ontmoeting.

Britse functionarissen spraken de hoop uit dat het overleg zal leiden tot een gezamenlijke verklaring over de toekomst van Noord-Ierland, waarin de constitutionele belemmeringen van Ierse zijde worden opgeheven. Een Ierse woordvoerder verklaarde echter te hopen op een gezamenlijke verklaring die het Ierse Republikeinse Leger (IRA) de mogelijkheid biedt om tot een wapenstilstand te besluiten, waarna ook de constitutionele kwesties besproken kunnen worden. Premier Major zei: “We kunnen er niet zeker van zijn dat we de verschillen van mening zullen oplossen, maar we zullen het blijven proberen.”

Bij het begin van de besprekingen uitte premier Reynolds tegenover zijn Britse collega zijn ongenoegen over het feit dat Londen Dublin nooit op de hoogte had gesteld van de geheime contacten met het IRA. Hij zei dat hij tevreden was over de mededeling van de Britse regering dat de contacten zijn beëindigd.

Op zijn beurt had premier Major zijn frustraties uitgesproken over het uitlekken van een memorandum van de Ierse regering. Daarin stond dat de Britse regering bereid is publiekelijk het doel van de Ierse eenheid toe te juichen. “We hebben zeer openhartig met elkaar gesproken. We zijn begonnen met eerst de lucht te zuiveren voordat we zaken met elkaar gingen doen”, aldus premier Reynolds, het gebruikelijke diplomatieke jargon voor een flinke ruzie. (Reuter)