De Achtste symfonie van Mahler klinkt al te extreem in Rotterdam

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest, CBSO Chorus Birmingham, Chor des Städtischen Musikvereins Düsseldorf, Koor van de Vlaamse Opera en Jongenskoor van Szombathelyi o.l.v. James Conlon m.m.v. Deborah Voigt, Emily Rawlins, Jennifer Ringo, Jard van Nes, Brigitta Svenden, Peter Straka, Michael Lewis, Carsten Stabell. Gehoord 3/12 De Doelen Rotterdam. Herhaling: 4/12.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest viert het 75-jarig bestaan onder andere met twee uitvoeringen van de Achtste symfonie van Gustav Mahler, geleid door oud-chef-dirigent James Conlon. Hij beëindigt hiermee zijn nu tien jaar geleden begonnen project om Mahler in Rotterdam compleet uit voeren. In 1991 nam Conlon afscheid van Rotterdam met de Derde symfonie. Alleen de Achtste bleef nog over en het is pas de tweede keer dat die 'Symphonie der Tausend' in Rotterdam wordt uitgevoerd. Op 3 juli 1954 dirigeerde Eduard Flipse het werk voor het eerst in Rotterdam, in de inmiddels afgebroken Ahoy'-hal.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was toen versterkt met het Brabants Orkest. Achthonderd leden van verschillende koren zongen mee. In de oude Ahoy' was plaats voor 8600 toehoorders - onder hen de legendarische dirigent Otto Klemperer, die Mahler nog zelf had gekend. Zelfs Amerikaanse muziekliefhebbers reisden naar Rotterdam. Dankzij twee openbare repetities beluisterden ruim 22.000 mensen het destijds uiterst zelden uitgevoerde werk.

Negendertig jaar later is, ondanks de sterk gestegen populariteit van Mahler, de publieke belangstelling voor dit Rotterdamse evenement relatief klein. De Doelenzaal was gisteravond wel vrijwel vol, maar voor de uitvoering van vanavond zijn nog 150 kaarten beschikbaar. Misschien werden de Rotterdammers destijds meer aangesproken door de uitzonderlijke ruimte van de Ahoy' dan nu door de vertrouwde Doelenzaal, waar door de opstelling van vier koren slechts plaats was voor 1700 toehoorders.

Met 461 uitvoerenden bleef de bezetting ver onder de duizend, niettemin meer dan voldoende in deze ruimte. In totaal 324 koorzangers uit Birmingham, Düsseldorf, Antwerpen en Hongarije bezetten de tribunes rond het podium. De 128 musici van het versterkte orkest waren verdeeld over het podium, het rechterbalkon en het orgel, waarnaast ook de acht vocale solisten stonden.

James Conlon, die de Achtste voor het eerst dirigeerde, pakte het tweedelige werk aan met niets ontziende extreme rechtlijnigheid. In het eerste deel - de aanroeping van God in de Latijnse hymne Veni creator spiritus - Kom Schepper, Heilige Geest - leek wel de Dag des Oordeels aangebroken. Er klonk met angstaanjagende vaart een chaotisch pandemonium van schrikwekkend luid gegil en gekrijs. Balansproblemen leken de onverbiddellijke Conlon in deze apocalyps niet te deren. Behalve in spaarzame zachtere passages werden de strijkers meestal volkomen overstemd door de overspannen koorzang.

De solisten leken al te sterk gehinderd door de rigide tempokeuze en kwamen maar zelden tot bevredigende prestaties. Dat was ook te vaak het geval in het tweede deel. Deze slotscène uit Goethes Faust, die leidt naar Maria in de hemel, begon uiterst traag. Net als destijds in zijn versie van de Derde symfonie, wist Conlon die bijna stilstaande muziek niet goed met spanning te vullen en liet die daardoor uit elkaar vallen.

Het vervolg was weer verbijsterend driftig en hoekig, met een schril klankbeeld tot halverwege Peter Straka (Doctor Marianus) zong: Plötzlich mildert sich die Glut. Conlon liet dat ook letterlijk zo horen en kwam geleidelijk aan in iets aangenamer klinkende hemelser sferen, tenslotte begroet met een gedragen en monumentaal Chorus Mysticus. De zaal leek massief gevuld met geluid, waaraan het volumineuze Doelenorgel flink bijdroeg, zonder veel emotionele zindering.

Conlon heeft wel nagedacht over de Achtste en is tot persoonlijke conclusies gekomen over dit werk dat heel vervoerend kan zijn. Deze al te extreme en hardvochtig klinkende uitvoering zonder pure vocale of instrumentale schoonheid riep bij mij echter geen enkel gevoel op. Het publiek was langdurig enthousiast.