Vrijdag 3; Poot uitgedraaid

Schoorvoetend en min of meer met de mond vol tanden heeft de Tweede Kamer zich vorige week neergelegd bij de mededeling dat er geen Nederlands cultureel centrum in Brussel komt. Veel te duur, zei minister d'Ancona van WVC, en het is trouwens nog maar de vraag of zo'n centrum zin zou hebben. Eenstemmig lieten CDA, VVD, D66 en GroenLinks merken dat dat antwoord hen teleurstelde, maar geen van de partijen bleek alsnog te willen pogen de minister tot andere gedachten te brengen.

Met dit hoogst definitief ogende afstel kan nu dan ook de balans worden opgemaakt van het herenakkoord dat eind jaren zeventig werd gesloten tussen Nederland en Vlaanderen over de wederzijdse vestiging van culturele centra, in het kader van de versterking der onderlinge banden.

Vlaanderen, geattendeerd op het in verval verkerende theater de Brakke Grond in Amsterdam, hapte onmiddellijk toe. Ten koste van circa 13 miljoen gulden werd niet alleen de theaterzaal gerestaureerd, maar verrees er omheen een gloednieuwe ruimte met een hal, een café, een restaurant, een bibliotheek en diverse expositiezalen. Bij de opening, in 1981, werd luidkeels geprotesteerd door de Vlaamse kunstenwereld, omdat minister De Backer die 13 miljoen in mindering had moeten brengen op haar binnenlandse kunstbudget. Maar dat was, aldus de bewindsvrouwe, een legitiem offer ten behoeve van de promotie van Vlaamse cultuur in Nederland. En de toenmalige Amsterdamse wethouder Schaefer, geciteerd in Het Parool, sprak sussend: “Ach, als die Vlamingen nou een stukje van de binnenstad willen opknappen, wat is daar nou tegen?”

De programmering van de theaterzaal, die de Brakke Grond bleef heten, was vanaf het begin in handen van de Theaterunie, een Amsterdamse toneelvoorziening. Afgesproken werd dat minstens eenderde van de voorstellingen uit Vlaanderen afkomstig moest zijn. Tweederde was dus Nederlands. Zo bleef de Brakke Grond een belangrijk Nederlands toneelpodium. Sinds kort is de Stichting Nestheaters, de opvolger van de Theaterunie, zelfs geheel vrij in de programmering van de Brakke Grond. Daarnaast is nu binnen het Vlaams Cultureel Centrum ook een Expozaal beschikbaar voor voorstellingen - en die worden in samenwerking met de Vlamingen geselecteerd.

Hoewel het VCC verder nog exposities, publikaties en literaire evenementen organiseert, trekken de theateractiviteiten in het gebouw verreweg de meeste belangstelling. En dat zijn in meerderheid dus Nederlandse voorstellingen, geïnstigeerd door een Nederlandse organisatie. Dat er ook regelmatig Vlaams theater tussen zat, komt vooral door de bijzondere kwaliteit die daaraan door Nederlanders wordt toegeschreven. Sterker nog: het zou hier waarschijnlijk ook zonder VCC wel te zien zijn geweest.

Nog altijd klinkt in de Nes de echo van de woorden van Schaefer. De Vlamingen hebben er een stukje binnenstad opgeknapt en de Nederlanders zijn degenen die daarvan tot dusver het meest hebben geprofiteerd. Zonder er, zoals nu is komen vast te staan, ook maar iets voor terug te doen.