Politie in zaken 'zal u aangenaam verrassen'

De top van de Amsterdamse politie is in zaken. Wat begon met het beheer van een recreatieruimte is uitgegroeid tot een onderneming met een hotel, een studiecentrum en een tak voor particuliere beveiliging.

AMSTERDAM, 3 DEC. Het was een kort briefje: drie alinea's, links boven prijkte het logo van de Amsterdamse politie. Er stond: “Zoals (...) u reeds telefonisch is meegedeeld bedraagt ons tarief voor advisering 150 gulden per uur exclusief BTW.” Het werd op 4 februari van dit jaar verstuurd door het Risico Advies Centrum Amsterdam (RAC), een onderneming die wordt bestuurd door topmensen van de Amsterdamse politie.

De ontvanger van het briefje, een bedrijf aan de hoofdstedelijke Herengracht dat zich tot de politie had gewend met vragen over de beveiliging van zijn pand, kreeg ook een folder toegestuurd. 'Veiligheid anno 1993' stond erboven. De strekking was dat een advies van het RAC noodzakelijk is voor een firma die met een particulier beveiligingsbedrijf in zee wil. Betrouwbaarheid in die branche is immers schaars (“wordt de sleutel die je laat maken niet ook in het koffiehuis op de hoek verkocht?”)

Het RAC biedt daarom “een uitgebreid pakket diensten en produkten” aan voor “veiligheid en beveiliging”. Voorbeelden genoeg: bemiddeling “bij ontwerp en aanleg” van elektronische beveiliging; advisering op het gebied van persoonlijke veiligheid (“een item waar wij u alleen persoonlijk nadere informatie over geven”); “speciale faxfaciliteiten” (“wij houden u op de hoogte van ontwikkelingen in de criminaliteit en de risico's die u zakelijk en persoonlijk loopt”). De prijzen zijn schappelijk: “We zijn er zeker van dat u aangenaam verrast zult zijn!”

Het aangeschreven bedrijf aan de Herengracht ging niet met het RAC in zee. Maar gezien de omzet over de eerste negen maanden van dit jaar, staat vast staat dat het RAC vele opdrachten krijgt. De vraag is of dat mag. Nog vorig jaar schreef het kabinet aan de Tweede Kamer dat de politie zich dient te “onthouden van commerciële nevenactiviteiten”.

Begin jaren tachtig kreeg de Amsterdamse politie een korpssociëteit aan de hoofdstedelijke Voorburgstraat. 'De soos' moest de eenheid van het korps bevorderen. Ook werden kamers ingericht voor korpsleden en buitenlandse collega's die moesten overnachten. Er werd een bar geopend, er kwam een eetgelegenheid bij - het groeide uit tot een bedrijfje.

Al snel werd het beheer ervan ondergebracht in een aparte rechtspersoon. Op 18 januari 1985 werd bij de Kamer van Koophandel de stichting Korpssociëteit Gemeentepolitie Amsterdam opgericht door onder meer hoofdagent P. Tamis. Hij werd voorzitter van de stichting en ging ook de directie over de sociëteit voeren. De destijds gedeponeerde doelstelling van de stichting - “de exploitatie en instandhouding van een gemeenschappelijke recreatieruimte voor het korps Gemeentepolitie Amsterdam” - staat nog steeds bij de Kamer van Koophandel geregistreerd.

Toch is er inmiddels veel veranderd. Zo kreeg de stichting per 1 januari van dit jaar een nieuw bestuur. Vier topfunctionarissen van de Amsterdamse politie namen de zaak over: waarnemend korpschef J. Kuiper werd voorzitter, als secretaris trad toe commissaris A.A. Smit en de commissarissen B.J.A.M. Welten en J.C. van Riessen werden bestuurslid. Een formele zaak, want uit zijn toelichting blijkt dat Kuiper zich “al zeker twee jaar verantwoordelijk” voelt. “Maar formeel heeft de stichting niets met de Amsterdamse politie te maken.”

De sociëteit trok minder politiemensen dan gehoopt, vertelt Kuiper. De tekorten liepen op, de zaak kon eigenlijk niet draaien. Vandaar dat werd gekozen voor een grote sprong voorwaarts. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel deponeerde de stichting Korpssociëteit per 1 januari 1992 de handelsnaam 'International Police Hotel' - sindsdien is 'de soos' eveneens hotel.

