Een nadere kennismaking met het helerscircuit; Gedijend goed

Gestolen goed wordt verhandeld, maar de helers lijken vaker de dans te ontspringen dan de dieven. De koopwaar is gemakkelijk op te sporen, via kleine annonces in advertentiekranten of op illegale automarkten in oude wijken. De Rotterdamse politie weet dat het napluizen van de advertenties leidt tot de opsporing van gestolen waar en erkent ook dat diefstal niet alleen bestreden kan worden door de dieven te achtervolgen. 'Tot nu toe is onvoldoende aan de afzetkanalen van gestolen goederen gedaan. Dat behoorde niet tot onze prioriteiten.'

Een week voor Sinterklaas staat op de weg van Utrecht naar Vleuten een file van meer dan een kilometer. Het zijn allemaal koopjesjagers die in een walm van patat en kroketten in de grote hallen van de Vleutense bloemenveiling bij de Zwarte Beurs iets van hun gading hopen te vinden. Het geeft niet dat daar volgens H. de Vries, woordvoerder van de politie van de regio Rijn en IJssel, nogal eens gestolen waar verhandeld wordt.

De politie doet geen stelselmatige controle in de hallen waar kerststukjes, tweedehands mountain bikes, videorecorders, autoradio's, leren jacks en allerlei prullaria te koop worden aangeboden. Er wordt alleen ingegrepen als iemand zegt dat zijn gestolen eigendom daar ligt. Dat moet dan wel aan de hand van bijvoorbeeld nummers op de apparatuur aantoonbaar zijn. Voor meer inspanning heeft de politie geen capaciteit, vertelt de politiewoordvoerder.

Zoals een deel van Nederland steelt, zo heelt een ander deel. Een woordvoerder van de Zwarte Beurs wil telefonisch niets vertellen over de controle op heling en deelt mede dat ondernemer H. F. M. van der Heijden, die ruimte in de veilinghallen aan handelaren verhuurt, tot zijn spijt in het buitenland is.

Bij de Zwarte Markt in Beverwijk controleert een helingteam van de politie IJmond, vertelt woordvoerster Mirjam van Kampen. Maar ook bij die politieregio geldt dat prioriteiten moeten worden gesteld en dat daarom niet alles kan worden gecontroleerd. Er zijn herhaaldelijk gestolen video's en autoradio's gevonden. Maar deze bij inbrekers populaire goederen zijn desondanks volop te koop tegen prijzen tussen de 150 en 175 gulden.

Gedag zwaaien

Twee Rotterdamse rechercheurs, op zoek naar een gerenommeerde, aan drugs verslaafde inbreker, zien een auto passeren met een niet minder vermaarde heler in gezelschap van een persoon die ze niet herkennen. Het kan de gezochte inbreker zijn en daarom waarschuwen ze een surveillancewagen. Die houdt de auto aan en controleert. De rechercheurs kijken vanuit hun auto van een afstand toe. Dan krijgen ze door de mobilofoon de mededeling dat de heler geen goederen bij zich heeft en dat zijn metgezel niet de gezochte is. Jammer, reageren de rechercheurs. Die heler is herhaaldelijk gepakt, maar heeft slechts korte straffen gekregen. Hij maakt het stelen voor anderen aantrekkelijk, maar wordt door de rechter minder hard aangepakt dan inbrekers. Maar ook de inbrekers zwaaien politiemannen meestal snel na hun arrestatie weer gemoedelijk gedag. Ze lopen meestal na een korte straf weer vrij rond door het verpauperde Rotterdam-Noord.

De heler is bij de politie bekend: hij koopt voor ongeveer 25 gulden per stuk gestolen cheques van drugsverslaafden bij het Rotterdamse Centraal Station. Met die cheques koopt de heler, in combinatie met vervalste pasjes, nieuwe video- en en geluidsapparatuur, die hij voor aanzienlijk minder dan de nieuwprijs van de hand doet. Hij is onlangs gesignaleerd toen hij met gestolen credit-cards voor duizenden guldens goederen kocht. Toch is hij voor de politie moeilijk te vangen. Dieven zien er niet tegenop tijdens een gemoedelijk praatje met een bekende rechercheur iets over hun collega's te vertellen - zelfs een broer kan worden verlinkt -, maar over een heler zwijgen ze als het graf. Want die heler hebben ze nodig, eventueel op langere termijn - als ze na een gevangenisstraf weer op vrije voeten komen. Zonder heler weet een verslaafde dief niet wat hij met zijn gestolen waar moet beginnen.

