Wie is Sinterklaas?

Het lievelingseten van Sinterklaas is hutspot met ranja. Als hij in Nederland is, logeert hij altijd bij de burgemeester. Thuis woont hij in een gouden kasteel met een hek erom. Hij is niet getrouwd en heeft geen kinderen. En zijn mijter doet hij alleen af als hij gaat slapen. Dat weten de leerlingen in groep een en twee van de Sint Nicolaas School in Odijk allemaal zeker.

Maar ze zijn het niet over alles eens. Volgens Leon (6) is Sinterklaas een meisje. “Hij heeft toch rode lippen. En hij heeft een jurk aan.” Maar Cies-Jan (6) roept snel: “Nee joh, hij heeft een baard. Meisjes hebben geen baard.” Er zijn wel meisjes-Pieten, weet hij. “Die hebben van die rokjes aan.”

Ook over de leeftijd van de Sint bestaat verwarring in de groep. “Hij is heel ontzettend oud”, zegt Marlijn (6). “Hoeveel jaar, dat weet ik niet.” Volgens Erik (6) is hij “wel twintig jaar”. Maar Cies-Jan zegt dat hij net zo goed duizend jaar kan zijn. “Kan best”, zegt Leon. “Want jouw oma is ook al over de duizend.”

Net als alle andere mensen, koopt Sinterklaas zijn cadeaus in een winkel. Dan doet hij wel even zijn rode jurk uit, zegt Iris (5). “Want anders denken ze dat Sinterklaas er al is.” Om alle pakjes te kunnen kopen moet je heel rijk zijn. Leon vermoedt dat Sinterklaas al zijn spulletjes heeft verkocht die hij toch niet meer mooi vindt. “Toen kreeg hij heel veel goud.” Cynthia (4) denkt dat hij het geld heeft gekregen. Volgens Iris heeft hij vroeger gewerkt bij een bank en Antoinette (5) denkt dat hij gewoon heel veel gespaard heeft.

Omdat Sinterklaas zo heel ontzettend oud is, heeft hij een staf nodig om op te leunen. “En hij heeft ook een paard, voor als hij moe is”, zegt Leon. Dat paard, zo weten alle kinderen, heet Schimmel. Het paard moet vaak eten, zegt Marlijn. “Want hij moet steeds opstijgen om op het dak te komen.” Daarom doet ze in haar schoen wortels, hooi en stro of ook wel mandarijnen. “Vanochtend lagen de schillen op tafel. De mandarijn had Piet door de schoorsteen naar boven gegooid.”

Omdat hij altijd maar door die schoorstenen glijdt, is Piet zo zwart, zegt Leon. “En om Piet te worden moet je eerst naar de Pietenschool.” Volgens Irene leren ze hun kunstjes vooral van Sinterklaas. “Dat heb ik zelf gezien, toen ik in Spanje was.” Antoinette wil later Piet worden. Ze heeft zich vandaag al speciaal als Piet aangekleed, met een korte broek, roze schoenen en een groene cape. Ze weet veel van Pieten. “Er is een hoofdpiet en tien speciale pakpieten. Die pakken de hele dag cadeautjes in. Er zijn negen leespieten, die lezen de brieven. Wel duizend. Zeven verzorgpieten voor het paard en twee bakpieten voor het eten. En er zijn acht slaappieten. Maar dat vindt Sint niet leuk en die gooit ze dan hun bed uit.”

Pieten hebben altijd een veer op hun muts en een roe bij zich. Een bosje takken met een touwtje er omheen , weet Erik. “Voor stoute kinderen, maar daar doen ze nu niets meer mee. Vroeger wel.” Ook de zak gebruikt Piet niet meer om kinderen mee te nemen. Je hoeft dan ook helemaal niet bang te zijn, vindt hij. “Want Denise, is ons nichtje van nul. En die is ook niet bang.” Hij is trouwens blij dat hij op de Sint Nicolaas school zit. “Want dan komt Sinterklaas hier het eerste en dan blijft hij het langste.”