Europa en VS vervreemden van elkaar; Patronen van weleer verouderd

WASHINGTON, 4 DEC. Na een korte periode van ontzagwekkende faam in Washington wegens de voorbereidingen voor het magische jaar 1992 is West-Europa teruggezakt in de put van de eurosclerose. De transatlantische perikelen staan niet hoog op de politieke agenda van president en binnenland-activist Bill Clinton.

“Er is een langzame verandering, een subtiele verschuiving in de relaties met Europa”, zegt Paul Gallis, Europa-specialist bij de Congressional Research Services in Washington, maar hij beschouwt het niet als een afwending. Volgens hem komt de verschuiving ook door groeiende invloed op het buitenlands beleid van Amerikanen van niet-Europese oorsprong.

Na de Koude Oorlog lijken de betrekkingen tussen West-Europa en de VS op die van oudere echtgenoten, vlak na het uitvliegen van de kinderen. Beide continenten houden meer tijd aan zichzelf en de oude rolverdeling werkt niet meer.

Washington legde na de Koude Oorlog steeds meer accent op de economische betekenis van de EG. Het herenigde Duitsland zou een economische supermacht worden zoals Japan.

Tijdens hun verkiezingscampagne stelden Clinton en zijn politieke maat Al Gore een land als Duitsland nog als een economisch wonder voor. Bij elke drie zinnen over economische hervorming werden Duitsland en Japan als voorbeelden genoemd, die Amerika zou moeten navolgen.

In zijn boek Head to Head voorspelde de econoom Lester Thurow van het Massachusetts Institute of Technology vorig jaar dat de 21ste eeuw aan het Huis van Europa zal toebehoren. Aan die stelling wordt nu nog weinig geloof gehecht.

Pag.5: VS worden steeds afstandelijker tegenover Europa

De berichten uit Europa zijn alleen maar somber. Drie jaar geleden kwamen zakenleden nog in fora bij elkaar om te leren hoe ze de uitdaging van de EG het hoofd konden bieden. Nu voltrekt zich in Amerikaanse ogen het failliet van de verzorgingsstaat. Een recent rapport van McKinsey stelde vast dat de produktiviteit van de veelgeroemde Duitse industrie op alle gebieden achter lag bij Japan en Amerika.

Het verlieslijdende Volkswagen wordt beschuldigd van diefstal van know how en documenten van General Motors. En ook bondskanselier Helmut Kohl is niet altijd even betrouwbaar meer. In een Duits dorpje timmerden skinheads een Amerikaanse wintersporttrainer in elkaar die een zwarte teamgenoot tegen het neo-nazigeweld wilde beschermen. Het bericht dat de Duitse laboratoria echte lijken gebruiken voor testbotsingen met Mercedessen veroorzaakte ook sensatie tot uitkwam dat de Amerikaanse autofabrieken het ook doen. Zelfs Disneyland in Frankrijk wordt met sluiting bedreigd omdat de Westeuropese toeristen geen geld hebben voor de hoge entreeprijzen. De economische toekomst ligt in Azië.

Europa is in Washington synoniem met stagnatie en met “zeuren” over landbouwsubsidies, over Bosnië of over verderfelijke “Angelsaksische culturele hegemonie”. “Er komt heel wat kritiek uit Europa maar ik hoor het niet komen uit Azië”, zei de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, bitter over zijn ervaringen met Bosnië en als rechtgeaarde Californiër liefhebber van het snel groeiende Verre Oosten.

Voor Clinton houdt Europa bovendien verband met electoraal verlies. President Bush sneuvelde vorig jaar onder andere omdat hij zich teveel bezig hield met buitenlandse politiek, met name in West-Europa. Hij reisde zelfs tweemaal in vier jaar naar Nederland. Clinton houdt alles af.

Premier Lubbers hoeft voorlopig niet te komen. Koning Juan Carlos van Spanje werd nooit teruggebeld. Clintons enige buitenlandse reizen waren naar Vancouver (Jeltsin), Seoel en Tokyo (Groep van Zeven). De “speciale relatie” van Amerika met Groot-Brittannië is beëindigd, omdat Clinton de Britse premier John Major nooit heeft vergeven dat hij tijdens de verkiezingen president Bush steunde.

Om niet in de kuil van zijn voorganger Bush te vallen wil Clinton buitenlandse politiek onder het binnenlandse beleid brengen. En dan gaat het om banen, dus om het vergroten van handel, door het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag (NAFTA), door het openen van markten in het snel groeiende Azië en door het sluiten van een GATT-verdrag voor vermindering van handelsbelemmeringen. Op dat gebied heeft Clinton duidelijke stappen gezet. De Westeuropeanen zijn door harde verklaringen van Amerikaanse functionarissen flink onder druk gezet om tot een resultaat te komen bij GATT.

