Betovering blijft uit bij begin van Kati's kruistocht

FRANKFURT, 4 DEC. De mooie Kati is terug. De Sirene zingt weer. Comeback van 'de ijsprinses'. Van 'het mooiste gezicht van het socialisme'. Van 'Katarina de Grote'. Van de 'Eiskunstläuferin des Jahrhunderts'. Zo groot is de legende: aan één koosnaam heeft ze niet genoeg.

En ze brengt het publiek nog steeds in extase. Ze smeekt en smacht nog altijd met haar ogen. Op de muziek van 'Sag mir wo die Blumen sind' vlucht ze voor de oorlog, voor het geweld, misschien ook wel voor de jury die deze kür ooit zal moeten beoordelen. Met de armen achter zich aan fladderend. In een cyclaamkleurige toiletje. Gejaagd door de wind.

De toeschouwers hebben haar al twee keer een ovatie gegeven, nog voordat ze haar schaatsen op het ijs gezet heeft. Ze leveren zich bij voorbaat uit aan haar reputatie van verleidster, van hypnotiseur, van slangenbezweerster. Wie wil er niet een avondje worden betoverd? Ontdaan van zichzelf?

Maar al bij haar eerste drievoudige sprong smakt ze tegen de vlakte. Een combinatie slaat ze over. Een drievoudige Tollup, de eenvoudigste van alle sprongen, zet ze in tweelingbroertje om. En ook verder blijft het werken in laag tempo. De betovering blijft uit.

Katarina Witt demonstreerde gisteravond bij een ijsshow in Frankfurt voor het eerst de vrije kür waarmee ze zich voor de Olympische Spelen wil kwalificeren. Generale repetitie voor de Duitse kampioenschappen half december waar ze haar rentree maakt als amateur. Nadat ze zes jaar had geheerst als de ijskoningin in het sprookje van Hans Andersen - met een glimlach die nooit smolt - koos ze in 1988 voor een profcarrière. Twee olympische titels had ze gewonnen, vier wereldtitels, zes Europese titels. Ze was het zat om almaar te trainen, steeds maar te vasten. Terwijl ze juist zo hield van luieren en lekker eten. En ze wilde eindelijk ook wel eens geld verdienen. Maar dat zei ze pas later, want de Muur moest nog vallen. Ze gold nog steeds als de heldin van het socialistisch vaderland.

Op 28-jarige leeftijd - ze vierde gisteren op het ijs haar verjaardag - keert ze toch weer terug naar de wedstrijdpiste waar ze haar grootste triomfen gevierd heeft. Na vijf jaar afwezigheid. Geld heeft ze inmiddels genoeg verdiend, als filmster, als de ster in ijrevues. Aanzien heeft ze ook verworven, als tv-commentator, én topmodel én zakenvrouw. Gelekkerbekt heeft ze ook voldoende, zodat ze ver van haar ideale gewicht - 52 kilo bij een lengte van 1,65 - verwijderd blijft.

Ze wil nog één keer aan de Spelen meedoen. Alsof het om een bedevaart gaat. Ze wil bewijzen dat het kunstschaatsen niet het alleendomein van tieners is. Maar haar belangrijkste beweegreden om zich nog één keer af te beulen: ze wil het kunstschaatsen nieuwe artistieke impulsen geven. Want al die drievoudige sprongen van tegenwoordig, dat is wel knap natuurlijk. Maar geen Kunst. Geen Schoonheid. De kruistocht van Kati contra de krachtpatserij.

Dat haar poging tot olympische kwalificatie precies samenvalt met de de publikatie van een autobiografie waarin ze beschrijft hoe de Staatssichterheitsdienst zelfs haar seksleven boekstaafde - van 20.00 tot 20.07 uur: gemeenschap - dat is toeval. En dat haar marktprijs in Duitsland de laatste maanden is verdrievoudigd - als het gaat om reclame en optredens - moet worden gezien als prettig bij-effect. Zij kan er ook niks aan doen dat zich voor de Duitse kampioenschappen al 300 journalisten hebben gemeld, terwijl er anders maar twintig verschijnen.

