Bal en boks

De Godenzonen van Ajax DOOR DAVID ENDT 112 blz., Thomas Rap, 1993, ƒ 19,50

De Boksers DOOR ARMANDO 80 blz., geïll., Thomas Rap, 1993, ƒ 16,50

(Beperkte in bokshandschoenrood gebonden oplage, ƒ 150,-)

Frank Rijkaard vierde afgelopen zomer de verjaardag van zijn zoontje Mitchell in het De Mirandabad in Amsterdam. Met vrienden en familie, met frisdrank en patat. De voetballer wilde weg bij AC Milan, de club waarvoor hij alles won wat er te winnen was. Heel Amsterdam hoopte dat hij weer zou neerstrijken bij Ajax, de club die hem grootbracht.

David Endt was er bij, die zomerse dag in juli en schrok van de bekentenis van Rijkaard. 'Weet je,' zei Frank, 'ik heb echt nog geen idee wat ik na de vakantie ga doen. Op dit ogenblik wil ik alleen maar leegte, niets doen. Vroeger voetbalde ik in de vakantie in het Amsterdamse bos, maar zelfs daar heb ik nu geen zin in. Gek hè. Als ik dat gevoel aan het einde van de vakantie nòg heb.' De leegte die volgde, aldus Endt, maakte duidelijk dat 'stoppen' meespeelde in het krullenhoofd.

Rijkaard koos voor Ajax. Het hoofdstuk over zijn terugkeer is de toegift in De Godenzonen van Ajax. David Endt, perschef van Ajax, columnist van Het Parool en commentator van het tv-station Eurosport, portretteert daarin de spelers van de Amsterdamse club die in 1991 de Europa Cup 2 wonnen. Na een landskampioenschap of bekerwinst van een grote club zouden in de Verenigde Staten ten minste drie schrijvers binnen een maand de triomftocht van de helden boekstaven; in Nederland is dat sinds De Ajacieden van journalist Maarten de Vos, 20 jaar geleden, niet meer gebeurd.

Endt vult de lacune met het eerste deel van de Nederlandse sportbibliotheek van uitgeverij Rap. Als perschef ziet hij alle wedstrijden, reist hij met de selectie, bekijkt hij de trainingen en houdt hij ook de jeugdige talenten in het oog. Hij krijgt toegang tot kleedkamer en huiskamer. Hij zou, met zijn vaardige pen, bijna vanaf het veld het boek kunnen schrijven over de gesloten vesting van Ajax. Toch is het net alsof hij alleen bij Rijkaard een tipje van de sluier durft op te lichten. De rest van het boek moet het doen met observaties vanaf de tribune. Met de begripvolle warmte van een fan geniet Endt in Madrid met Bergkamp van het gevecht tegen de zwaartekracht, mist hij in De Meer de katachtige Menzo, de mooiste der keepers, en lijdt hij in Zweden met Blind die reserve staat voor het Nederlands elftal.

De Boksers van Armando, deel twee van de sportbibliotheek, is het boek dat je over Ajax zou willen lezen. Iedere zin uit de gesprekken van Armando's trainingsmaten en vrienden brengt de lezer een stap verder de ring in. De schrijver-schilder heeft talloze uren in de boksring doorgebracht met oud-kampioenen en profboksers van weleer. Het zijn mannen die praten over boksen zonder de sport te misbruiken als metafoor voor het ware leven. Mannen die na een knock-out vertwijfeld aan hun hoekman vragen waarom ze opeens op hun gat zaten.

Voor de wedstrijd willen ze wat weten over hun tegenstander. 'O ja? Is het een knokker?' 'Het is een knokker, maar boksen kan hij niet.' In hun nadagen laten ze elkaar hun buik zien. Maar twee kilo boven het gewicht van toen ze nog boksten. Pas als hun zonen het gevecht aangaan, klinkt er een scheutje weemoed. 'Ik voelde elke klap die mijn zoon kreeg. Ik zag dat ie mij met z'n ogen zocht, hij wist niet meer waar hij was.'

Armando verhult niets. Boksen is geen geromantiseerde strijd tussen intellect en kracht. Er staan geen godenzonen in de ring, maar gewone mannen die een keer per week met zijn allen een hapje gaan eten bij een Chinees in Osdorp.