Wegens verzet in Zweden; Volvo breekt fusie met Renault af

PAG.7 HOOFDARTIKEL; PAG.11 GYLLENHAMMAR/REACTIES

ROTTERDAM, 3 DEC. De fusie tussen Renault en Volvo is van de baan. Gisteren heeft de raad van commissarissen van Volvo besloten op 7 december aan de aandeelhouders van Volvo geen voorstel tot samengaan van beide autofabrikanten voor te leggen.

De commissarissen hebben hiermee gehoor gegeven aan de groeiende oppositie tegen de fusie bij de raad van bestuur van Volvo, de aandeelhouders en het Zweedse publiek. De bezwaren tegen de fusie richtten zich vooral op de eigendomsverhoudingen. In Zweden nam gestaag het verzet toe tegen de Fransen toen duidelijk werd dat zij met een meerderheidsbelang van 65 procent te veel te zeggen zouden krijgen binnen het nieuwe concern. Ook het uitblijven van een beslissing over de datum waarop het Franse staatsbedrijf zou worden geprivatiseerd zat de Zweedse aandeelhouders dwars.

Daar kwam dan nog het 'gouden aandeel' bij dat de Franse staat na privatisering in Renault behoudt en dat de regering in Parijs onevenredig veel zeggenschap geeft. Ook dat zinde de Zweden, die steeds luider spraken over 'de uitverkoop van de Zweedse industrie', allerminst.

Het afblazen van de fusie kostte het hoofd van president-commissaris van Volvo Pehr Gyllenhammar, de architect achter de fusieplannen, die na een carrière van 23 jaar bij Volvo afscheid nam. Met hem traden nog vier commissarissen af. Volgens Gyllenhammar zal Renault het aandeel van 25 procent dat de Franse fabriek (omgekeerd neemt Volvo voor 20 procent deel in Renault) momenteel in Volvo heeft op termijn ontmantelen op grond van de 'vertrouwenscrisis' die nu is ontstaan.

Dat laatste zou consequenties kunnen hebben voor Nedcar, dat in Born vanaf 1994 100.000 kleinere Volvo's produceert met motoren van Renault. De Nederlandse fabrikant onthoudt zich echter van commentaar en volstaat met de mededeling dat het afbreken van de fusie tussen Volvo en Renault een zaak is waar Nedcar buiten staat.

Als de fusie was doorgegaan, zou een combinatie zijn ontstaan die de op vijf na grootste autoproducent ter wereld zou zijn geworden met een jaarlijkse omzet van ruim 80 miljard gulden, waarvan driekwart voor rekening van Renault zou komen.

Renault reageerde daarom op het afbreken van de fusie met de mededeling dat het vooral een probleem betreft voor Volvo, dat te weinig modellen uitbrengt en een te kwetsbare structuur heeft om op termijn als zelfstandig autofabrikant te overleven. Renault kreeg de eerste helft van 1993 echter te maken met een daling van de winst vóór belasting met 85 procent, van 5,4 miljard tot 730 miljoen frank (234 miljoen gulden). Volvo deed het aanzienlijk beter. Het zette het verlies van 103 miljoen kroon in de eerste zes maanden van 1993 om in een winst van 380 miljoen kroon.