Zo presenteert het zich ook aan de buitenwereld. De telefoniste neemt op met “politie hotel!” en vertelt dat “ook burgers” een kamer kunnen huren: “Wij zijn het veiligste hotel van Amsterdam.” Uit een folder die het 'International Police Hotel' aan zakenrelaties stuurt - met ook hier links boven het logo van de Amsterdamse politie - blijkt dat intussen sprake is van een volwaardige onderneming. Er zijn “28 tweepersoons- en 6 vierpersoonskamers, alle modern ingericht (...) op driesterren-niveau”. Ook beschikt het hotel over een “zalenaccomodatie” voor groepen “van 10 tot maximaal 800 mensen”. Er zijn bars, “dagelijks geopend van half negen tot één uur” en er is een restaurant waar in “een sfeervolle ambiance” lunches en diners worden aangeboden met een “capaciteit van 100 couverts”.

De bezetting van het hotel is volgens Kuiper redelijk. Er deed zich evenwel recentelijk een pijnlijke kwestie voor. Nadat deze krant daarnaar had geïnformeerd, bleek uit onderzoek van de korpsleiding dat in zeker “drie gevallen” zaalruimte was verhuurd aan “mensen met een crimineel verleden”. Kuiper realiseert zich dat daarmee “ook de integriteit van de politie” in het geding is. “Maar als de oplage van de NRC stijgt loopt u ook de kans dat criminelen abonnee worden.” Dat er een principieel verschil is tussen een commerciële onderneming en een ambtelijke dienst als de politie, vindt Kuiper een “kunstmatige redenering”.

Een woordvoerder van het korps bevestigde gisteren dat het hotel over de eerste negen maanden van dit jaar een omzet van 1,8 miljoen gulden had. Eerder deze week had Kuiper in een gesprek met deze krant de omzet op “meer dan een half miljoen” geschat. Hoe dan ook, volgens de waarnemend korpschef is het hotel nog altijd een “verliesgevende” zaak. “En je moet goed begrijpen”, zegt hij met nadruk, “om welke reden wij hierin verzeild zijn geraakt. Die sociëteit is ontstaan vanuit het korps, daar hebben enthousiaste mensen sinds 1985 keihard aan gewerkt. Toen de sociëteit verliesgevend bleek hebben wij gezegd: we steunen die mensen bij hun inventieve plannen de zaak overeind te houden.”

Juist door het structureel verliesgevende karakter van het hotel, zegt Kuiper, ging de stichting Korpssociëteit de laatste jaren op zoek naar “andere synergetische activiteiten”. Daartoe werden in het handelsregister van de Kamer van Koophandel per 1 januari 1992 nog twee handelsnamen ingeschreven: het 'Studiecentrum Politie Amsterdam' en het 'Risico Advies Centrum Amsterdam'. In correspondentie met vaste klanten worden de drie firma's in het brievehoofd - met het bekende logo - samen aangeprezen: “Dag en nacht bereikbaar. Een unieke combinatie van drie dienstverlenende instellingen onder één dak.” De directie van de ondernemingen is in handen van de oprichter van de stichting: P. Tamis. Hij is in dienst van het Amsterdamse korps, al betrekt hij zijn salaris van de stichting.

Het meest winstgevend is volgens Kuiper het studiecentrum. Er werd de eerste maanden van dit jaar 1,1 miljoen gulden omgezet. Kuiper kan niet zeggen hoe groot de winstmarge was. In het studiecentrum geven (ex-) politiemensen groepen les in bijvoorbeeld de omgang met overvallen. Ook zijn er “gedrags- en vaardigheidstrainingen” (zoals “effectief verkopen”, “conflicthantering”, “bedrijfsvernieuwing door middel van creativiteitsdenken”). En er kunnen “politiecursussen” worden gevolgd, zoals een opleiding “recherche” of “verhoortechniek”.

De cursussen worden vooral aangeboden aan verzekeringsbedrijven en banken. G. Wesseling, bij het Apeldoornse Centraal Beheer verantwoordelijk voor de interne veiligheid, bevestigt dat. Hij kreeg vorig jaar twee mensen van het studiecentrum op bezoek. Hun namen kan hij zich niet herinneren, “maar het waren mensen die in dienst zijn van het korps”.