Ook belangrijk voor Clinton is het wegnemen van de nucleaire dreiging door goede relaties met de voormalige tegenstander Rusland. Clinton heeft een hulpnetwerk opgezet voor Rusland. Maar verder beleid blijft onduidelijk.

Uitbreiding van de NAVO heeft Clinton voorlopig afgewend door het aanbieden van een “partnerschap voor de vrede” aan de meest uiteenlopende landen, waaronder kanshebbers als Polen en Tsjechië maar ook onwaarschijnlijke kandidaten als Rusland, Turkmenistan en Oezbekistan. Dit geeft, zoals voormalig veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski vaststelde, Rusland alle kans om het NAVO-bondgenootschap tot een CVSE-praatclub te laten verwateren.

West-Europa zou het slechte tij in Washington kunnen keren door mee te werken aan de totstandkoming van een nieuw GATT-verdrag. Dat zou een stroom goede berichten over West-Europa op gang kunnen brengen. Volgend jaar gaat Clinton drie keer naar Europa, te beginnen met een NAVO-top in januari.

Dat verhult niet dat de transatlantische relatie blijvend is veranderd. De crisis rond Bosnië was het kristallisatiepunt. In het bondgenootschap van de Koude Oorlog konden de Westeuropese landen zich gedragen als ondergeschikten. Het voordeel van de status van mindere is dat West-Europa volgens het Engelse gezegde haar cake tegelijkertijd kon bewaren en opeten. Eerst vroegen de leiders van Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk om extra Amerikaanse atoomwapens op Europees grondgebied als tastbare totempalen voor de Amerikaanse militaire bescherming. Maar toen Amerika overging tot een plaatsingsbeslissing kwam het onder zware Europese kritiek te staan. Uiteindelijk ging iedereen onder zware Amerikaanse druk mopperend akkoord. Dit gekibbel over en weer leidde vaak tot de conclusie dat de 'alliance in disarray' was, maar in werkelijkheid dreef de verdedigingstaak tegen het Sovjet-blok de bondgenoten weer samen. Europese politici hadden wat ze wilden: èn plaatsing èn eigen reserves. Amerikaanse functionarissen zagen hun internationale leiderschap bevestigd met alle bijbehorende, diplomatieke égards.

Bij de oorlog in Joegoslavië ging dit spelletje voor het eerst niet meer op. Toen de Europese vredespogingen mislukten, lieten Britse, Franse en Duitse politici bij hun bezoeken aan Washington in 1991 en 1992 off the record weten dat ze niet betrokken wilden raken bij het conflict in Joegoslavië maar het vanzelf zouden laten uitbranden.

Clinton wilde dit jaar verder gaan en stelde voor om het wapenembargo tegen de moslims op te heffen en Servische artillerieposities te bombarderen. Hij stuurde minister Christopher naar de Europese hoofdsteden om te “consulteren”. Vroeger was dat een diplomatiek eufemisme voor “dicteren” maar dit keer werd de consultatie letterlijk opgevat.

De Amerikaanse president was nu aan de beurt om zijn cake tegelijk te bewaren en op te eten. Christopher kwam met lege handen terug en dat was een nederlaag. De Westeuropeanen verwachtten hardere druk uit Washington. Clinton was achteraf wel van een riskante militaire onderneming ontlast en hij schoof de verantwoordelijkheid voor de Westerse afwezigheid op de Westeuropeanen. Dat was niet het gedrag van een leider, maar wel tekenend voor een groeiende nevengeschiktheid, die meer inzet vergt van de Westeuropeanen.

Voor sommige Nederlandse Kamerleden die Washington bezochten, was deze grotere Amerikaanse afstandelijkheid schokkend. Het gaf aanleiding tot ongebruikelijke stemverheffing bij de gesprekken met de Amerikaanse voorzitter van de commissie van buitenlandse zaken, Afgevaardigde Lee Hamilton. Nederlandse kamerleden zijn even ondiplomatiek oprecht als hun Amerikaanse collega's en dat leidt tot eerlijke, calvinistische botsingen.

Amerikaanse Congresleden zijn sterk in de NAVO geïnteresseerd. Het gaat hun om de vraag hoe de Westeuropese partners meer verantwoordelijkheden op zich kunnen nemen. Clinton steunt nu de Duits-Franse samenwerking en moedigt het Eurokorps aan en verwacht meer van de Westeuropese Unie dan de Westeuropeanen zelf.

Maar dit alles neemt niet weg dat Clinton zich pas meer aan dergelijke zaken kan wijden als hij zijn presidentschap op binnenlands terrein een steviger basis heeft gegeven. Dit jaar haalde hij een aantal klinkende overwinningen maar zijn populariteit is nog nauwelijks gestegen. Het grootste en politiek meest gewaagde project, de hervorming van de ziektekostenverzekering, staat nog op de agenda voor volgend jaar. Brussel, Parijs of Bonn zullen met medewerking van Den Haag de politieke leemte moeten opvullen.