Beiren gidst China naar een socialistische markteconomie

PEKING, 4 DEC. “Wij zijn vrij van bureaucratische bevoogding, want 37,5 procent van ons bedrijf behoort aan het volk. Wij staan genoteerd aan de beurs van Hongkong. Wij zijn verantwoording verschuldigd aan de algemene vergadering van aandeelhouders. Wij hebben een raad van bestuur en ik ben net aan ons eerste jaarrapport bezig.”

Dit zegt Zhang Zhiyuan, economisch directeur en vice-voorzitter van de 'Beiren Group', een van China's hervormde staatsbedrijven, die model staan voor de sanering van de hele verlieslijdende staatssector in de Chinese economie. Zhang spreekt niet meer op zijn marxistisch, want met het volk bedoelt hij ook het volk. De staat heeft immers een aandeel van 62,5 procent in dit bedrijf en 37,5 procent van de activa bestaat uit aandelen die volgens internationale standaardregels zijn uitgegeven aan de beurs van Hongkong.

De 'blauwdruk voor het vestigen van de socialistische markteconomie' die het centrale partijcomité medio november aannam bepaalt dat staatsbedrijven moeten worden omgevormd tot moderne vennootschappen, maar dat staatseigendom dominant moet blijven. Beiren is hiervan een perfecte illustratie. De naam is een afkorting van Beijing Renmin (Peking Volks-) Machinefabriek, die vorig jaar juli werd omgevormd tot Beiren Group Corporation.

“De centrale regering is voornemens de komende drie tot vijf jaar 500 industrie-conglomeraten op te zetten. Inmiddels zijn er 40 tot 50 tot stand gekomen en wij zijn er een van”, zegt Zhang. Beiren is de grootste producent van drukkerij-machines in China. Voor de reorganisatie had de fabriek 6.700 werknemers, maar sinds juli vorig jaar zijn het er 2.000 minder. Ontslagen ? “Welnee, de commerciële samenleving ingeschopt”, zegt Zhang, een joviale man van 54 jaar die de hele morgen uittrekt om op zijn gemak met een buitenlandse journalist te praten en hem vervolgens voor de lunch in de staf-kantine uit te nodigen.

In officiële taal zijn de overtollige, onrendabele arbeiders overgeheveld naar dienstenverlenende bedrijven. De fabriek heeft een taxi-bedrijf opgezet, een hotel, een coffee-shop, een reisbureau, een makelaardij in onroerend goed en een onderzoeksproject met een universiteit voor de ontwikkeling van een nieuw soort kunstmest. “De dossiers van deze mensen blijven bij ons bedrijf, maar zij zijn niet langer een last.”

Het paradoxale van China's traditionele staatsbedrijven is dat arbeiders vaak meer een last dan een lust zijn, omdat de staat niet alleen lonen voor inefficiënte arbeid moet betalen, maar ook hoge bedragen voor behuizing, gezondsheidszorg, onderwijs, crèches enzovoorts. Een andere belangrijke verlichting van de lasten voor de staatsbedrijven zal op 1 januari 1994 ingaan. Dan wordt namelijk de 'vennootschapsbelasting' verlaagd van 55 naar 33 procent. De meeste bedrijven konden die belastingen toch niet betalen en waren zelfs voor hun loonuitgaven afhankelijk van leningen van staatsbanken.

Bedrijven die structureel in de rode cijfers zitten hebben steeds meer moeite leningen te krijgen en hebben nog twee uitwegen: fuseren, dat wil zeggen 'geadopteerd' worden door een groter en sterker bedrijf, of failliet gaan. Faillissementen vallen nog steeds sporadisch omdat de regering terugdeinst voor de sociale repercussies van werkloosheid. Voorbereidingen voor meer faillissementen zijn echter in volle gang, want de 'blauwdruk' schrijft een 'meertraps-systeem van sociale voorzieningen' voor. 'Adopties' genieten echter de voorkeur.

Zhang zegt dat Beiren sinds midden vorig jaar drie middelgrote bedrijven heeft overgenomen, alle in de sector machinebouw. Hij weigert echter te zeggen hoe winstgevend zijn bedrijf is en hoeveel het steekt in de armlastige 'adoptief-kinderen'. “De cijfers omtrent onze produktie en winst zijn geheim. Ze komen wel in het jaarrapport voor de aandeelhouders. De raad van bestuur zal ze zorgvuldig bekijken en trachten de aandeelhouders een zo gunstig mogelijk beeld te schetsen.”