De twee rechercheurs zijn op zoek naar een inbreker die ze goed kennen. Tegen hem zijn al vijfenveertig processen-verbaal wegens diefstal opgemaakt. Een recente foto hebben ze echter niet. Hardnekkige criminelen worden niet iedere keer bij aanhouding gefotografeerd, maar slechts eens per vijf jaar. Maar de vingerafdrukken van deze dief zijn gevonden op gestolen cheques, die verzilverd zijn.

De rechercheurs wijzen elkaar in hun auto op vaste 'klanten' die op straat lopen. Ze maken een praatje met een jonge man die herhaaldelijk wegens diefstal is gearresteerd. Van hem krijgen ze een tip over een gezochte dief. Vervolgens gaan ze naar een woning waar de verdachte bij een vriendin moet zijn ingetrokken. De gordijnen van de bovenwoning zijn gesloten. Op herhaald aanbellen wordt niet gereageerd. De politiemannen letten op of de gordijnen niet bewegen, maar er is niets te zien.

Ze besluiten de woning nog niet binnen te dringen. Eerst maken ze een rondje langs plaatsen waar de gezochte dikwijls komt. Voor een broodjeszaak stoppen ze; ze zien vanuit de auto dat de dief daar niet is. Dan gaan ze naar de Relax, een zeer gesloten ogend etablissement. Het is een ontmoetingsplaats van drugsverslaafden. De binnenkomst van de rechercheurs doet de aanwezigen als verschrikte kippen opstuiven. Als de politiemannen weer naar buiten gaan, klinkt spottend gelach en worden lange neuzen gemaakt.

De rechercheurs gaan terug naar de woning. Ze bellen nog eens aan, tevergeefs, en besluiten dan de woning binnen te dringen. Als geroutineerde inbrekers openen ze zonder schade te veroorzaken de voordeur. Een eerste poging - met een stuk plastic tussen het slot - mislukt, maar met een omgebogen ijzeren hangertje is het vervolgens snel gebeurd. Er passeren allerlei mensen, maar niemand kijkt ook maar een ogenblik op bij het tafereel van midden op de dag inbrekende mannen.

In huis blijkt niemand aanwezig. Overal wordt gezocht, in kasten en op zolder. Een bed ligt opengeslagen. Ernaast staan schoenen met sokken erin. Een onderbroek en een hemd liggen op een stoel. Alles doet vermoeden dat hier iemand net uit bed is gekomen. De rechercheurs kijken nog wat rond. In een tas vinden ze een brief die gericht is aan de gezochte. Dat is een bevestiging dat ze op het juiste adres zijn. Ze noteren andere namen die ze op correspondentie in de woning aantreffen. Dan trekken ze de deur achter zich dicht en keren terug naar het bureau. Daar roept hun chef uit: 'Heb je hem nou of heb je hem niet!'' Ze antwoorden dat het slechts een kwestie van tijd is om de dief te pakken. Het is een zaak van voortdurend goed opletten in deze buurt, waar de diefstal van een televisie, een CD-speler en een versterker uit de woning van een 25-jarige studente een routinegeval is.

Prijsniveau

Veel geld krijgen inbrekers meestal niet voor de gestolen waar. In een advertentie in De Particulier wordt 50 tot 75 gulden geboden voor een videorecorder. Dat is een prijsniveau waarbij de politie heling vermoedt. De Particulier is een blad met gratis advertenties dat verkocht wordt in Zuid-Holland, Brabant en Zeeland. In dergelijke bladen - het landelijke Via Via heeft regionale edities - of in een huis-aan-huis blad met kolommen kleine advertenties moet men zoeken wanneer men meer wil weten over de handel in gestolen waar - daarover zijn dieven en rechercheurs het eens.

