Fundamentalisten keren zich tegen Taslima Nasreen; Bengaalse schrijfster bedreigd

NEW DELHI, 4 DEC. De Soldaten van de Islam, een obscure fundamentalistische groepering uit het noordoosten van Bangladesh, hebben eind september een beloning van ruim duizend dollar uitgeloofd voor degene die de 31-jarige schrijfster Taslima Nasreen voorgoed het zwijgen oplegt. Sindsdien durft ze haar huis nauwelijks meer uit en staan er permanent politie-agenten voor haar deur. De regering verklaart dat er geen sprake is van een fatwa zoals Iran tegen Rushdie heeft uitgevaardigd.

Nasreen haalde zich de gram van de Soldaten op de hals met haar boekje Lajja (Schaamte). Pikant is overigens dat Rushdie onder dezelfde titel, zij het in het Engels, een van zijn minder omstreden werken publiceerde.

In haar slechts zeventig pagina's tellende boekje beschrijft Taslima hoe Bengaalse moslims zich misdroegen tegen hindoe's in Bangladesh uit wraak voor de sloop van een moskee door fundamentalistische hindoe's in de Indiase plaats Ayodhya vorig jaar. Op de plaats van die moskee zou de hindoe-god Ram zijn geboren. Ze beschrijft onder andere hoe Bengaalse hindoe-vrouwen daarbij werden verkracht.

Evenals Taslima's eerdere boeken - ze heeft zes dichtbundels en vijf romans op haar naam staan - werd Lajja onmiddellijk een bestseller. Dit wekte de woede van conservatieve moslim-groeperingen die de jonge schrijfster toch al niet konden luchten of zien wegens haar scherpe kritiek op de manier waarop islamitische mannen hun vrouwen plegen te behandelen. Ze is in hun ogen hoe dan ook verdacht omdat ze verklaard atheïste is.

De regering van het grotendeels islamitische Bangladesh, ironisch genoeg onder leiding van de vrouwelijke premier Khaleda Zia, zat zeer met de kwestie in haar maag en besloot korte tijd later het boekje te verbieden omdat het godslasterlijke passages zou bevatten. Het zou onnodige spanningen kunnen opwekken in de gemeenschap die overigens in “voorbeeldige harmonie” leefde.

Nadat de Soldaten van de Islam Taslima Nasreen vogelvrij hadden verklaard, bleef de regering volhouden dat er geen sprake was van een fatwa, een verklaring die op gespannen voet stond met de permanente politiebewaking van haar huis. Ook bediende de regering zich van kleine pesterijtjes. Zo zit Nasreen nog steeds zonder paspoort. Dat werd haar in januari afgenomen toen ze naar Calcutta wilde reizen en verklaarde schrijfster te zijn. Op haar papieren had ze niet vermeld dat ze oorspronkelijk van beroep arts is, een nalatigheid die de Bengaalse overheid kennelijk onvergeeflijk acht.

Intussen sloofden veel islamitische politici zich uit om de wereld te tonen hoe recht zij wel niet in de islamitische leer zijn. Parlementariërs van verschillende partijen beschuldigden Nasreen ervan het wezen van de conservatieve samenleving in Bangladesh in gevaar te brengen, ja zelfs de souvereiniteit van het land te bedreigen. Verschillende onderzoeken en bijeenkomsten volgden waar zij unaniem werd verketterd. Bij een demonstratie in de hoofdstad Dhaka op 18 november eisten enige duizenden betogers niets meer of minder dan dat de schrijfster zou worden opgehangen.

Ondanks de opwinding onderstreept Nasreen in vraaggesprekken dat ze volstrekt niet van plan is het hoofd te buigen voor haar critici. “Ik zal me niet verontschuldigen. En als ik daarom moet sterven, dan zij dat zo.”

Over de literaire waarde van haar grotendeels nog onvertaalde werk verschillen de meningen. Vooral bij jongeren in Bangladesh zijn haar boeken zeer gewild. Sommigen omschrijven haar boeken als “krachtig”, anderen als “impulsief” en “onrijp”.

Haar centrale thema's zijn seks en religie. Een leitmotiv is de slechte behandeling van vrouwen onder de islam. “Speciaal in islamitische landen zijn vrouwen blootgesteld aan walgelijk mannelijk macho-gedrag. Wij worden met het excuus van de godsdienst slechts als seksobject gebruikt. En de schuldigen genieten de goedkeuring van het sociaal-politieke systeem,” verklaarde ze twee maanden geleden in een gesprek met The Statesman uit Calcutta.

Slechts weinigen in Bangladesh staan openlijk aan de kant van Nasreen. De Bengaalse schrijver Bashir Al-Helal is een van hen. “Het is slechts natuurlijk dat een schrijver zijn of haar pen gebruikt wanneer er onrecht wordt gepleegd tegen welke menselijke groep dan ook. Het zou pas onnatuurlijk zijn als de schrijver dat niet zou doen,” verklaarde hij.

Onder hindoe-fundamentalisten in het buurland India is Taslima Nasreen inmiddels uitgegroeid tot een heldin. In allerijl heeft de voornaamste hindoeïstische partij, de Bharatiya Janata Party (BJP), Lajja laten vertalen en in India laten verspreiden. De lof van de fundamentalistische hindoe's heeft onmiddellijk tot nieuwe beschuldigingen aan het adres van de schrijfster geleid. Ze zou veel geld hebben ontvangen van de BJP. Hoe krachtig zij dit ook ontkent, steeds duiken dit soort aantijgingen opnieuw op. Tegen wil en dank wordt ze steeds meer een speelbal in de strijd tussen radicale moslims en de al even onverzoenlijk hindoe's.