Venezuela verkavelt de politiek

CARACAS, 3 DEC. De Venezolanen gaan zondag niet alleen naar de stembus om een nieuwe president en parlementariërs te kiezen. Niets minder dan de nu 35 jaar oude democratie staat op het spel, terwijl het land een diepe politiek-existentiële crisis doormaakt.

Twee vragen zullen zondag worden beantwoord: zet Venezuela zijn traditionele twee-partijenpolitiek overboord en zullen de strijdkrachten akkoord gaan met een overwinning van de kandidaat die aan het hoofd staat van een soort protestbeweging tegen het oude regime? De eerste vraag kan zeer vermoedelijk bevestigend worden beantwoord. Over de rol van de strijdkrachten bestaan alleen maar speculaties en vermoedens.

Drie van de belangrijkste vier kandidaten maken een goede kans op de overwinning: oud-president Rafael Caldera namens de gelegenheidscoalitie Convergencia Nacional, de voormalige gouverneur van de staat Bolvar met zijn politieke beweging La Causa Radical (De radicale zaak) en Oswaldo Alvarez Paz, kandidaat namens de christelijk-sociale COPEI. De regeringspartij Acción Democrática (AD) met kandidaat Claudio Fermn - een oud-burgemeester van Caracas - krijgt zeker een afstraffing voor wat veel kiezers zien als het onmenselijke neo-liberale hervormingsbeleid van oud-president Carlos Andrés Pérez, die wegens beschuldiging van corruptie is geschorst.

Toch is er sprake van een zekere trend ten gunste van de nu 77-jarige 'onafhankelijke' kandidaat Rafael Caldera. De oud-president (1969-'74) en senator-voor-het-leven brak eerder met de sociaal-christelijke COPEI, de partij die hij zelf aan het eind van de jaren veertig heeft opgericht. Een stem voor Caldera, zo zeggen de waarnemers van de Venezolaanse politiek, is een stem tegen het traditionele twee-partijensysteem, tegen de veelbesproken corruptie binnen het overheidsapparaat en vooral tegen de door het IMF opgelegde economische hervormingen, die in het snel-verarmde Venezuela zo veel kwaad bloed hebben gezet. Toch geeft Caldera toe: “Een deel van het hervormingspakket van Pérez zal moeten worden gehandhaafd”.

Geen van de belangrijkste vier kandidaten heeft een duidelijk verkiezingsprogramma, laat staan concrete oplossingen voor de Venezolaanse crisis. “Corruptie is een belangrijk thema bij deze verkiezingen, maar de programma's zijn weinig concreet over de manier waarop die corruptie moet worden bestreden”, zegt politicoloog Humberto Njaim, die doceert aan de Centrale Universiteit van Venezuela in Caracas. De omvang van de staatssector is volgens hem echter het belangrijkste probleem. Als uitvloeisel van de olierijkdom van Venezuela in de jaren zeventig is de overheidssector in het land enorm uitgedijd en heeft Venezuela nog steeds tussen de 400 en 700 staatsondernemingen. Ook hierover laten de vier kandidaten zich in vage bewoordingen uit.

Het kleine verschil in de opiniepeilingen tussen Caldera, Velásquez en Alvarez kan problemen opleveren zondag. Bij onduidelijkheid over de uitslag en het vermoeden van de partijen dat ze hebben gewonnen, zullen de kandidaten hun aanhangers oproepen de straat op te gaan om “hun stem te verdedigen”. Bij de gemeentelijke verkiezingen vorig jaar in Caracas - toen Causa R-kandidaat Aristóbulo Isturiz leek te hebben gewonnen - hielden aanhangers van de radicale beweging urenlang het gemeentehuis bezet tot de uitslag was bevestigd. Om problemen te voorkomen, zijn leger en politie massaal op straat en is het radio en televisie verboden om uitslagen of overwinningsclaims van kandidaten uit te zenden voordat de Hoge Kiesraad met een eerste uitslagenbulletin is gekomen.

De grootste problemen worden ook nu verwacht met de aanhangers van Causa R. een onmiskenbare overwinning van Causa R kan leiden tot nòg grotere problemen. “De militairen hebben gezegd dat ze elke uitslag zullen accepteren”, zegt een Europese diplomaat. “Maar ze hebben er niet bij gezegd hoe lang.” In sommige kringen wordt ook al gesproken van een “Allende-scenario” - naar analogie van de militaire coup die in 1973 een einde maakte aan het bewind van de linkse president Salvador Allende. Daarbij zou Velásquez “even de tijd krijgen om het land economisch ten gronde te richten”, waarna het leger zich “ziet gedwongen om in te grijpen”. Njaim, die evenals veel zakenlieden op COPEI zegt te zullen stemmen: “Als Velásquez wint, krijgen we een coup.”

Toch is Venezuela, inclusief het leger, na twee recente en mislukte couppogingen huiverig voor een nieuw militair regime nadat de laatste dictator al in 1958 het veld ruimde. Op 4 februari en 27 november vorig jaar hadden couppogingen plaats van extreem-nationalistische militairen die met hun zogenoemde Bolivariano-beweging inspeelden op de algemene onvrede in het land over het economische beleid van Pérez.

Kanshebber Caldera, die bij zijn eventuele verkiezing wèl op steun van het leger kan rekenen, heeft samen met Velásquez van Causa R het meeste garen gesponnen bij de onvrede. “Het trauma van de Venezolaanse middenklasse is enorm”, geeft senator Carlos Raúl Hernández van de regeringspartij AD toe. “In de jaren zeventig reisden ze een paar keer per jaar naar Europa en kochten ze Miami leeg. Die tijden zijn absoluut voorbij.”

Ongeacht de uitslag van komende zondag, is het duidelijk dat het tijdperk waarin AD en COPEI afwisselend de macht hadden in het land nu voorbij is. Met het “gevaarlijke messianisme” van Caldera, zoals politicoloog Njaim het omschrijft, en de verrassend snelle opkomst van Causa R lijkt het land nu op z'n minst vier belangrijke politieke stromingen te kennen. “We zullen meer nationalisme en meer dirigisme in de Venezolaanse politiek zien”, voorspelt de Europese diplomaat.

Maar het probleem met Caldera en Velásquez is dat ze nergens voor staan, behalve voor zichzelf, zo zeggen velen. Op een recente ontmoeting met buitenlandse journalisten die de verkiezingen in Venezuela verslaan, weigerde Velásquez zijn beweging (“we zijn geen partij”) verder te karakteriseren dan een “radicaal-democratische”. Onduidelijk is wie er achter Causa R zitten, waar de inkomsten vandaan komen, wat het programma is en hoe besluiten worden genomen binnen de beweging. “Bij consensus”, zegt Velásquez over het laatste, maar lid worden van de beweging is niet eens mogelijk.