Bij de advertentie staat geen adres, alleen een telefoonnummer. Een mannenstem neemt de telefoon op met 'Hallo''. Op de vraag of het klopt dat hij videorecorders zoekt, zegt hij 'Ja''. Wil hij er een paar hebben, met afstandbediening? 'Goed, zeg maar waar ik langs moet komen.'' Kan er niet naar hem gekomen worden? Na enig aarzelen: 'Kom maar.'' Hij stelt geen vraag over de herkomst van de videorecorders. De man geeft zijn adres in de Van 's Gravensandestraat in Schiedam: een eenvoudige buurt uit de jaren dertig, zonder opvallende kenmerken, waar hij op de eerste verdieping boven een winkel woont.

In een andere advertentie in De Particulier worden ook videorecorders te koop gevraagd. Ook in dit geval komt een man aan de telefoon die geen interesse in herkomst van apparatuur toont. Maar hij wil wel weten hoe oud de video's zijn. 'Geen idee.'' Dan vraagt hij of ze zwart of zilverkleurig zijn. Zwart blijkt de kleur te zijn die zijn belangstelling heeft. Hij vraagt naar de prijs. 'Vijftig gulden.'' Daarvoor wil hij wel even langskomen. Ook hij geeft na enige aarzeling zijn eigen adres in de Joubertstraat in Rotterdam-Zuid, waar hij in de grotendeels verpauperde buurt bij het metrostation Rijnhaven in een tamelijk nieuwe flat woont.

In De Particulier staan allerlei autoradio's aangeboden, van de beste merken. De prijzen zijn weliswaar hoger dan die waarvoor video's worden verkocht, maar in vergelijking met nieuwprijzen zijn het koopjes. Een Pioneer autoradio met cassetterecorder, slede en boxen voor 85 gulden kan moeilijk te duur worden genoemd. De herkomst staat er niet bij. De telefoon van deze adverteerder blijkt echter afgesneden te zijn.

Kees van Hoekel, coördinator woninginbraak bij het Rotterdamse politiebureau Noord: 'Veel mensen zijn happig op iets goedkoops. Helers hebben ook afzet nodig. Iemands wiens autoradio vijf keer gejat is, koopt daarna een goedkoop ding, waar het ook vandaan komt. Ik heb meegemaakt dat iemand op straat dacht een videorecorder te kopen in de originele fabrieksdoos. Dan moet je toch weten dat het niet in orde is. Die persoon kwam thuis en ontdekte dat in de doos alleen maar een baksteen zat. Toen kwam hij hier op het bureau nota bene nog aangifte van oplichting doen óók.''

In de Haagse editie van Via Via staat een videorecorder te koop aangeboden voor vijftig gulden. Het telefoontje komt te laat. Het apparaat was direct na verschijning van het blad al weg.

Eenwording

In het Algemeen Dagblad meldt een exporteur van tweedehands auto's dat hij 24 uur per dag klaar staat om langs te komen en tegen contante betaling een auto van tussen 1983 en 1993 mee te nemen. In De Havenloods, een Rotterdams huis-aan-huis blad, staat wekelijks een advertentie van iemand die de Duitse eenwording is ontgaan. Hij vraagt alle merken auto's 'voor export DDR'', van vijfhonderd tot 25.000 gulden. 'U belt, wij komen direct.'' De telefoon wordt opgenomen: 'Akkermans.'' De vraag is waar Akkermans zijn auto's heen exporteert, de DDR bestaat immers niet meer. Akkermans verzoekt een ogenblikje tijd en geeft dan de telefoon aan een ander, die zich ook Akkermans noemt.

Wat doet u nu met uw auto's?

'Wij exporteren niet meer.''

Maar u plaatst iedere week een advertentie.

'Oh ja?''

Wat doet u met de auto's?

'Wij doen niks.''

Maar u leeft toch niet van uw geld?

'Ja hoor.''

