Vertrouw haar je geheimen niet toe; Nuchtere roman van Javier Marás

Javier Marás: Een hart zo blank, vert. Aline Glastra van Loon. Uitg. Meulenhoff, 296 blz. Prijs ƒ 45,-

Op de short-list voor de Europese Literaire Prijs die vorige week gewonnen werd door Cees Nooteboom stond ook de Spanjaard Javier Marás (1951) met de roman Een hart zo blank. In zijn eigen land heeft Marás op dit moment veel succes, naast schrijvers als Cela, Goytisolo en Mendoza. Vooral de critici zijn dol op hem, misschien omdat hij zo onnadrukkelijk essayistisch is en altijd aanleiding geeft tot analyse en discussie. Hij is te midden van veel door de actualiteit beïnvloede collega's een toonbeeld van een literaire schrijver die deze titel met verve draagt.

Dat geldt in elk geval voor Een hart zo blank uit 1992, waarvan zojuist een Nederlandse vertaling is verschenen, de derde vertaling in successie. De titel lijkt thuis te horen in de Bouquetreeks, maar is ontleend aan Shakespeare. De omschrijving komt uit Macbeth en natuurlijk is het Lady Macbeth die het blanke hart heeft, niet haar gemaal wiens vuile handen en almaar vuiler wordend hart spreekwoordelijk zijn geworden. “Mijn handen hebben jouw kleur”, zegt Lady Macbeth, “maar ik schaam me voor mijn hart zo blank.” Die schaamte maakt Macbeth dubbel schuldig en zal haar breken, tenzij zij leert onverschillig of cynisch te zijn. Wij weten hoe slecht het bij Shakespeare afloopt.

Bij Marás is er geen sprake van Shakespeariaanse passie en lyriek. In de roman zeurt hooguit een oude moord na die wordt gereconstrueerd en herbeleefd met opmerkelijke uiterlijke kalmte. Zwaar is het alles bij elkaar niet, meer much ado about nothing.

Veel speelt zich alleen af in het hoofd van de verteller, een pasgetrouwd man die een gevoel van onheil of onmacht - 'Wat nu?' - verbindt met het onbehaaglijk stemmend advies dat zijn vader hem op zijn trouwdag gaf: “Vertrouw haar je geheimen niet toe.” In de loop van een drietal elkaar weerspiegelende avonturen probeert hij zijn van binnenuit en zijn van buitenaf komend onbehagen onder één noemer te brengen en te verklaren. De man is, net als zijn vrouw, tolk/vertaler en zijn getrainde brein loochent dit beroep niet. Hij decodeert wat op zijn weg komt. Zijn zintuigen zijn paraat om feilloos te registeren. Als hij al eens sjoemelt is hij zich van de ingreep - en de mogelijke gevolgen - bewust.

In deze roman gaat het over de manier waarop de hoofdpersoon, met zijn specifieke vakidiotie, iets uit het verleden ontdekt en verwerkt. Maar meer nog gaat het over het oergegeven dat twee personen nooit helemaal zullen versmelten en dat dit besef het huwelijk tot een besmuikte zaak maakt. In de loop van de roman wordt tussen de man en de vrouw een afspraak gemaakt die perspectief biedt op de nodige afstomping: ze zullen beiden minder gaan werken, dat wil zeggen vertalen, en met dat minder vertalen zal de oplettendheid en de overgevoeligheid die vooral hem plaagt minder worden. Iedereen mag zelf uitmaken of dat winst is.

Woorden vangen gebeurtenissen, maar ze kunnen die ook op gang brengen. Dat geldt niet alleen als je ze opschrijft maar ook als je ze zegt. Wie niet selectief is bij het weergeven van zijn gedachtengoed, kan ongewenste gevolgen veroorzaken. “Alles wat is gezegd, blijft bestaan en wacht tot iemand het laat terugkeren”, laat Marás zijn hoofdpersoon zeggen.

Wat Een hart zo blank zo'n geslaagde roman maakt is dat het een behoorlijk ingewikkeld boek had kunnen zijn, met al die filosofische of metafysische implicaties, terwijl de manier van vertellen onverminderd helder, zo niet nuchter blijft. Marás heeft zijn bespiegelingen behendig opgehangen aan de weinig abstracte vraag waar de roman uiteindelijk om draait: wat mag een echtgenoot zijn vrouw vertellen over zijn verleden? Wat zijn de tekens die hij over zichzelf kan prijsgeven? In zijn verliefdheid, zijn geestdrift of zijn behoefte aan versmelting is hij misschien geneigd te veel te vertellen, liefst alles.

Als Marás in Nederland woonde, zou hij een Revisor-auteur worden genoemd wegens zijn, vooral onderhuidse, nervositeit en het feit dat de zinnelijkheid bij hem verstopt zit in details - de vele schone voeten die weten dat ze misschien gezien gaan worden. Marás voelt zich kennelijk thuis in een rationeel milieu en hij laat de passie als een afgerichte hond eerst kwispelen voor ze mag meedoen. Maar die passie ligt op de loer.