Australië blijft in race voor Davis Cup

DÜSSELDORF, 4 DEC. Vijf matchpunten waren nog niet genoeg voor de 23-jarige Duitse tennisser Marc-Kevin Goellner. Zijn carrière heeft dit jaar een vlucht genomen die hij maar met moeite bij kan benen. In zijn partij voor de finale van het Davis-Cuptoernooi tegen de Australiër Richard Fromberg, liep hij zichzelf gisteravond in Düsseldorf hopeloos voorbij. Wat de bekroning van zijn seizoen had moeten worden, werd een drama.

Michael Stich had 's middags met moeite gewonnen van Jason Stoltenberg. Vijf sets, 6-7 (2), 6-3, 6-1, 4-6 en 6-3, in drie-en-een-half uur. 's Avonds leek het voor de Duisters heel wat gemakkelijker te gaan. Goellner won de eerste twee sets overtuigend en kreeg in de tiebreak al drie kansen de wedstrijd te beslissen. Maar Fromberg, een gravelspecialist met een onverwoestbare instelling, overleefde de tiebreak en kwam terug tot 2-1 in sets.

Een van de charmes van de Davis-Cupcompetitie is dat de spelers zich na de derde set voor tien minuten mogen terugtrekken in de kleedkamer. Terwijl Goellner klaarblijkelijk weinig steun had aan de koele coach Nikki Pilic, kon Fromberg terugvallen op de ervaring van Neale Fraser, die al voor het 24ste jaar de scepter zwaait over het Australische team.

Fromberg won de vierde set met 6-2, raakte in de vijfde set niet onder de indruk van een 15-40 achterstand op zijn service bij 6-7 en boekte bij 7-7 de beslissende doorbraak. Na vier-en-en-half uur tennis, 3-6, 5-7, 7-6, 6-2 en 9-7, bracht hij Australië op gelijk hoogte met Duitsland. Vandaag spelen Stich en Patrick Kühnen het dubbelspel tegen Mark Woodforde en Tood Woodbridge, morgen brengen Stich tegen Fromberg en Goellner tegen Stoltenberg de beslissing.

Beide tennissers waren gisteravond na hun heroïsche gevecht niet meer in staat om nog een toelichting te geven. De Australische coach Fraser nam de honneurs waar voor Fromberg, die volledig was ingestort en in de kleedkamer op een bank lag bij te komen. “Dit was een van de beste Davis-Cupwedstrijden die ik ooit gezien heb. Een klassieker”, zei Fraser, die toch ook met toppers als Rod Laver en John Newcombe heeft mogen werken. “Frommie is een vechter. Hij heeft in Frankrijk van Forget gewonnen, hij dwong in de finale in 1990 Andre Agassi tot vijf sets. Wij kunnen hier de Davis Cup winnen. Misschien dat we na vanavond niet meer de enigen zijn die daar vertrouwen in hebben.”

Fraser heeft geen geheim recept voor de tien-minuten-pauzes. “We hebben geen toverdrank klaarliggen. Maar die pauzes horen bij de Davis Cup. Het team gaat achter de speler staan, we kunnen de strategie bijstellen. Het is zonde dat die pauzes volgend jaar worden afgeschaft. Langzamerhand wordt met al die veranderingen van de regels de Davis Cup onherstelbaar verminkt.”

Voor Goellner moet de klap hard aankomen. Hij is de snel rijzende ster van het Duitse tennis. Als een soort jonger broertje van Boris Becker - zijn bijnaam luidt Baby Boom Boom - is hij een welkome compaan van de saaie, burgerlijke Stich. Goellner was vorig jaar nog een volsterkt anonieme speler. Zijn zegetocht begon pas in april van dit jaar in Nice. Als qualifier won hij daar het toernooi dank zij onder meer zeges op Edberg en Lendl. In de Davis Cup verdrong hij Charley Steeb uit het team en boekte hij drie fraaie overwinningen op Korda, Holm en wederom Edberg.

Met zijn achterstevoren gedraaide honkbalpet, zijn zwaaiende heupen na een zwaarbevochten punt en zijn charmante glimlach heeft Goellner in Duitsland binnen een jaar de status van vedette bereikt. Hij staat pas nummer 31 op de wereldranglijst, maar heeft onlangs drie sponsorcontracten gesloten die hem veelvoudig miljonair maken. “Nog nooit heeft de nummer dertig zulke lucratieve contracten afgesloten”, lachte zijn manager Axel Meyer-Wölden, die ook Becker onder zijn hoede heeft sinds die brak met Tiriac.

Maar de roem eist in Duitsland ook zijn tol. Gretig doken de Duitse media op de verstoorde relatie met zijn ouders. “We kunnen hem niet bereiken. Hij heeft zich omringd met een soort religieuze sekte”, bromde zijn vader voor de televisie. “Ze kennen de heer Piller. Die weet altijd waar ik ben”, reageerde Goellner laconiek in Der Spiegel. “Er zijn grenzen aan wat mijn ouders hoeven te weten. Ik ben geen schoojongen meer.” Hij verliet op zijn achttiende het ouderlijk huis, betaalde vervolgens zelf zijn privé-school en zijn tennisopleiding. Zijn vader was diplomaat. En zwaar leven voor kinderen, vindt Goellner. Iedere vier jaar moest hij weer aan een nieuwe woonplaats wennen, werden al zijn sociale contacten verstoord. Toen hij naar Israel verhuisde sprak hij nog geen Engels, toen het gezin naar Brazilië werd overgeplaatst sprak hij geen Portugees. Pas op zijn zestiende vestigde de familie zich in Duitsland. “Ik werd niet geaccepteerd en had problemen op school. Mijn moeder ging weer werken. Het was geen hecht gezinsleven”, concludeerde Goellner.

Het boulevard-blad Bild spitte verder. Deze week kwam de 74-jarige oma van Marc-Kevin aan het woord. Goellner had zijn moeder veel verdriet gedaan door haar niet eens te feliciteren met haar verjaardag. “Hoe kan zo'n jongen winnen voor Duitsland?”, vroeg Bild zich af. Goellner, die zijn ouders niet had uitgenodigd voor de finale, leed gisteravond op de baan zichtbaar onder de druk. Hij nam nauwelijks de tijd tussen de slagenwisselingen, haastte na een wisseling van speelhelft voortdurend naar de baan en probeerde constant te forceren.

Het is de vraag hoe lang Goellner het volhoudt. Hij beschikt over een groot relativeringsvermogen, maar topsporters krijgen daar meestal pas last van als ze aan het einde van hun carrière staan. Goellner moet nog beginnen.