'De mooie Kati is terug', jubelen de toeschouwers als ze het ijs met hun bloemen bedekken. 'De mooie Kati is weer thuis'. Zij malen niet om motieven als een verloren dochter zich meldt. En dat dit niet haar thuis is, omdat zij toch typisch een produkt was van dat andere Duitsland, dat is een historische nuance die ze maar al te graag vergeten.

Maar al is ze dan nog altijd, misschien wel meer nog dan vroeger, de lieveling van het publiek, tweevoudig olympische kampioene, Katarina de Grote bovendien, ze moet zich nog wel even plaatsen voor de Spelen. De schaatsbond kent geen privileges voor een ijsprinses. Dat wil zeggen dat ze bij de Duitse kampioenschappen bij de eerste drie moet komen. Bij de Europese kampioenschappen in Kopenhagen moet ze dan nog één van de twee beste Duitsen zijn.

Of dat kan lukken? Haar trainster Jutta Müller, die haar al achttien jaar begeleidt, wiegt twijfelend het hoofd. De 64-jarige matrone van het Oostduitse kunstschaatsen zegt dat alles afhangt van de houding van de jury. “Weten ze de esthetiek van haar kür te waarderen? Of geven ze toch de voorkeur aan het brute geweld.”

Al toen ze nog aan het bewind was, moest Witt het hebben van haar elegantie, haar uitstraling, haar expressiviteit. Springen konden haar naaste concurrenten bijna altijd beter.

“Die Kati”, zegt tweede moeder Müller, “heeft nog nooit een drievoudige Lutz gesprongen. Dat leert ze ook niet meer. We hebben wel geprobeerd er een drievoudige Rittberger in te rammen, maar dat is ons niet gelukt. Misschien dat ze hem voor de Olympische Spelen nog onder de knie krijgt. Een kleine kans.”

“Ze is ook veel te laat begonnen”, monkelt Müller. “Ze had nog zoveel andere verplichtingen. Daardoor heeft ze veel minder getraind dan goed voor haar was. Met het instuderen van de vrije kür zijn we pas vijf weken geleden begonnen. Een veel te korte voorbereidingstijd.”

En dan nog die blessures, steeds weer die blessures. Vroeger had Witt na zware training ook al snel last van een opzwellende linkerknie of een pijnlijke rug. Maar haar belastbaarheid is met de jaren alleen maar minder geworden, en haar klachten talrijker, zegt Müller. Regelmatig moest ze de training in haar geboorteplaats Chemnitz, het vroegere Karl-Marx-Stadt, onderbreken om “in München weer even een spuitje te halen”. Niet nadat Müller haar had gedwongen het trainingsonderdeel waar ze mee bezig was ook te voltooien. “Ze mag wel voelen dat topsport pijn doet. Ze is altijd al veel te makkelijk geweest.”

Müller bestrijdt dat de kwalificatie-poging van Witt bij voorbaat kansloos is. “Anders was ik er nooit aan begonnen. Ik ben wel oud, maar ik ben in mijn vak nog steeds serieus.” Ze wijst op de uitgebreide begeleiding die Witt voor haar comeback gezocht heeft. De Canadese Sandra Bezic heeft de choreografie verzorgd. Kurt Masur, dirigent van de New York Philharmonic, heeft de muziek voor haar vrije kür bewerkt. En de koningin van de verbeelding is nog verder gerijpt in haar expressie, zegt Müller. “Dat zal voldoende moeten zijn.”

Voldoende was het gisteravond lang niet, vond Elfriede Beyer die bij de Duitse kampioenschappen als scheidsrechter fungeert en gisteravond bij de ijsshow aanwezig was als gast. Dat Witt zich had beperkt tot de meest simpele drievoudige sprongen, en niet aan alle technische eisen had voldaan, dat vond ze nog geen halszaak, ook al had ze de indruk dat de kür een minuut tekort had geduurd. Maar het artistieke niveau was haar zwaar tegengevallen. “Er ontbreekt iets. Geen moment heb ik kippevel gehad.”