De conglomeraten mogen hun eigen financieringsmaatschappijen opzetten, die dan geld van de winstgevende deelmaatschappijen herinvesteren in de zwakkere onderdelen. Twee succesvolle conglomeraten hebben zo al hun eigen banken opgezet, namelijk de staalgigant Shougang (280.000 werknemers, 158 fabrieken, waarvan 24 in het buitenland) en de computer-groep Stone, beide in Peking. Beiren is bezig met deze operatie, maar Zhang wist nog niet of het een volledige bank zal worden.

Het meest innovatieve middel voor Beiren om aan fondsen te komen is een internationale aandelen-emissie in Hongkong. Negen staatsbedrijven is dat privilege verleend en vijf hebben dat inmiddels gebruik van gemaakt. Talrijke Chinese bedrijven hebben al aandelen uitgegeven, maar dat gebeurde aan de officiële binnenlandse beurzen in Shenzhen aan de grens met Hongkong en in Shanghai of aan grijze semi-beurzen, die in verschillende grote industriesteden opereren.

Beiren's Hongkong-operatie is een experiment waaraan men niet lichtvaardig is begonnen. Aan de notering is een maandenlang onderzoek van de boeken door een groot internationaal accountantsbureau voorafgegaan. Op 1 juli van dit jaar heeft China officieel internationale accountancy- en controlemethodes ingevoerd. Zhang geeft glimlachend toe dat dit niet betekent dat die dan ook meteen worden nageleefd in een land waar elk bureaucratisch niveau zijn eigen strijkstokken kent.

De internationale tak van Beiren, Beiren Printing Machinery Holdings Ltd., heeft afgelopen juli een emissie van honderd miljoen aandelen gedaan met een prijs van 2,08 Hongkong-dollar (0,50 gulden) met de Chartered Bank als begeleider. Alle aandelen waren in een dag gekocht door institutionele beleggers uit de hele wereld. De koers van het aandeel is inmiddels gestegen tot 4,50 Hongkong-dollar.

Hoe opwindend dat allemaal ook klinkt, het betekent toch niet dat de Beiren Groep een kapitalistische multinational aan het worden is, want de houdstermaatschappij bezit 62,5 procent van de vaste activa. Volgens het jaarrapport dat Zhang voorbereidt heeft de holding 400 miljoen aandelen, waarvan er 250 miljoen aan de staat behoren, 100 miljoen zijn aan internationale, institutionele beleggers verkocht en aan de beurs van Shanghai zullen nog een 50 miljoen B-aandelen (voor buitenlanders) worden uitgegeven.

Dit is precies volgens het receptenboek dat de vader van de theorie van onverminderde staatsdominatie, prof. Liu Guoguang heeft uitgevaardigd. Liu, vice-president van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, de denktank voor gematigde hervormingstheorieën, schreef in een recente editie van het 'Volksdagblad' dat “sommigen zich zorgen maken dat als staatsbedrijven aandelen-vennootschappen worden de staat zijn dominatie zal verliezen en wij een private economie worden. (...) Zolang de staat genoeg aandelen in handen houdt is er geen reden voor dit soort bezorgdheid”. Liu meldde erbij dat het staatsmonopolie alleen in stand hoeft te blijven voor de nationale veiligheidssector, hi-tech-bedrijven en staatsleveranciers.

Deze formulering duidt er op dat er na verloop van tijd een nieuwe fase zal aanbreken die weer soepeler zal zijn. Lu Yonghua, adjunct-directeur van de Staatscommissie voor Economische Herstructurering zei vorige week tegen de New York Times dat de staat als volgende experiment de dubbelzinnige formulering van het eigendomsrecht van bedrijven zal beëindigen en honderd bedrijven zal privatiseren om binnen drie tot vijf jaar te kijken of dat realistisch is voor alle 11.000 grote staatsbedrijven. Zhang weet niets van dat plan en er staat ook niets over in de 'blauwdruk'.