Bootnamen

Veertien dagen geleden stelde ik, in de hoop dat de redactie dat goed zou vinden, een prijsvraagje in aangaande 'leuke' bootnamen, namen van bestaande boten. (Hoe ik erachter zou moeten komen of die boten echt bestaan, wist ik toen al niet, maar we vertrouwen op de lezer van NRC-Handelsblad).

Nu, vandaag, hoor ik dat ze het sportief hebben opgevat, zelfs zo sportief dat er maar liefst drie boekenbonnen de deur uit zullen gaan naar de prijswinnaars.

Nu de inzendingen.

Ik zal ze niet allemaal noemen, maar beginnen met de familie De Boer uit Opeinde, die een zeilboot hebben met de naam AIR-VENT-d'EAUr, dat menig lezer zal herkennen als 'Ervandoor'. De kleine d en r slaan een beetje op het beroep van de eigenaar: huisarts.

J.W. van der Scheer uit Den Haag schrijft dat hij een bootje op de Loosdrechtse Plassen zag waarvan de naam geen woordspeling was, maar een familiedrama: 'Moeders Angst' heette het.

Twee lezers, mevr. C. van Essen-Hovinck uit Hilversum en D.P.W. van Groningen Schinkel uit Zeist maakten gewag van hetzelfde bootje met de naam 'Viskus', dat zowel in Loosdrecht als in Friesland rondvaart.

Dan was er nog de motorkruiser 'Sally Sinke' (B. & A. Zijp uit Weesp), het merkwaardige 'De Heere Regeert' (F. Lanzing, Amsterdam), 'Craziest Dream' onder Panamese vlag in de haven van Rotterdam (S.A. Hoven, Rockanje), en het 'Ei van Columbus', een ei-vormig scheepje met het zeilnummer H 1492, van de eigenaar D.J. Schuurman, Amstelveen.

Ik kreeg een uitgebreide brief van mevrouw Van Meurs, die zich voorstelt dat men best kan raden waarmee de schipper zijn geld heeft verdiend als men de naam ziet. Bijvoorbeeld, zegt ze, 'Stretch' (textiel); 'New Record' (computers) en 'Double Bind' (psychiater). Ze vindt de Bretonse vissersboot die 'Rose des Vents' heet een stuk poëtischer dan 'Windroos' en ze had als kind bedacht dat haar boot maar 'Dolfijn' moest heten, dat vond ze een prachtige vondst. 'Zeeperd' mocht er trouwens ook wezen.

De eerste botterhippies, die er alles voor over hadden om de botter maar zeilklaar te krijgen, tot aan het eten van meeuweëieren toe, noemden hun botter 'Duitendief'.

Persoonlijk heb ik veel plezier beleefd aan een prachtig, spierwit jacht, dat ik de haven van Cannes zag binnenkomen, glanzend in de ondergaande zon. Het koper blonk je tegemoet, evenals de in Persilwitte pakken gestoken pikzwarte bemanning. Toen het schip draaide om af te meren zag ik achterop de naam, de 'Pimmetje Twee'.

Dan kreeg ik nog een lange brief van R. ten Run, uit Den Haag, die met een stoet van mooie en bizarre namen aankwam.

Ik noem er een paar: 'Sara maatje elf', 'Issledovatel' (waarschijnlijk een Franse ineenschuiving, eindigend op 'd'eau va t'elle'), de hele lange 'Pyatidyesyatilyetiye Sovetskoy Gruzii' (hiervoor hebben we Karel van het Reve nodig), 'Bangplee', 'Miriam del Toro', 'New Panda', 'Nymph C', 'Oriental Antelope', 'Pep Ice', 'Polar Ecuador', de nogal leuke 'President Pik', 'Pytheas 0053701 Pytheus', 'Queen of Prince Rupert', 'Samshit', 'Theekar', en het Italiaanse jachtje 'No so se si sa su' (Italiaans voor: 'Kweetniet of ze 't boven ook weten'').

Allen hartelijk dank voor hun bijdrage.

En dan nu de prijswinnaars (een boekenbon):

Louk van Meurs-Mauser, Egmond aan Zee, met 'Deinemeid'; drs. H.J.E. Berkhuijsen, Dordrecht, met: 'Traction à Vent'; M. Bierens de Haan, Warnsveld, met het schip van een begrafenisondernemer uit Sneek: 'Uitzonderlijk'

Nu we het toch over woorden hebben, even iets om thuis over na te denken. Arthur Higbee van de International Herald Tribune geeft het volgende lijstje:

WASP, co-ed, Dutch treat, mailman, mankind, deaf, deaf-mute. Wat hebben deze woorden gemeen?

Het antwoord is simpel: de Los Angeles Times heeft middels een 22-koppig comité richtlijnen opgesteld voor het correcte gebruik van woorden, en deze woorden behoren niet gebruikt te worden omdat ze hetzij seksueel, hetzij etnisch, of op ander gebied discrimineren. Of ze zijn racistisch.

Een Nederlandse diplomaat verklaarde desgevraagd dat hij zich niet aangesproken voelde bij de uitdrukking 'Dutch treat'.

Ik sprak in een vliegtuig komend uit de nieuwe Londense luchthaven Stansted, ten noordoosten van Londen (en zeer aan te raden vanwege de snelle treinverbinding van 42 minuten met Liverpool Street Station, gemakkelijk voor diegenen die naar de City moeten) met een Engelsman die als enige buitenlander bij een Nederlandse bank werkt, toevallig dezelfde bank als waar ik bij ben. De grootste culture shock vond hij het feit dat niemand op kantoor een pak aanheeft, dus een bij het jasje passende broek, van dezelfde stof, hoe moet men dat tegenwoordig uitleggen. En dat agenten van het politiebureau waar hij zich meldde, geen uniform aan hebben, en op straat geen pet op.

Net lees ik echter dat de Newyorkse hoofdcommissaris besloten heeft dat Newyorkse agenten, immer gedekt door die donkerblauwige achtkantige pet met dat grote wapen erop, nu de pet in de auto mogen laten als er levensbedreigende dingen gebeuren waarbij ze moeten ingrijpen. Zodat ze niet later weer vakantiedagen moeten inleveren omdat ze, toen ze die zelfmoordenaar van het dak haalden, door de supervisor gesnapt zijn zonder pet.

Alles groeit naar elkaar toe.