Verbazingwekkende advertenties zijn geen specialiteit van de grote steden. In de Biltse en Bilthovense Courant, die huis-aan-huis in dure villawijken wordt verspreid, staan in één advertentie aangeboden: 'Draadloze telefoon ƒ 100,- , spiegelreflex Practica ƒ 90,- , pompbuks 4,5 mm ƒ 90,- , keyboard ƒ 125,- .'' Als reactie op de vraag wat de herkomst van dat alles is, klinkt door de telefoon een boos gescheld. 'Daar laat ik me niet over uit. Ik hoef niemand tekst en uitleg te geven. Ik laat me er niet over uit of ik een winkel heb. Vissen moet je in het water doen, maar niet bij mij!''

De Rotterdamse politieman Van Hoekel weet dat het napluizen van de kleine advertenties leidt tot de opsporing van gestolen waar. Hij erkent ook dat diefstal niet alleen bestreden kan worden door de dieven te achtervolgen. 'Je moet opkopers en criminele heling ook controleren. Tot nu toe is onvoldoende aan de afzetkanalen van gestolen goederen gedaan. Dat behoorde niet tot onze prioriteiten'', zegt hij.

Volgens Van Hoekel loopt de politie soms toevallig tegen gestolen waar aan. Dat gebeurt meestal na klachten uit een buurt over de overlast die een drugshandelaar bezorgt, die zich tijdelijk in het huis van een verslaafde heeft gevestigd. De handelaar betaalt de verslaafde meestal met verdovende middelen. 'In zo'n pandje vind je soms een hele santekraam. Maar het is natuurlijk van niemand. Soms vind je er wel eens iets bij dat je aan de rechtmatige eigenaar terug kunt geven.''

Cafépubliek

Voor een nadere kennismaking met het helerscircuit beveelt een Rotterdamse rechercheur aan het Noordplein in de wijk het Oude Noorden te bezoeken. Daar wordt volgens hem veel gestolen goed verhandeld. De rechercheur voorspelt echter dat het cafépubliek daar zich net zo zal gedragen als wanneer hij zelf in jack en spijkerbroek aan de bar aanschuift: het zal zwijgen. Die voorspelling klopt. Van de oude man die aan een tafeltje jenever drinkt tot aan de fors gebouwde mannen aan de bar zegt niemand meer dan het hoognodige. Van handel blijkt niets en iedereen lijkt hier zijn tijd nietsdoend uit te zitten.

Een wandeling over het troosteloze plein levert de ontdekking op dat tegen de ruit van vrijwel iedere hier geparkeerde auto een stuk papier geplakt zit met de mededeling dat hij te koop is. Het is een grote variatie aan merken, leeftijden en prijzen. Een roestige Opel Kadett uit 1983 voor 1.950 gulden, een Fiat Ritmo uit hetzelfde jaar voor 1.500 gulden, een Audi 80 uit 1987 voor 12.250 gulden, een Ford Sierra XR4i uit 1987 voor 6.950 gulden, er staat van alles. Op iedere auto staat dat hij APK is gekeurd en wie meer wil weten kan bellen. Op vrijwel iedere auto staat een ander telefoonnummer.

Na het draaien van het nummer op de Ford Sierra neemt 'Peet'' de telefoon op. De vraag is of hij het complete kentekenbewijs van de auto heeft. 'Natuurlijk'', zegt Peet, 'alles zit erbij.'' Hij biedt aan even naar de auto te komen, want hij woont vlakbij het Noordplein. Maar hoe kan iemand er zeker van zijn dat dit geen gestolen auto is? Volgens de politie is het toenemend gebruik dat inbrekers kentekenbewijzen en autosleutels uit een woning meenemen en vervolgens met een auto wegrijden. Garagehouders leggen uit dat het geen moeite kost om een nieuw kopie deel III van het kentekenbewijs te krijgen, het eigendomsbewijs dat meestal apart van de andere autopapieren wordt bewaard. Kortom, zekerheid over de herkomst van een auto is voor een potentiële koper moeilijk te verkrijgen. Maar Peet garandeert dat wie zijn auto koopt geen document tekort zal komen.

Mensen blijven zo goedkoop mogelijk goederen kopen, waarvan ze kunnen bedenken dat ze gestolen zijn, constateert politieman Van Hoekel: 'Het draait uiteindelijk om de vraag van de consument.''