Terug naar binnen

DE KENTERING is onmiskenbaar en onheilspellend. De Europese industrie keert zich naar binnen. Een bijna openlijk, uitdagend nationalisme is de nieuwe toon en verdringt de hooggestemde betogen over paneuropese samenwerking, over de bundeling van krachten tegen de intercontinentale concurrentie en over grensoverschrijdende synergie uit de standaardpaketten van de management-cursussen. Fusieplannen van bedrijven uit verschillende Europese landen stuiten op bedrijfs-culturele verschillen, lokale machtsverhoudingen en diepgewortelde argwaan over de bedoelingen van de toekomstige partner.

Neem Volvo en Renault, twee automobiel- en vrachtwagenconcerns die begin september een opmerkelijke fusie aankondigden om een sterk Europees autoconcern te vormen, dat in staat zou zijn de concurrentie van de Japanners en van de Amerikanen te weerstaan. Het was een aanvallend fusieplan, erop gericht om te winnen en om de problemen van overproduktie op de Europese markt voor auto's en vrachtwagens met industriële krachtenbundeling aan te pakken.

Gisteren is het fusieplan stukgelopen op een goed gepubliceerde campagne van Zweeds verzet. De grootaandeelhouders van Volvo - onder meer de Wallenberg-familie - het management en de Zweedse publieke opinie keerden zich tegen de fusieplannen die waren uitgewerkt door het symbool van Europese industriële gezindheid, Volvo-president Pehr Gyllenhammer. Gyllenhammer, in de jaren tachtig de drijvende kracht achter de Europese ronde tafel van grootindustriëlen, trad verbitterd af. Het 'anti-buitenlandersgevoel' in Zweden viert een overwinning.

DE MISLUKKING BIJ Volvo/Renault staat niet op zichzelf. Twee weken geleden is de fusie van KLM met drie Europese luchtvaartmaatschappijen - Austral, Swissair en SAS - afgeketst. Jarenlang door KLM beleden argumenten voor samenwerking met andere maatschappijen waren plotseling niet meer ter zake en de KLM-directie kondigde zonder ook maar een spier te vertrekken aan dat de nationale trots uitstekend op eigen kracht de onzekere toekomst van internationale concurrentie aan kan. Op een ander terrein, de Europese monetaire samenwerking, houden economen en politici in een toenemend aantal EG-landen hartstochtelijke pleidooien voor de terugkeer naar een nationaal monetair beleid ter stimulering van de economie.

Bij iedere mislukking is sprake van specifieke omstandigheden. In het geval van de Zweeds-Franse autofusie was dat onduidelijkheid over de prijs die Renault voor Volvo zou betalen. Nog belangrijker was de onzekerheid over de privatisering van het staatsbedrijf Renault en de toekomstige invloed die de Franse staat in het gefuseerde bedrijf zou behouden. Ondanks herhaalde verzekeringen van de Franse regering dat Renault volgend jaar zal worden geprivatiseerd, bleef de Zweedse argwaan tegen de traditie van Franse staatsbemoeienis bij de industriepolitiek bestaan. Misschien moeten staatsbedrijven eerst worden geprivatiseerd, voordat ze overgaan tot grensoverschrijdende fusies.

VOOR DE EUROPESE automobielindustrie is het niet doorgaan van de fusie tussen Volvo en Renault slecht nieuws. De op handen zijnde liberalisering van de automarkt in de zuidelijke EG-landen en de daaruit voortvloeiende verheviging van de concurrentie met de Japanners (ondanks afspraken over vrijwillige exportbeperking) en de Amerikanen, zal de problemen van overcapaciteit alleen maar accentueren. Wat dat betekent: zie Volkswagen, dat zojuist een vierdaagse werkweek met salariskorting is overeengekomen met de vakbonden en de deelstaat Nedersaksen, en dat aangekondigde investeringen in de Tsjechische Skoda-fabriek schrapt.

Het klimaat in Europa verhardt. Het optimisme over de zegeningen die de interne markt van Europa '92 zou brengen is omgeslagen in hernieuwd Europessimisme over recessie en structurele werkloosheid. De primaire reactie is dan om terug te vallen op het nationale bastion. Dat is in economische betrekkingen kortzichtig en houdt de aanpassingen niet buiten de grenzen.