Waarnemend korpschef Kuiper zegt dat het studiecentrum is opgericht omdat de behoefte aan bedrijfsopleidingen groeit. Het opleidingsbureau van het korps is daarom overgebracht naar het studiecentrum. En omdat de vraag vanuit het korps daalde, is het centrum 'de markt' opgegaan. Volgens hem wordt daarmee slechts gestimuleerd dat “het veiliger maken van de samenleving” niet beperkt blijft tot de politie. Dat mensen in dienst van het korps de cursussen bij bedrijven aanbieden weet hij, en Kuiper beaamt dat dit verboden is - politiemensen mogen immers geen nevenactiviteiten verrichten op een terrein waarop ze zelf dagelijks actief zijn. “Ach, zulke dingen kunnen gebeuren. Het is ook een keer voorgekomen tijdens een cursus dat een docent ging uitleggen hoe iemand zich voelt als hij uit de gevangenis komt. Toen stond er een cursist op en zei: Ik vertel het wel, ik kom er net vandaan!” Criminelen kunnen de opleidingen kortom ook volgen: “Dat gevaar bestaat, daar zijn we alert op. Maar er kunnen mensen door de mazen glippen”.

Niet bekend

Vorig jaar bleek uit een folder dat het RAC tegen betaling zelfs politiemensen aan bedrijven aanbood voor “extra surveillance-rondes”. Dat was een fout, meldde het RAC later. Het had niet mogen gebeuren. Voor het overige werd aan de activiteiten vastgehouden. Deze komen voor het belangrijkste deel neer op een screening à 150 gulden per uur van het werk dat particuliere beveiligingsfirma's voor ondernemingen verrichten. In antwoord op Kamervragen over het RAC meldden de bewindslieden Dales en Hirsch Ballin vorig jaar “dat wij de initiatieven van het Amsterdamse politiekorps een ongewenste ontwikkeling vinden. Het korps ontplooit activiteiten die niet tot de taak van de politie gerekend moeten worden”. Burgemeester Van Thijn, bestuurlijk verantwoordelijk op de Amsterdamse politie, werd “nadrukkelijk” gewezen op het “afwijzend oordeel” van de bewindsieden.

De kwestie leidde tot een storm van bureaucratische activiteit. Het meest opmerkelijke was dat, naar aanleiding van vragen van de directie Politie van het ministerie van justitie, de procureur-generaal in Amsterdam een onderzoek door de rijksrecherche gelastte. Over het resultaat van het onderzoek doet de procureur-generaal geen andere mededeling, dan dat het op 28 augustus vorig jaar gereed kwam en werd doorgezonden naar Den Haag.

Zo raakte ook de Amsterdamse korpschef E. Nordholt ten lange leste bij de kwestie betrokken. Hij was het, zo delen woordvoerders van Binnenlandse Zaken en Justitie mee, die de zaak van het RAC augustus vorig jaar op de beide ministeries verdedigde. Hij deed tegemoetkomingen, meldt Binnenlandse Zaken: het RAC zou niet langer het logo van de Amsterdamse politie voeren en het bestuur van de stichting Korpssociëteit zou zo worden gewijzigd dat het “voor het merendeel uit burgers” kwam te bestaan. Burgemeester Van Thijn deed aan de minister van binnenlandse zaken bovendien schriftelijk de toezegging dat “betaald personeel” van de stichting “geen politiepersoneel [zal] zijn”. Geen van de toezeggingen werd nagekomen: het logo van de Amsterdamse politie wordt nog altijd in correspondentie gehanteerd. Er traden slechts topmensen van het korps tot het bestuur toe. En een groot deel van het betaalde personeel van het RAC, bijvoorbeeld de directie, is nog altijd in dienst van het korps.

Waarnemend korpschef Kuiper voelt zich, zo blijkt tijdens het gesprek met deze krant, volledig onbegrepen. Is dan niet duidelijk dat het hier maar om twee dingen gaat? “De instandhouding van de korpssociëteit en vooral het op onconventionele wijze bevorderen van het gevoel van veiligheid. De bedrijven zijn ingebed in een ideëel doel. Het korps heeft er geen cent aan verdiend.”

Toch maakt hij in hetzelfde gesprek bekend dat de Amsterdamse politie geen heil meer ziet in de bedrijven. Vorige week, zo vertelt hij ineens, heeft het bestuur van de stichting besloten af te treden. Wanneer dat besluit wordt geëffectueerd weet hij nog niet. Vaststaat niettemin dat “de zaken worden ontvlochten” en dat de Amsterdamse politie “weer terugkeert naar zijn oorsprong: het gewone politiewerk”. Hoe dat ineens? “Het is gebleken”, zegt hij, “dat het draagvlak is weggevallen.”